Selecteer een pagina

het studentenstatuut

  1. OER/Studiegids
  2. |
  3. het studentenstatuut


HOOFDSTUK 1 – ALGEMENE BEPALINGEN

1.1 – AARD EN DOEL STUDENTENSTATUUT

In de onderwijsovereenkomst wordt verwezen naar dit studentenstatuut, dat daarmee onderdeel is geworden van de gehele overeenkomst tussen jou en het Grafisch Lyceum Utrecht (hierna te noemen: “de school”).
De bepalingen van dit studentenstatuut gelden voor alle studenten en examendeelnemers van de school (ook onderling) en waar van toepassing hun ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) voor zover zij in de rechten treden van minderjarigen.
Het is een plicht om je aan de algemene fatsoensnormen en de bepalingen van dit studentenstatuut te houden.
In dit studentenstatuut wordt verwezen naar andere informatiebronnen. Het is goed dat je op de hoogte bent van de inhoud van deze documenten en bijlagen van de school:
opleidingsblad en de algemene voorwaarden onderwijsovereenkomst
oer/studiegids van je beroepsopleiding
bruikleen boekenpakket
het bindend studieadvies
model praktijkovereenkomst
algemeen examenreglement
inschrijvingsblad examenovereenkomst
algemene voorwaarden examenovereenkomst
klachtenregeling studenten
commissie ongewenst gedrag
vertrouwenspersoon
klachten over examinering
werkwijze heroverwegingen examencommissie
commissie van beroep voor de examens
privacyverklaring van de school

De Studentenraad van de school heeft op 5 juni 2019 instemming gegeven voor dit studentenstatuut. Dit statuut vervangt alle voorgaande versies.
Het studentenstatuut van het Grafisch Lyceum Utrecht beschrijft de rechten en plichten van studenten en examendeelnemers van de school en de wijze waarop hiermee wordt omgegaan.
De hier gepubliceerde versie van het studentenstatuut, bevat toegevoegde aanvullingen over de klachtenregelingen van de school en ‘hyperlinks’ naar de toepasselijke regelingen, documenten en bijlagen.
Om de leesbaarheid van het studentenstatuut te vergroten, is gekozen voor de mannelijke vorm: waar “hij” staat, kun je ook “zij” lezen.
terug naar: oer/studiegids

1.2 – GELDIGHEID

Na instemming van de Studentenraad treedt dit studentenstatuut in werking op de datum van vaststelling door het bevoegd gezag (het College van Bestuur).

Het bevoegd gezag zorgt voor publicatie van dit statuut.

Het bevoegd gezag heeft de bevoegdheid om tussentijds dit statuut eenzijdig te wijzigen. De wijzigingen worden ter instemming voorgelegd aan de Studentenraad van de school. Als er geen wijzigingen zijn, wordt dit studentenstatuut van rechtswege stilzwijgend verlengd.

Op dit studentenstatuut is het Nederlands recht van toepassing. Bij eventuele tegenstrijdigheid van dit studentenstatuut met de verplichte bepalingen uit wet- en regelgeving hebben deze laatste voorrang.

In alle gevallen waarin dit studentenstatuut niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.

1.3STUDENTENRAAD

Je hebt recht op medezeggenschap. De school stimuleert je om actief betrokken te zijn bij de menings- en besluitvorming over kwesties binnen de school waarmee je te maken krijgt.

De school heeft een Studentenraad ingesteld die de belangen van alle ingeschreven studenten en examendeelnemers behartigt. De leden van de Studentenraad kunnen door jou gekozen worden, en je kunt jezelf natuurlijk ook verkiesbaar stellen.

1.4ADVIES- EN INSTEMMINGSRECHT/BEVOEGDHEDEN

De Studentenraad vergadert ten minste tweemaal per jaar met het bevoegd gezag over zaken die studenten en examendeelnemers aangaan.

De Studentenraad geeft adviezen over belangrijke aangelegenheden en voorgenomen besluiten van het bevoegd gezag. In de wet educatie en beroepsonderwijs is vastgelegd waarop de Studentenraad, advies- en instemmingsrecht heeft en welke bevoegdheden de Studentenraad daarbij heeft.

wet educatie en beroepsonderwijs: bevoegdheden studentenraad

1.5GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG

Binnen de school en in het leer- of stagebedrijf behandelt men elkaar met respect. Elke vorm van grensoverschrijdend, ongewenst (wan)gedrag en discriminatie (of direct onderscheid maken) is verboden.

Niemand mag gediscrimineerd worden op grond van zijn leeftijd, handicap of chronische ziekte, godsdienst /levensovertuiging, politieke gezindheid, sociaal-culturele identiteit (etniciteit), geslacht (man, vrouw, transgender), nationaliteit, seksuele gerichtheid (hetero-, homo- of biseksuele gerichtheid), burgerlijke staat (gehuwd, ongehuwd, geregistreerd partnerschap of een samenlevingscontract).

1.6GELIJKE BEHANDELING

Studenten en examendeelnemers hebben recht om in gelijke gevallen gelijk te worden behandeld.

1.7VRIJHEID VAN MENINGSUITING

Je hebt in beginsel recht op de vrije meningsuiting in overeenstemming met de Nederlandse wet- en regelgeving mits dit de voortgang van het onderwijs en de organisatie daarvan niet belemmeren en geen sprake is van discriminatie.

1.8VRIJHEID VAN GODSDIENST

De school is een openbare onderwijsinstelling die geen geloof uitdraagt. De school respecteert een ieders recht op godsdienstvrijheid binnen de kaders van de Nederlandse grondwet.

