Selecteer een pagina

onderwijsovereenkomst

  1. OER/Studiegids
  2. |
  3. onderwijsovereenkomst

ONDERWIJSOVEREENKOMST
DE ALGEMENE VOORWAARDEN VAN DE SCHOOL


ARTIKEL 1 – OPLEIDINGSBLAD ONDERWIJSOVEREENKOMST
ONDERGETEKENDEN:
Het Grafisch Lyceum Utrecht, gevestigd in Utrecht, hierna te noemen “de school”, in dit geval vertegenwoordigd door Sandra Beentjes, in haar functie van voorzitter College van Bestuur, en

Achternaam:

Voorletters:

Geboortedatum:

Geboorteplaats:

Straat en huisnummer:

Postcode en woonplaats:

Studentnummer:
HIERNA TE NOEMEN “DE STUDENT” KOMEN ALS VOLGT OVEREEN:

1.1 – Dit opleidingsblad vormt samen met de algemene voorwaarden de tussen de partijen gesloten onderwijsovereenkomst. Voor zover daarvan in dit opleidingsblad of in een bijlage bij de onderwijsovereenkomst niet wordt afgeweken, zijn de algemene voorwaarden van toepassing. Als de school het opleidingsblad voor de tweede of daaropvolgende keer uitgeeft, hoeft deze niet opnieuw ondertekend te worden. Het nieuwe opleidingsblad vervangt het voorgaande opleidingsblad.

1.2 – De school schrijft de student in voor de opleiding genoemd onder Artikel 2.
ARTIKEL 2 – DE OPLEIDINGSINSCHRIJVING
DE STUDENT WORDT INGESCHREVEN VOOR DE VOLGENDE OPLEIDING:

Naam van de opleiding:

Naam kwalificatie:

Crebocode kwalificatie:

Crebocode kwalificatiedossier:

Niveau:

Leerweg:

Omvang van de keuzedeelverplichting: zoals opgenomen in de OER/Studiegids van de opleiding.

Startdatum opleiding:

Verwachte einddatum:
Let op (dit geldt voor de student): als jouw bovenstaande persoons- en/of opleidingsgegevens niet kloppen, neem dan binnen tien werkdagen contact op met het Studenten Servicepunt van de school.
Wijzigingen van het opleidingstraject zoals vermeld op dit opleidingsblad kunnen gevolgen hebben voor het recht op studiefinanciering en het studentenreisproduct. Kijk voor meer informatie op: duo.nl/particulier/
ARTIKEL 3 – ONDERTEKENING
De student verklaart door ondertekening kennis te hebben genomen van en in te stemmen met de algemene voorwaarden die deel uitmaken van deze onderwijsovereenkomst. De school verklaart door ondertekening van deze overeenkomst de in deze overeenkomst en de algemene voorwaarden opgenomen verplichtingen te zullen nakomen. De algemene voorwaarden onderwijsovereenkomst zijn te downloaden via de websites van de school.
3.1 – De student verklaart door ondertekening kennis te hebben genomen van en in te stemmen met de documenten waarnaar in deze overeenkomst en in de algemene voorwaarden wordt verwezen.
3.2 – De student verklaart de documenten die onderdeel uitmaken van deze overeenkomst of als bijlage(n) bij deze overeenkomst worden gevoegd te hebben ingezien.
3.3 – Als de student minderjarig is, ondertekent zijn ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) deze overeenkomst ook.
3.4 – De ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) stemmen er door ondertekening mee in dat de minderjarige student de praktijkovereenkomsten in deze opleiding zelfstandig ondertekent.
3.5 – De student verklaart zich bekend met de verplichting tot het betalen van lesgeld op grond van de Les- en cursusgeldwet.
3.6 – De student stemt in met het in bruikleen nemen van het boekenpakket dat hoort bij de opleiding en verklaart door ondertekening kennis te hebben genomen van de algemene voorwaarden bruikleen boekenpakket en daarmee in te stemmen.
ALDUS OVEREENGEKOMEN EN ONDERTEKEND DOOR:
GRAFISCH LYCEUM UTRECHT
Vertegenwoordigd door Sandra Beentjes, voorzitter College van Bestuur
Handtekening bevoegd gezag
Utrecht, | Datum:
NAAM STUDENT
Handtekening student
Datum: | Plaats:
Mede ondertekening in het geval van minderjarigheid student, naam ouder/wettelijk vertegenwoordiger:
Handtekening ouder/wettelijk vertegenwoordiger
Datum: | Plaats:

