Selecteer een pagina

vertrouwenspersoon

  1. OER/Studiegids
  2. |
  3. vertrouwenspersoon

INTERNE VERTROUWENSPERSONEN VOOR STUDENTEN
REGLEMENT VERTROUWENSPERSOON


ARTIKEL 1DE VERTROUWENSPERSOON
1.1 – Aan de school zijn zowel interne als externe vertrouwenspersonen verbonden, hierna te noemen: “de vertrouwenspersoon”.
1.2 – De interne vertrouwenspersoon is werkzaam bij de school en fungeert als een laagdrempelig luisterend oor voor studenten.
1.3 – De externe vertrouwenspersoon heeft geen arbeidsrelatie met de school en fungeert als een vertrouwelijk aanspreekpunt voor medewerkers.
1.4 – Het bevoegd gezag stelt het huishoudelijk reglement vertrouwenspersoon vast in overleg met de ondernemingsraad van de school.
1.5 – Het bevoegd gezag benoemt de vertrouwenspersoon en diens plaatsvervanger.
1.6 – Niet voor benoeming tot vertrouwenspersoon komen in aanmerking de leden van de Raad van Toezicht, de leden van het bevoegd gezag, de hoofden van diensten en teamleiders van een of meerdere onderwijsteams van de school.
1.7 – De vertrouwenspersoon en zijn plaatsvervanger worden door het bevoegd gezag, na instemming van de ondernemingsraad van de school, benoemd voor een periode van drie jaar en zijn onmiddellijk herbenoembaar. Bij benoeming wordt gestreefd naar een evenredige verdeling van mannelijke en vrouwelijke vertrouwenspersonen.
1.8 – De benoeming tot vertrouwenspersoon eindigt:
a. bij het einde van de benoemingstermijn;
b. bij beëindiging door het bevoegd gezag of op eigen verzoek óf bij overlijden;
c. bij beëindiging door het bevoegd gezag als uit hoofde van ziekte of gebreken, ongeschiktheid voor het vervullen van de functie blijkt, en ook bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld.


ARTIKEL 2BEVOEGDHEDEN VERTROUWENSPERSOON
2.1 – Vertrouwelijke gesprekken te voeren met degene die zich tot hem wendt.
2.2 – Met toestemming van degene die zich tot hem wendt, informatie in te winnen bij de (klachten)tussenpersoon en het bevoegd gezag als dat voor de uitoefening van de taken noodzakelijk is en om inzicht te krijgen in de eventuele mogelijkheden om te komen tot een oplossing.
2.3 – Het consulteren van één van de andere vertrouwenspersonen.
2.4 – Het raadplegen van hulpverleners, als dat voor de uitoefening van de taken noodzakelijk is.
2.5 – Het adviseren over gespecialiseerde (externe) hulpverlening of nazorg of doorverwijzen naar de klachtencoördinator of de (klachten)tussenpersoon van de school over mogelijk te volgen procedures.


ARTIKEL 3TAKEN VERTROUWENSPERSOON
3.1 – In alle gevallen een laagdrempelig luisterend oor bieden én een vertrouwelijk aanspreekpunt zijn, voor studenten en medewerkers, die te maken hebben (gehad) met ongewenst gedrag zoals seksuele intimidatie, geweld, rassendiscriminatie en andere vormen van discriminatie, agressie (waaronder pesten) en geweld.
3.2 – Aanspreekpunt voor studenten of medewerkers waarbij het niet gelukt is om problemen eerst zelf op te lossen.
3.3 – Verstrekken van informatie over mogelijke vervolgstappen om tot een oplossing te komen.
3.4 – Indien noodzakelijk of wenselijk verwijzing naar andere instanties gespecialiseerd in opvang en nazorg.
3.5 – Het bevoegd gezag adviseren over het beleid ten aanzien van preventie en bestrijding van ongewenst gedrag.
3.6 – De vertrouwenspersoon beheert in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving de onder hem berustende archiefbescheiden en vernietigt deze volgens wet- en regelgeving.
3.7 – De vertrouwenspersoon legt over zijn werkzaamheden achteraf verantwoording af aan het bevoegd gezag in een jaarlijkse rapportage, waarin (in algemene termen en geanonimiseerd) verslag wordt gedaan van o.a. het aantal en de aard van de verrichte handelingen.
3.8 – De vertrouwenspersoon neemt bij zijn werkzaamheden de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht. De vertrouwenspersoon is geheimhouding verschuldigd over hetgeen hem in die hoedanigheid bekend is geworden, tenzij de geldende wet- en regelgeving zich daartoe verzet. Deze verplichting vervalt niet nadat hij zijn taak als vertrouwenspersoon heeft neergelegd.
3.9 – De vertrouwenspersoon kan andere taken uitvoeren die hem worden opgedragen door het bevoegd gezag.


ARTIKEL 4FACILITEITEN
4.1 – Het bevoegd gezag draagt ervoor zorg dat medewerkers en studenten op de hoogte zijn van het bestaan van dit reglement vertrouwenspersonen.
4.2 – Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de vertrouwenspersoon in de gelegenheid wordt gesteld om zijn taken op adequate wijze te kunnen vervullen.


ARTIKEL 5SLOTBEPALINGEN
5.1 – Dit reglement wordt aangeduid als “Reglement vertrouwenspersoon Grafisch Lyceum Utrecht”.
5.2 – Op dit reglement is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
5.3 – Het bevoegd gezag publiceert dit reglement op de website van de school.
5.4 – In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.
5.5 – Het bevoegd gezag kan, gehoord de vertrouwenspersonen, het reglement wijzigen met inachtneming van de ter zake geldende wet- en regelgeving.
5.6 – Dit reglement vervangt alle voorgaande interne regelingen c.q. reglementen vertrouwenspersonen van de school.
5.7 – Ten aanzien van de gegevensverzameling worden de wettelijke bepalingen in acht genomen. In geval van vragen, bezwaren of klachten over de verwerking van persoonsgegevens door de school, kan per e-mail contact worden opgenomen met de ‘Functionaris Gegevensbescherming’ van de school, via: ibp@glu.nl of bij de klachtencoördinator van de school, via: klachtencoordinator@glu.nl
error: Alert: Content is protected –Grafisch Lyceum Utrecht–