Bidden is op school toegestaan mits het bidden plaats vindt in je eigen tijd (dat is voor of na school en tijdens pauze of lesuitval) en op een plaats waar anderen niet gestoord worden.

1.9VEILIGHEID

Je hebt de plicht om de veiligheid en gezondheid van jezelf en van anderen niet in gevaar te brengen. Er is een bedrijfsnoodplan door de school opgesteld.

Er worden schoolbrede veiligheidsoefeningen georganiseerd, waaraan je medewerking dient te verlenen. Je bent verplicht om de aanwijzingen van de bedrijfshulpverleners direct op te volgen.

1.10IDENTIFICATIEPLICHT

Je hebt de plicht om bij inschrijving voor een beroepsopleiding (kwalificatie) of deelname aan een examen, om een geldig identiteitsbewijs te tonen ter verificatie van je identiteit.

De school behoudt zich het recht voor personen de toegang tot de terreinen of gebouwen te ontzeggen, als zij zich niet kunnen legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.

1.11KLEDINGVOORSCHRIFTEN

Op school geldt een algemeen verbod op het dragen van iedere vorm van gelaat bedekkende kleding. Dit verbod houdt in dat het niet is toegestaan kleding te dragen die jouw gelaat geheel of grotendeels bedekt dan wel onherkenbaar maakt.

Het verbod geldt niet als het dragen van gelaat bedekkende kleding noodzakelijk is ter bescherming van het lichaam in verband met de gezondheid of veiligheid of indien dit nodig is in verband met de eisen die aan de uitoefening van een beroep worden gesteld.

Het dragen van een hoofddoek of andersoortige hoofdbedekking is toegestaan, wanneer dit niet het volgen van het onderwijs, ook in de beroepspraktijkvorming, of het afleggen van een examen bemoeilijkt, gevaarlijk of onmogelijk maakt.

1.12FRAUDE

Alle vormen van fraude zijn strafbaar.

Fraude is een vorm van bedrog, waarbij zaken of situaties anders worden voorgesteld dan dat ze in werkelijkheid zijn, al dan niet op papier of digitaal.

Eventuele nadelige gevolgen door de verkregen straf zijn voor jouw rekening en risico.

In geval van examenfraude kun je bovendien aansprakelijk worden gesteld voor de kosten die extra worden gemaakt wanneer, door toedoen van je fraudehandelingen, medestudenten het examen opnieuw moeten afleggen.

algemeen examenreglement: onregelmatigheden
algemeen examenreglement: fraude
algemeen examenreglement: vervolgproces onregelmatigheden

1.13ICT-FACILITEITEN

Je hebt de plicht tot een juist gebruik van alle vormen van ICT-faciliteiten die de school gedurende de beroepsopleiding je aanbiedt.

De afdeling ICT van de school heeft de bevoegdheid om na te gaan of je onjuiste handelingen hebt verricht en beschikt over mogelijkheden om digitale fraude vast te stellen.

1.14GELUIDS-, FOTO- EN BEELDOPNAMEN

Als studenten of examendeelnemers geluids-, foto- en/of beeldopnamen willen maken, dan mag dat alleen na toestemming van de betrokkene(n).

Geluids-, foto- en beeldopnamen vallen onder de werking van de privacywetgeving (Algemene verordening gegevensbescherming – AVG).

1.15ROKEN, ALCOHOL EN (SOFT)DRUGS

Het bezit van, het gebruik en het handelen in alcohol en (soft)drugs, alsmede roken is niet toegestaan in de gebouwen en op de terreinen van de school.

1.16WAPENBEZIT

Je mag geen vuur- en/of (steek)wapens in je bezit hebben, bewaren, verhandelen of gebruiken in de gebouwen en op de terreinen van de school. Voorwerpen die eruitzien als een wapen of die als wapen kunnen worden gebruikt zijn ook niet toegestaan. Als je in het bezit bent van deze voorwerpen, kan dit leiden tot aangifte bij de politie. In geval van aangifte worden je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) op de hoogte gesteld.

1.17DIEFSTAL

Bij (vermoeden van) diefstal van eigendommen van de school wordt door het bevoegd gezag aangifte gedaan bij de politie. Bij (vermoeden van) diefstal van eigendommen van anderen, wordt gestimuleerd dat de benadeelde aangifte doet bij de politie.

1.18PRIVACYREGLEMENT

In het privacyreglement is vastgelegd over de wijze van verwerking van je (persoons)gegevens door de school. Je kunt het privacyreglement raadplegen via de website van de school.
privacyverklaring van de school

1.19PROBLEMEN

Heb je een probleem, dan verwachten wij dat je het eerst probeert om deze zelf op te lossen. Kom je met de betrokkene(n) er niet uit, vraag dan een gesprek aan met een docent die je vertrouwt of de studieloopbaanbegeleider.

Mocht dit niet lukken, dan kun je ook naar de vertrouwenspersoon gaan of als je dat liever wilt naar de (klachten)tussenpersoon van de school. Hopelijk wordt het probleem naar ieders tevredenheid opgelost.

1.20VERTROUWENSPERSOON

De school heeft vertrouwenspersonen benoemd. Je kunt kiezen voor een man of een vrouw. Je kunt je tot de vertrouwenspersoon wenden bij grensoverschrijdend of ongewenst (wan)gedrag, zoals bijvoorbeeld seksuele intimidatie, agressie (waaronder pesten), geweld en discriminatie.