DIT IS EEN OFFICIEEL DOCUMENT. HET ZELF AANBRENGEN VAN WIJZIGINGEN MAAKT DEZE ONDERWIJSOVEREENKOMST ONGELDIG. DOCUMENTEN DIE ONDERDEEL UITMAKEN VAN DEZE OVEREENKOMST OF ALS BIJLAGE(N) BIJ DEZE OVEREENKOMST WORDEN GEVOEGD ZIJN TE DOWNLOADEN VIA DE WEBSITES VAN DE SCHOOL.

ARTIKEL 4 – AARD VAN DE OVEREENKOMST

4.1 – De algemene voorwaarden vormen samen met het opleidingsblad en eventuele bijlage(n) de onderwijsovereenkomst als bedoeld in Artikel 8.1.3 Onderwijsovereenkomst van de Wet educatie en beroepsonderwijs (afgekort: WEB).
4.2 – In deze overeenkomst staan de algemene rechten en plichten van partijen. Bepalingen die specifiek gaan over de door de student te volgen opleiding staan op het opleidingsblad. Het opleidingsblad is een onlosmakelijk onderdeel van de onderwijsovereenkomst. Overal waar in deze overeenkomst ‘opleiding’ staat, wordt de opleiding bedoeld zoals vermeld op het opleidingsblad.
4.3 – De opleidingsgegevens zoals opgenomen in  Artikel 2 van het opleidingsblad kunnen gedurende de opleiding met wederzijdse instemming van partijen worden gewijzigd of aangevuld. De opleidingsgegevens kunnen alleen worden gewijzigd op verzoek en met instemming van de student, al dan niet via, in of na overleg met of op advies van een functionaris van de school. De school kan de student hierin altijd actief adviseren. Het opleidingsblad wordt dan gedurende de looptijd vervangen door een nieuw opleidingsblad, dat de school schriftelijk (op papier/digitaal) stuurt naar de student (en in geval van een minderjarige student ook naar zijn ouder(s) en/of wettelijk vertegenwoordiger).
4.4 – Als de student of in geval van een minderjarige student zijn ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger(s), niet akkoord gaat met de inhoud van het nieuwe opleidingsblad al dan niet omdat de aangepaste opleidingsgegevens niet correct zijn weergegeven, dan moet hij dit binnen tien schooldagen schriftelijk of mondeling aan de school doorgeven. De opleidingsgegevens worden in dergelijk geval gecorrigeerd. In dit geval blijft de student de opleiding volgen zoals vermeld op het vorige opleidingsblad. Als de student niet binnen de afgesproken termijn reageert, vervangt het nieuwe opleidingsblad het vorige opleidingsblad en wordt daarmee een onlosmakelijk onderdeel van de onderwijsovereenkomst.
4.5 – De student en in het geval van minderjarigheid de ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) heeft recht op inzage in het eigen dossier.