De vertrouwenspersoon kan naar je luisteren, je begeleiden of je doorverwijzen naar externe hulpverlening.

reglement vertrouwenspersoon

1.21(KLACHTEN)TUSSENPERSOON

Als je voornemens bent om een klacht in te dienen en je wilt eerst informatie inwinnen of om inzicht te krijgen in de eventuele mogelijkheden van de school, dan kun je per e-mail een afspraak maken met de (klachten)tussenpersoon van de school via: klachtentussenpersoon@glu.nl

De (klachten)tussenpersoon fungeert als aanspreekpunt en beoordeelt tijdens een gesprek samen met jou of tot een oplossing kan worden gekomen, eventueel door bemiddeling.

De gesprekken met de (klachten)tussenpersoon vinden op school of online plaats en er zijn hier geen kosten aan verbonden.

algemene werkwijze klachten en geschillen

1.22KLACHTENREGELING

Je hebt het recht om op elk moment een klacht per e-mail in te dienen bij de klachtencoördinator van de school via: klachtencoordinator@glu.nl

Heb je een klacht mondeling geuit, dan moet je dit schriftelijk bevestigen bij de klachtencoördinator.

Vanaf het moment dat je schriftelijk een klacht hebt ingediend, starten officieel de termijnen en procedures voor het afhandelen van je klacht door de klachtenadviescommissie verbonden aan de school.

Nadat je een klacht hebt ingediend, kan een (klachten)tussenpersoon van de school je uitnodigen voor een gesprek. Hij kan samen met jou de klacht bespreken en beoordelen of tot een oplossing kan worden gekomen, eventueel door bemiddeling om ingewikkelde en tijdrovende formele afhandeling te voorkomen.

Wordt de ingediende klacht naar tevredenheid opgelost, dan volgt hierna geen formele afhandeling van je klacht door de klachtenadviescommissie.

Je kunt in dit gesprek ook aan de (klachten)tussenpersoon aangeven dat je liever wilt dat de klacht verder wordt afgehandeld door de klachtenadviescommissie van de school.

De klachtenadviescommissie neemt klachten van studenten, aspirant-studenten, voormalige studenten en examendeelnemers in behandeling over gedragingen van het bevoegd gezag van de school of ten behoeve van de school met taken belaste personen. De (hoor)zittingen van de klachtenadviescommissie vinden achter gesloten deuren plaats.

De klachtenadviescommissie geeft een advies aan het bevoegd gezag over een door jou schriftelijk ingediende klacht. Het bevoegd gezag neemt naar aanleiding van dit advies een definitief besluit.

Ben je het niet eens met dit besluit van het bevoegd gezag, dan kun je hierna een civielrechtelijke procedure starten.

reglement klachtenadviescommissie
indienen van een klacht bij de klachtenadviescommissie
wet educatie en beroepsonderwijs: klachten

1.23COMMISSIE ONGEWENST GEDRAG

Krijg of heb je te maken of ben je betrokken (geweest) bij seksuele intimidatie, ongewenst (wan)gedrag, agressie (waaronder pesten), geweld en discriminatie, dan kun je je klacht voorleggen aan de externe commissie ‘ongewenst gedrag’ verbonden aan de school.

De commissie ongewenst gedrag behandelt, achter gesloten deuren, klachten van studenten, aspirant-studenten, voormalige studenten en examendeelnemers over seksuele intimidatie, ongewenst gedrag, agressie (waaronder pesten), geweld en discriminatie.

Je kunt je klacht over seksuele intimidatie, ongewenst (wan)gedrag, agressie (waaronder pesten), geweld en discriminatie per e-mail indienen bij de commissie via: voorzitter@exkocie.nl

De commissie ongewenst gedrag brengt een rapport uit met haar advies en eventuele aanbevelingen aan het bevoegd gezag.

reglement commissie ongewenst gedrag
indienen van een klacht bij de commissie ongewenst gedrag

1.24EXAMENCOMMISSIE

Klachten over de examinering of klachten over een beslissing van een examinator, beoordelaar of van de examencommissie worden in behandeling genomen door de examencommissie van de school.

Heb je een klacht over de examinering, dan kun je je klacht per e-mail indienen bij de klachtencoördinator van de school via: klachtencoordinator@glu.nl.

Ben je het niet eens met de uitkomst van de afhandeling van je ingediende klacht, dan kun je hierna een verzoek tot heroverweging indienen (voorheen ‘bezwaar aantekenen’ genoemd). Het verzoek tot heroverweging examencommissie dient per e-mail via klachtencoordinator@glu.nl te worden ingediend.

Vanaf het moment dat je schriftelijk een verzoek tot heroverweging hebt ingediend, starten officieel de voorgeschreven termijnen en procedures voor het afhandelen van de klacht door de examencommissie in overeenstemming met de werkwijze heroverwegingen examencommissie.

indienen van een klacht over examinering bij de examencommissie
werkwijze heroverwegingen examencommissie
indienen van een verzoek tot heroverweging bij de examencommissie

1.25COMMISSIE VAN BEROEP VOOR DE EXAMENS

Als je het niet eens bent met een beslissing van de examencommissie of van een examinator of beoordelaar, dan kun je in beroep gaan bij de externe Commissie van beroep voor de examens (afgekort: ‘Cobex’) verbonden aan de school. Deze beroepszaken worden niet in behandeling genomen door de klachtenadviescommissie en ook niet door de examencommissie.

De Commissie van beroep voor de examens is ook de beroepsinstantie voor een gegeven bindend studieadvies – BSA.

Je kunt het beroepschrift tegen een beslissing van de examencommissie of van een examinator of beoordelaar of een beroepschrift tegen een gegeven bindend studieadvies per e-mail indienen bij de commissie via: cobex@glu.nl

Nadat je een beroepschrift hebt ingediend bij de Commissie van beroep voor de examens, kan een daartoe aangewezen ‘tussenpersoon cobex’ een afspraak met je maken voor een gesprek. De tussenpersoon cobex fungeert als aanspreekpunt en kan het beroepschrift met je bespreken en bezien of en hoe tot een oplossing kan worden gekomen, eventueel door bemiddeling.

Wordt het beroepschrift tijdens een of meerdere gesprekken met de ‘tussenpersoon codex’ naar ieders tevredenheid opgelost, dan volgt hierna geen formele afhandeling van het beroepschrift door de Commissie van beroep voor de examens. Je kunt in dit gesprek met de ‘tussenpersoon codex’ ook aangeven dat je liever wilt dat je beroepschrift verder wordt afgehandeld door de Commissie van beroep voor de examens.

Hoe je beroepschrift door de Commissie van beroep voor de examens verder wordt afgehandeld, kun je lezen in hun reglement. Je kunt dit reglement van de Commissie van beroep voor de examens raadplegen via de website van de school.

reglement commissie van beroep voor de examens (‘cobex’)
indienen van een beroepschrift
wet educatie en beroepsonderwijs: commissie van beroep voor de examens

HOOFDSTUK 2 – ONDERWIJSZAKEN


2.1AANMELDEN VOOR EEN BEROEPSOPLEIDING

Zodra je aangeeft dat je interesse hebt in een beroepsopleiding op onze school, dan kun je je aanmelden. Na aanmelding, ontvang je informatie over de toelatingsprocedure van de school: de “Studiekeuzecheck”.

Met deze informatie krijg je duidelijkheid over welke stappen je moet nemen en wat je rechten en plichten zijn tijdens het aanmeldingstraject.

intake activiteit
wet educatie en beroepsonderwijs: aanmelding uiterlijk op 1 april

2.2RECHT OP TOELATING

Je hebt recht op toelating tot een mbo-2 basisberoepsopleiding, een mbo-3 vakopleiding of een mbo-4 middenkaderopleiding als je voldoet aan de wettelijke eisen zoals de voor-opleidingseisen, rekening houdend met het aantal beschikbaar gestelde onderwijsplaatsen per beroepsopleiding.

Hoeveel onderwijsplaatsen per opleiding beschikbaar zijn, worden voorafgaand het nieuwe studiejaar uiterlijk op 1 oktober door het bevoegd gezag vastgesteld en gepubliceerd.

Studenten die op school al een beroepsopleiding volgen, krijgen voorrang bij plaatsing, als zij intern door- of afstromen.

de vooropleidingseisen
de opleidingen van de school

2.3ONDERWIJSOVEREENKOMST

Je wordt op school “student” genoemd vanaf het moment dat je inschrijving is vastgelegd in een overeenkomst en deze hebt ondertekend.

Door ondertekening van de overeenkomst ga je een verplichting aan met de school en accepteer je de algemene voorwaarden van de overeenkomst en ook de regels en verplichtingen van dit studentenstatuut.

De overeenkomst wordt schriftelijk met je aangegaan. Als één van de partijen zich niet aan de afspraken houdt, dan kunnen de partijen op basis van deze overeenkomst elkaar daarop aanspreken.

De inschrijving voor een opleidingsdomein of het kwalificatiedossier of de kwalificatie en leerweg kan pas plaats vinden nadat je, of als je nog minderjarig bent, door je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s), je persoonsgegevens aan de school hebt afgegeven, zoals je achternaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en het persoonsgebonden nummer.

Bij inschrijving voor een beroepsopleiding, vraagt de school om een geldig identiteitsbewijs ter verificatie van je identiteit.

onderwijsovereenkomst grafisch lyceum utrecht
algemeen examenreglement: toelating studenten

2.4EXAMENOVEREENKOMST

Je wordt op school “student” genoemd vanaf het moment dat je inschrijving is vastgelegd in een overeenkomst en deze hebt ondertekend.

Door ondertekening van de overeenkomst ga je een verplichting aan met de school en accepteer je de algemene voorwaarden van de overeenkomst en ook de regels en verplichtingen van dit studentenstatuut.

De overeenkomst wordt schriftelijk met je aangegaan. Als één van de partijen zich niet aan de afspraken houdt, dan kunnen de partijen op basis van deze overeenkomst elkaar daarop aanspreken.

De inschrijving voor een opleidingsdomein of het kwalificatiedossier of de kwalificatie en leerweg kan pas plaats vinden nadat je, of als je nog minderjarig bent, door je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s), je persoonsgegevens aan de school hebt afgegeven, zoals je achternaam, voorletters, geboortedatum, geslacht en het persoonsgebonden nummer.

Bij inschrijving voor een beroepsopleiding, vraagt de school om een geldig identiteitsbewijs ter verificatie van je identiteit.

examenovereenkomst grafisch lyceum utrecht
algemeen examenreglement: toelating examendeelnemers

2.5OER/STUDIEGIDS DE ONDERWIJS- EN EXAMENREGELING

In de OER/Studiegids kun je lezen welke regelingen de school je aanbiedt, zodat je je beroepsopleiding met succes kunt afronden. Voor elke beroepsopleiding is een OER/Studiegids vastgesteld door het bevoegd gezag.