ARTIKEL 5 – INHOUD EN INRICHTING

5.1 – De inhoud en inrichting van de opleiding en examenvoorzieningen staan in de onderwijs- en examenregeling (OER/Studiegids) van de opleiding. De OER/Studiegids behorende bij de opleiding zoals op het opleidingsblad onder  Artikel 2 is vermeld, wordt uiterlijk bij aanvang van de opleiding gepubliceerd via: oer.gluweb.nl
5.2 – Van de opleiding op basis van de herziene kwalificatiedossiers maken keuzedelen onlosmakelijk onderdeel uit. Het volgen van keuzedelen en afsluiten met een examen is een verplicht onderdeel van de opleiding. De student kiest gedurende de opleiding de keuzedelen. Wanneer een student een keuze maakt om een keuzedeel te gaan volgen, wordt dit geregistreerd op het opleidingsblad dat een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de onderwijsovereenkomst. Als de student later in zijn opleiding een keuze voor een keuzedeel maakt, dan wordt er een nieuw opleidingsblad bij de onderwijsovereenkomst afgesloten. Het aantal keuzedelen is afhankelijk van het soort opleiding.
5.3 – Een student kan met de school aanvullende maatwerkafspraken maken over bijvoorbeeld extra begeleiding. Deze afspraken worden in een bijlage bij deze onderwijsovereenkomst gevoegd.
5.4 – Op grond van bewijsstukken kan een student vrijstelling krijgen voor een bepaald examenonderdeel. De gevallen waarin dat kan, staan beschreven in de OER/Studiegids van de opleiding. Het bewijs van de vrijstelling komt in het studentendossier. De school geeft de student een bewijs van de verkregen vrijstelling. Daarop kan als dat aan de orde is, ook worden vermeld of de vrijstelling voor een beperkte tijd geldig is.
5.5 – De beroepspraktijkvorming (afgekort: BPV) is een verplicht onderdeel van deze opleiding. Afspraken over de beroeps-praktijkvorming staan in een praktijkovereenkomst tussen de school, de student en het leerbedrijf dat de BPV verzorgt.
5.6 – De school heeft de zorgplicht de student te helpen bij het vinden van een BPV-plek. De student moet zich inspannen om een BPV-plek te vinden en/of moet een BPV-plek accepteren.

ARTIKEL 6 – TIJDVAKKEN EN LOCATIES

6.1 – De school maakt het rooster en de locaties op tijd voor het begin van de lessen (of de examens) aan de student bekend. De school maakt het rooster bekend via de website van de school.
6.2 – De student moet de opleidingsactiviteiten volgens het geldende rooster volgen.
6.3 – De school mag het rooster en de locaties om organisatorische en/of onderwijsinhoudelijke redenen wijzigen. De school spant zich in wijzigingen van het rooster en/of de locatie op tijd en voor aanvang van de les of examen door te geven aan de student.
6.4 – De school verwacht van de student dat hij op tijd, dat wil zeggen voor het begin van de opleidingsactiviteit, op de locatie in de klas of examenruimte aanwezig is.

ARTIKEL 7 – WEDERZIJDSE INSPANNINGSVERPLICHTING

7.1 – De school organiseert het onderwijs en de examinering daarvan op zo’n manier dat de student de opleiding redelijkerwijs binnen de gestelde termijn met succes af kan ronden. Te weten voor of uiterlijk op de verwachte einddatum die onder  Artikel 2 op het opleidingsblad staat. De school draagt zorg voor het realiseren van de ingeroosterde lessen en andere activiteiten en zorgt in het geval van lesuitval binnen haar mogelijkheden voor een passend alternatief. In uitzonderlijke gevallen, kan het bevoegd gezag een alternatieve termijn voor de opleiding vaststellen. In dit geval moet via een nieuw opleidingsblad een nieuwe verwachte einddatum met de student worden afgesproken.
7.2 – De student spant zich zo goed mogelijk in om de opleiding binnen de gestelde termijn met succes af te ronden. Dat is voor of uiterlijk op de verwachte einddatum die onder  Artikel 2 op het opleidingsblad staat. In het bijzonder is de student verplicht daadwerkelijk aan opleidingsactiviteiten deel te nemen, tenzij dit om zwaarwegende redenen niet van hem kan worden verwacht.