Het vastgestelde OER/Studiegids van je opleiding kun je vinden via de website van de school.

De OER/Studiegids blijft geldig gedurende je inschrijving en voor zover van toepassing ook bij wijziging van je opleiding op school.

In de onderwijsregeling van de OER/Studiegids vind je informatie over hoe je beroepsopleiding is opgebouwd, hoeveel studiejaren jouw beroepsopleiding duurt, op welk niveau, voor welk beroep je wordt opgeleid en de studieresultaten die je in het eerste studiejaar van je beroepsopleiding ten minste moet gaan behalen.

In de examenregeling van de OER/Studiegids legt de school de belangrijkste zaken rond het examen vast. Een wezenlijk onderdeel van de examenregeling is de uitslagregeling. De uitslagregeling bepaalt wanneer je geslaagd bent voor het mbo-examen van je beroepsopleiding.

Op school wordt het onderwijs gegeven en de examens afgenomen in het Nederlands, tenzij de OER/Studiegids van je opleiding dit anders voorschrijft.

oer/studiegidsen
algemeen examenreglement

2.6BEROEPSPRAKTIJKVORMING

De beroepspraktijkvorming is voor iedere student en voor elke beroepsopleiding van de school een verplicht onderdeel. Wanneer en hoe lang je beroepspraktijkvorming gaat doen, staat in de OER/Studiegids van je opleiding.

Het is je plicht om je in te spannen om zelf een leer- of stagebedrijf te vinden of een door de school aan te wijzen leer- of stagebedrijf te accepteren. Je hebt recht op ondersteuning van de school bij het vinden van een passend leer- of stagebedrijf.

Met de beroepspraktijkvorming krijg je te maken met nieuwe of aanvullende rechten en plichten. De nieuwe of aanvullende rechten en plichten van de beroepspraktijkvorming worden vastgelegd in een praktijkovereenkomst. De praktijkovereenkomst wordt schriftelijk met je aangegaan en door ondertekening accepteren partijen de algemene voorwaarden behorende bij de praktijkovereenkomst.

Ben je nog minderjarig, dan vervalt in dit geval de plicht dat je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) de praktijkovereenkomst ook ondertekenen. Door de praktijkovereenkomst te ondertekenen, gaan de school, jij en het leer- of stagebedrijf een overeenkomst met elkaar aan. Als één van de partijen zich niet aan de afspraken houdt, dan kunnen de partijen op basis van deze overeenkomst elkaar daarop aanspreken.

In het leer- of stagebedrijf zal een praktijkopleider je (dagelijks) begeleiden. Van de school krijg je een stagebegeleider toegewezen. Het Bureau Bedrijfscontacten van de school is jouw aanspreekpunt voor alle zaken rondom de beroepspraktijkvorming.

Je hebt de plicht om je te houden aan de afspraken vastgelegd in de praktijkovereenkomst en om de (praktijk)opdrachten naar behoren uit te voeren.

Het leer- of stagebedrijf kan om een geldig identiteitsbewijs aan je vragen ter verificatie van je identiteit.

praktijkovereenkomst
oer/studiegids: de broepspraktijkvorming
wet educatie en beroepsonderwijs: de beroepspraktijkvorming

2.7AANWEZIGHEID

Je zorgt dat je op tijd aanwezig bent volgens het geldende les- of examenrooster. Het volgen van de opleidingsactiviteiten volgens het geldende les- of examenrooster is verplicht.

Bij aangekondigde wijzigingen van het les- of examenrooster kun je je niet beroepen op andere (of eerder gemaakte) afspraken buiten de school.

De school geeft in beginsel géén vrij buiten de vastgestelde vakanties. Je kunt tijdens de periode van de beroepspraktijkvorming je niet beroepen op de vastgestelde schoolvakanties.

onderwijsovereenkomst: tijdvakken en locaties
onderwijsovereenkomst: wederzijdse inspanningsverplichting

2.8BEGELEIDING

Door actief en regelmatig individuele of groepsgesprekken te voeren met je studieloopbaanbegeleider (afgekort: slb’er) maak je goed gebruik van je recht op begeleiding gedurende je beroepsopleiding op school.

Voor specifieke begeleiding, aanpassing of extra ondersteuning tijdens je beroepsopleiding of tijdens het afleggen van een examen kun je een beroep doen op de onderwijs- en examenvoorzieningen van de school. Je hebt recht op begeleiding door een docent sac (studiebegeleiding, -advies en coaching) bij het aanvragen daarvan.

De gemaakte afspraken worden vastgelegd. Je hebt recht op inzage van je dossier en in geval van minderjarigheid, ook je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s).

onderwijsovereenkomst: passend onderwijs
oer/studiegids: studentbegeleiding en ondersteuning

2.9STUDIEVOORTGANG

Gedurende de beroepsopleiding, wordt de studievoortgang van elke student bijgehouden door het onderwijsteam. Tijdens de resultatenvergadering wordt de studievoortgang van de student besproken. Na afloop van deze vergadering ontvangt, in de regel, elke student een terugkoppeling van zijn studievoortgang.

Vanaf de inschrijving én in het eerste opleidingsjaar voor de beroepsopleiding geldt voor elke student een speciale procedure, te weten: het bindend studieadvies – BSA.

Stroom je later in het startjaar van je opleiding óf stroom je, in je eerste studiejaar op onze school in een hogere leerjaar, ook dan ontvang je het bindend studieadvies tussen de negende maand en het einde van je eerste opleidingsjaar.


oer/studiegids: studieresultaten

2.10HET BINDEND STUDIEADVIES (BSA)

Elke student krijgt tussen de negende maand en het einde van zijn eerste opleidingsjaar een bindend studieadvies (afgekort: BSA) van het bevoegd gezag.

Het bindend studieadvies is gebaseerd op je behaalde studieresultaten van je eerste opleidingsjaar aan het Grafisch Lyceum Utrecht. Een overzicht van de te behalen studieresultaten voor het eerste opleidingsjaar kun je vinden in de OER/Studiegids van je beroepsopleiding.

Het bindend studieadvies is niet vrijblijvend.

Het bindend studieadvies kan positief of negatief zijn.

Is het bindend studieadvies positief, dan betekent dit dat je verder mag met je beroepsopleiding. Je krijgt daarover geen aparte brief. Het is mogelijk dat je vakken of (een deel van) het jaar moet overdoen. Dit zal het onderwijsteam van je beroepsopleiding met je bespreken en dat wordt dan wel schriftelijk aan je bevestigd.

Is het bindend studieadvies negatief, dan betekent dit dat je niet verder mag met je beroepsopleiding. Voordat je een negatief bindend studieadvies krijgt, ontvang je eerst een negatief voorlopig studieadvies uiterlijk na afloop van de tweede lesperiode van je eerste studiejaar.

Bij een negatief voorlopig studieadvies wordt met je afgesproken welke verbeteringen je minimaal moet laten zien in een verbetertermijn. Dit wordt vastgelegd. Als er onverwachte persoonlijke omstandigheden bestaan, ondersteunt de school je met wat redelijkerwijs mogelijk is.

Na de verbetertermijn worden de gemaakte afspraken door de school geëvalueerd. Dit kan leiden tot een positief bindend studieadvies dat schriftelijk aan je zal worden bevestigd. Als het leidt tot een negatief bindend studieadvies dan ontvang je daarover een brief.

Ingeval van een negatief bindend studieadvies wordt in ieder geval bezien of kan worden overgestapt naar een andere beroepsopleiding binnen de school of naar een ander niveau of leerweg. Als we daarover tot een afspraak komen dan ontvang je een nieuw opleidingsblad, waarin de afgesproken wijziging is opgenomen.

Mocht het binnen acht weken niet lukken afspraken te maken over het overstappen naar een andere beroepsopleiding of naar een ander niveau of leerweg binnen de school en het ook niet gelukt is een andere passende opleiding buiten de school te vinden, waarbij we je ondersteuning/begeleiding bieden, dan zal worden besloten tot ontbinding van de onderwijsovereenkomst en zal uitschrijving plaatsvinden. Bij minderjarigheid worden je ouder(s)/ wettelijk vertegenwoordiger(s) geïnformeerd.

Na ontbinding van de onderwijsovereenkomst door het bevoegd gezag, mag jezelf niet opnieuw inschrijven voor dezelfde beroepsopleiding van de school.

Ben je het niet eens met het gegeven bindend studieadvies, dan kun je tegen dit besluit van het bevoegd gezag in beroep gaan bij de Commissie van beroep voor de examens.

Wil je in beroep gaan bij deze commissie, dan moet je binnen tien dagen na het gegeven bindend studieadvies, het beroep schriftelijk en met redenen omkleed indienen bij de Commissie van beroep voor de examens.

onderwijsovereenkomst: negatief (bindend) studieadvies
onderwijsovereenkomst: duur en beëindiging overeenkomst
wet educatie en beroepsonderwijs: bindend studieadvies

2.11ORIËNTATIETRAJECT “KIES JE TOEKOMST”

In het zoeken naar en bij het vinden van een andere opleiding binnen of buiten de school, heb je recht op begeleiding.

We noemen dit oriëntatie traject: “Kies je toekomst”.

De oriëntatie kan per individuele student anders van vorm, omvang en inhoud zijn.

Tijdens de begeleiding en het oriëntatietraject “Kies je toekomst” blijft je inschrijving voor je opleiding in stand en blijf je ook tijdens het oriëntatietraject de geplande lessen van je lesrooster volgen.

oer/studiegids: studentbegeleiding en ondersteuning
onderwijsovereenkomst: duur en beëindiging overeenkomst

2.12RECHT OP BIJZONDER VERLOF

Bijzonder verlof kan aan je worden verleend wanneer sprake is van gewichtige omstandigheden. Op eerste verzoek dien je een schriftelijk bewijs te kunnen overleggen aan de teamleider van je beroepsopleiding voor het aanvragen van bijzonder verlof.

In geval van verkregen bijzonder verlof, heb je de plicht om vooraf afspraken te maken met de teamleider van je beroepsopleiding over hoe en op welke wijze je de opleidingsactiviteit inhaalt of dat er andere afspraken hiervoor gelden, rekening houdend met de persoonlijke kenmerken of omstandigheden.

onderwijsovereenkomst: afwezigheid
examenreglement: aanwezigheid bij het examen

2.13DIPLOMA, CERTIFICAAT, MBO-VERKLARING

Als je een beroepsopleiding met goed gevolg hebt afgesloten, heb je recht op een mbo-diploma. Een mbo-diploma geeft recht op doorstroom in het mbo- of hbo-vervolgonderwijs.