ARTIKEL 8 – FINANCIËLE VERPLICHTINGEN

8.1 – Aan het volgen van de opleiding zijn de wettelijke vastgestelde les- en/of cursusgelden verbonden.
8.2 – De school bekostigt de onderwijsactiviteiten en de daarvoor benodigde inventaris die op basis van het betreffende kwalificatiedossier noodzakelijk zijn om studenten in staat te stellen het onderwijs te volgen en het diploma te behalen.
8.3 – De student verklaart door ondertekening van de onderwijsovereenkomst kennis te hebben genomen van de lijst met onderwijsbenodigdheden waar hij voor aanvang van de opleiding over moet beschikken. De onderwijsbenodigdhedenlijst is opgenomen als bijlage in de OER/Studiegids van de opleiding en op de website van de school. De student bepaalt zelf hoe en waar hij deze onderwijsbenodigdheden aanschaft.
8.4 – Daarnaast kan de school opleidingsactiviteiten aanbieden waar de student zich op vrijwillige basis door de school voor kan laten inschrijven. Voor deze extra opleidingsactiviteiten kan de school extra kosten in rekening brengen. Dit is de vrijwillige bijdrage. De studenten die ervoor kiezen aan deze activiteiten deel te nemen, moeten deze kosten apart betalen. Afspraken over de vrijwillige bijdrage staan in een aparte overeenkomst tussen student en school en vallen buiten het kader van deze overeenkomst.
8.5 – De inschrijving is niet afhankelijk van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage overeenkomstig WEB Artikel 8.1.4
8.6 – In voorkomend geval worden in een aparte regeling die als bijlage bij de onderwijsovereenkomst wordt gevoegd, afspraken gemaakt over de terugbetaling van cursusgeld in andere dan wettelijk bedoelde situaties, zoals vastgelegd in Artikel 14 van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000.

ARTIKEL 9 – PASSEND ONDERWIJS

9.1 – Indien van toepassing worden voor individuele studenten aanvullende afspraken gemaakt over extra begeleiding in het kader van Passend Onderwijs. Afspraken over de ondersteuning worden in principe voor aanvang van de opleiding gemaakt, maar kunnen ook tijdens de looptijd van deze onderwijsovereenkomst worden gemaakt of worden aangepast. De nadere invulling van deze afspraken wordt in een Bijlage bij de onderwijsovereenkomst neergelegd. Deze maakt onlosmakelijk onderdeel uit van deze onderwijsovereenkomst. De Bijlage moet opnieuw worden ondertekend.
9.2 – De student levert de school de benodigde informatie over de (mogelijke) extra ondersteuningsbehoefte zodat de school deze ondersteuning kan bieden. Wanneer blijkt dat hij deze informatie verzwijgt, wordt de extra ondersteuning ook niet opgenomen in (de Bijlage bij) de onderwijsovereenkomst. De school hoeft de noodzakelijke ondersteuning dan ook niet te leveren. Als tijdens de opleiding blijkt dat de student een ondersteuningsbehoefte heeft, kan de school zelf vaststellen of zij hieraan alsnog tegemoet kan komen.