In geval van ongediplomeerd uitstroom kun je in aanmerking komen voor een certificaat keuzedeel, zodra je kunt aantonen dat je een of meer keuzedelen, waarbij een certificaat is verbonden, met goed gevolg hebt afgesloten.

Een verkregen certificaat keuzedeel kan recht op vrijstelling opleveren in het mbo-vervolgonderwijs.

Als je voortijdig je hebt laten uitschrijven of ongediplomeerd je opleiding verlaat én je hebt één of meer examenonderdelen van je beroepsopleiding met goed gevolg afgesloten, dan kun je een mbo-verklaring krijgen van de examencommissie.

De mbo-verklaring krijg je automatisch als:
– je jonger bent dan 23 jaar; en
– je nog geen startkwalificatie hebt; en
– je niet meer bij een opleiding staat ingeschreven.

In andere gevallen vraag je de mbo-verklaring zelf aan bij de examencommissie van de school.

examenreglement: diploma en resultatenlijst
wet educatie en beroepsonderwijs: mbo-verklaring

HOOFDSTUK 3 – (DISCIPLINAIRE) MAATREGELEN


3.1SOORTEN MAATREGELEN

Als je de (huis)regels overtreedt, zoals o.a. neergelegd in de (aanvullende) onderwijsovereenkomst, de praktijkovereenkomst, de op deze overeenkomsten van toepassing zijnde algemene voorwaarden en dit studentenstatuut, wangedrag vertoont en/of met opzet of grove nalatigheid schade toebrengt aan gebouwen/eigendommen van de school of derden zullen maatregelen worden getroffen.

Er zijn diverse soorten maatregelen: lichte vormen van straf zoals onder andere het uitvoeren van een extra opdracht, uit de klas sturen, schriftelijke berisping en het (met onmiddellijke ingang) ontzeggen van de toegang tot bepaalde gebouwen/terreinen of onderwijsactiviteiten voor korte tijd.

De meest vergaande vormen zijn de disciplinaire maatregelen van schorsing en verwijdering.

Bij het opleggen van een straf dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen straf en de ernst/aard van de gedraging/overtreding.

3.2LICHTE VORMEN VAN STRAF

Met uitzondering van de gang van zaken bij schorsing of verwijdering, is de medewerker van de school bevoegd tot het opleggen van straf. De lichte vorm van straf kan schriftelijk of mondeling aan je worden opgelegd en kan per direct ingaan of op een ander nader te bepalen tijdstip.

De medewerker van de school beslist over de startdatum, het tijdstip, de duur en de wijze waarop de straf wordt nagekomen. Je hebt de plicht om praktische uitvoering te geven aan de opgelegde straf. De straf wordt toegevoegd aan je studentendossier.

Voorbeelden van lichte vormen van straf zijn (al dan niet in combinatie):
• uit de klas sturen;
• het uitvoeren van een extra opdracht binnen of buiten de school;
• tijd voor tijd inhalen;
• het (met onmiddellijke ingang) ontzeggen van de toegang tot bepaalde gebouwen/ terreinen of onderwijsactiviteiten voor korte tijd;
• berisping.

3.3SCHORSING

Een schorsing is een zwaardere maatregel van de school.

Aanleiding voor een schorsing kan (maar niet uitsluitend) zijn (al dan niet in combinatie):
• het niet (blijven) nakomen van je verplichtingen op grond van de (aanvullende) onderwijsovereenkomst, de praktijkovereenkomst, de op deze overeenkomsten van toepassing zijnde algemene voorwaarden en dit studentenstatuut;
• het niet (blijven) volgen van het geldende les- of examenrooster;
• het niet (blijven) volgen van de afgesproken werktijden tijdens de beroepspraktijkvorming;
• bij overtreding van de huisregels van de school of van het leer- of stagebedrijf;
• de dagelijkse orde, veiligheid, gang van zaken, voortgang van de les- of opleidingsactiviteit (blijven) verstoren;
• als de school van oordeel is dat het welzijn/de veiligheid van de studenten en/of de voortgang van het onderwijsproces in het geding is;
• bij ongewenst (wan)gedrag in de ruimste zin van het woord.

Het bevoegd gezag kan je gedurende een periode van maximaal vijf schooldagen schorsen. Als het bevoegd gezag overweegt een schorsing op te leggen, word je in de gelegenheid gesteld te worden gehoord door een door het bevoegd gezag aan te wijzen persoon. Ben je minderjarig, dan worden je ouders uitgenodigd daarbij aanwezig te zijn.

Als naar het oordeel van de school onmiddellijk optreden noodzakelijk is, kun je met onmiddellijke ingang worden geschorst.

De schorsing kan mondeling/telefonisch dan wel schriftelijk geschieden. In geval van een mondelinge/telefonische schorsing, zal het bevoegd gezag de schorsing schriftelijk bevestigen met daarin de reden, de startdatum en de duur van de schorsing. Een afschrift van deze brief wordt toegevoegd aan je studentendossier.

De schorsing betekent dat je voor de duur van de schorsing niet toegelaten wordt voor deelname aan de lessen of opleidingsactiviteiten volgens het geldende les- of examenrooster van je beroepsopleiding en geen toegang hebt tot de gebouwen/terreinen van de school of van het leer- of stagebedrijf. Je hebt de plicht om praktische uitvoering te geven aan de opgelegde schorsing.

Het bevoegd gezag kan een periode van schorsing van maximaal vijf schooldagen (of stagedagen) met maximaal vijf aaneengesloten schooldagen (of stagedagen) verlengen.

Ben je nog leerplichtig, dan wordt de schorsing gemeld aan de leerplichtambtenaar van je woonplaats. Bij minderjarigheid worden je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) door de school over de schorsing geïnformeerd.

Ben je het niet eens met het besluit van het bevoegd gezag tot schorsing, dan kun je dit binnen een termijn van vijf schooldagen na dagtekening van het besluit tot het opleggen van de schorsing schriftelijk kenbaar maken bij het bevoegd gezag.

De in de klachtenregeling van de school beschreven procedure is van toepassing.

reglement klachtenadviescommissie
indienen van een klacht bij de klachtenadviescommissie

3.4VERWIJDERING EN UITSCHRIJVING VAN DE BEROEPSOPLEIDING

Verwijdering en uitschrijving van je beroepsopleiding is de zwaarste maatregel van de school.

Aanleiding voor een verwijdering kan (maar niet uitsluitend) zijn (al dan niet in combinatie):
– het niet nakomen van je verplichtingen op grond van de (aanvullende) onderwijsovereenkomst, de praktijkovereenkomst, de op deze overeenkomsten van toepassing zijnde algemene voorwaarden en dit studentenstatuut en je een schriftelijke waarschuwing hebt ontvangen en daarbij bent gewezen op de mogelijke consequenties van je handelen en/of nalaten;
– een schorsingsmaatregel niet het gewenste effect heeft gehad;
– ernstig wangedrag op school of tijdens de beroepspraktijkvorming: van ernstig wangedrag kan onder meer sprake zijn in geval van misdrijf of strafbare poging daartoe in de zin van het Wetboek van Strafrecht zoals diefstal, verduistering, belediging, bedreiging, mishandeling, afpersing, vernieling, handel in en gebruik van verdovende middelen en wapenbezit.

Als het bevoegd gezag voornemens is tot definitieve verwijdering over te gaan, ontvang je daarover een aangetekende brief met motivering.

Je wordt in de gelegenheid gesteld binnen vijf dagen te worden gehoord. Ingeval je minderjarig bent, worden ook je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) daarvoor uitgenodigd.

Binnen tien schooldagen na dagtekening van het voornemen tot definitieve verwijdering ontvang je van het bevoegd gezag een aangetekende brief met daarin het besluit. Bij minderjarigheid worden je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) door de school over het besluit geïnformeerd.

Ben je nog leerplichtig, dan wordt een besluit tot verwijdering gemeld aan de leerplichtambtenaar van je woonplaats.

Ben je onder de 23 jaar zonder startkwalificatie, dan wordt in dit geval ook de gemeente van je woonplaats geïnformeerd.

Tijdens de behandeling van een (voorgenomen) besluit tot verwijdering en uitschrijving, kan het bevoegd gezag besluiten je de toegang tot de onderwijsactiviteiten en/of de terreinen en de gebouwen van de school te ontzeggen, tenzij deze maatregel in termen van voortgang van de beroepsopleiding een onomkeerbare situatie veroorzaakt.
In die gevallen geeft het bevoegd gezag aan hoe van de voortgang van de beroepsopleiding kan worden gerealiseerd.

Ben je nog minderjarig of heb je nog geen startkwalificatie in je bezit, dan zoekt de school gedurende een periode van acht schoolweken een andere onderwijsinstelling die bereid is je toe te laten. In dat geval word je definitief uitgeschreven zodra de andere onderwijsinstelling jou heeft ingeschreven.

Gedurende deze periode van acht schoolweken kan je de toegang tot de onderwijsactiviteiten bij de school worden ontzegd. Indien aantoonbaar gedurende acht schoolweken zonder succes is gezocht naar een andere onderwijsinstelling, dan kan het bevoegd gezag tot verwijdering overgaan.

Bij definitieve verwijdering en uitschrijving geldt het definitief uitsluiten van het volgen van alle beroepsopleidingen die door de school verzorgd worden.

Dit betekent dat als je definitief verwijderd bent, je ook geen andere beroepsopleidingen mag volgen aan het Grafisch Lyceum Utrecht. Het opnieuw inschrijven voor een beroepsopleiding op school is in dit geval niet meer toegestaan.

Je bent persoonlijk verantwoordelijk voor alle gevolgen van de uitschrijving en voor het nemen van de acties die daar het gevolg van zijn zoals beëindiging van studiefinanciering, studentenreisproduct e.d.

De school vernietigt je persoonsgegevens twee jaar nadat je bent verwijderd en uitgeschreven. Uitzonderingen hierop zijn die persoonsgegevens waarvoor een wettelijk verplichte bewaartermijn geldt.

Ben je het niet eens met het besluit van het bevoegd gezag tot verwijdering dan kunt je dit binnen een termijn van tien schooldagen na dagtekening van het besluit tot verwijdering schriftelijk kenbaar maken bij het bevoegd gezag.

De in de klachtenregeling van de school beschreven procedure is van toepassing.

reglement klachtenadviescommissie
indienen van een klacht bij de klachtenadviescommissie
onderwijsovereenkomst: duur en beëindiging overeenkomst
Ten aanzien van de gegevensverzameling worden de wettelijke bepalingen in acht genomen. In geval van vragen, bezwaren of klachten over de verwerking van persoonsgegevens door de school, kan per e-mail contact worden opgenomen met de ‘Functionaris Gegevensbescherming’ van de school, via: ibp@glu.nl of bij de klachtencoördinator van de school, via: klachtencoordinator@glu.nl

error: Alert: Content is protected –Grafisch Lyceum Utrecht–