ARTIKEL 10 – ZIEKTE EN AFWEZIGHEID

10.1 – Als de student wegens ziekte of andere zwaarwegende persoonlijke omstandigheden opleidingsactiviteiten niet kan volgen, moet hij dit zo snel mogelijk –bij voorkeur op de dag zelf– gemeld worden bij de studieloopbaanbegeleider (afgekort: slb’er) van de student.
10.2 – De school kan de student in geval van (langdurige) ziekte vragen een verklaring van een arts in te leveren, waarin staat dat de student wegens medische redenen de onderwijsactiviteiten niet kan volgen.
10.3 – Als de student met een andere reden dan ziekte niet aan een opleidingsactiviteit deel kan nemen, moet hij uiterlijk twee werkdagen voor die activiteit onder opgave van redenen verlof vragen bij de teamleider van zijn opleiding.
10.4 – De student die (bijzonder) verlof heeft gekregen van de teamleider van zijn opleiding, is verplicht de betreffende onderwijsactiviteit in te halen, tenzij anders is afgesproken.
10.5 – Als de student onder de werking van hoofdstuk II van de Wet op de Studiefinanciering valt en gedurende een aaneengesloten periode van tenminste vijf weken zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen, maakt de school daarvan een aantekening en doet zij melding aan de Dienst Uitvoering Onderwijs (afgekort: DUO), conform de in Artikel 8.1.7 van de WEB genoemde voorwaarden.
10.6 – Als de student onder de Leerplichtwet valt en zonder geldige reden les- of praktijktijd heeft verzuimd en dit verzuim plaatsvond gedurende zestien uren les- of praktijktijd in een periode van vier weken, geeft de school dit zonder uitstel door aan het Digitaal Verzuimloket van de Dienst Uitvoering Onderwijs, DUO.
10.7 – Studenten boven de 18 jaar die nog geen startkwalificatie hebben, worden volgens dezelfde termijnen als leerplichtige studenten gemeld bij het Digitaal Verzuimloket van de Dienst Uitvoering Onderwijs, DUO.

ARTIKEL 11 – RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE STUDENT

11.1 – Het bevoegd gezag van de school zorgt ervoor dat de school een deelnemersstatuut heeft als bedoeld in artikel 7.4.8, vierde lid, van de WEB.
11.2 – In het deelnemersstatuut (hierna te benoemen: het studentenstatuut) staan de rechten en de plichten van de student.
11.3 – De studentenraad van de school heeft ingestemd met het studentenstatuut.

ARTIKEL 12 – NEGATIEF (BINDEND) STUDIEADVIES

12.1 – Het bevoegd gezag brengt aan iedere student die zich inschrijft, advies uit over de voortzetting van zijn opleiding, dat heet een studieadvies. Nadere regels over de procedure van het studieadvies zijn te vinden in het Studentenstatuut.
12.2 – Aan een negatief bindend studieadvies kan het bevoegd gezag een besluit tot ontbinding van de onderwijsovereenkomst verbinden.
12.3 – Van de student waarvan de onderwijsovereenkomst op grond van een negatief bindend studieadvies is ontbonden, wordt de inschrijving voor de desbetreffende opleiding aan de betrokken instelling beëindigd. De student kan niet opnieuw aan de school voor die opleiding worden ingeschreven.
12.4 – Het bevoegd gezag spant zich gedurende acht weken in de student te ondersteunen en begeleiden naar een andere opleiding al dan niet aan die instelling, rekening houdend met diens voorkeuren. Dit geldt zowel voor studenten die leerplichtig zijn, als studenten op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is.

ARTIKEL 13 – SCHORSING EN VERWIJDERING

13.1 – Als de student zich niet aan de regels en/of de bepalingen van de school houdt, zoals (onder meer) beschreven in het Studentenstatuut, kan de school de student schorsen.
13.2 – De school kan de student maximaal vijf schooldagen met onmiddellijke ingang schorsen. Deze termijn kan nog eens met maximaal vijf schooldagen worden verlengd.
13.3 – De school kan de schorsing schriftelijk of mondeling doorgeven aan de student. De reden, de startdatum en de duur van de schorsing moeten worden vermeld. De school moet een mondelinge schorsing meteen schriftelijk bevestigen. De hiervoor omschreven punten moeten dan ook worden vermeld.
13.4 – De student kan binnen een termijn van vijf schooldagen na het opleggen van de schorsing zijn reactie schriftelijk aan de school kenbaar maken.
13.5 – De student kan van de school worden verwijderd als hij de bepalingen van het Studentenstatuut overtreedt, nadat de student een schriftelijke waarschuwing heeft ontvangen en daarbij is gewezen op de mogelijke consequenties van zijn handelen en/of nalaten of als hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig wangedrag.
13.6 – De student heeft het recht in bezwaar te gaan tegen het besluit van de school om hem te verwijderen. Een bezwaar kan binnen een termijn van tien schooldagen per e-mail worden toegestuurd aan de klachtencoördinator van de school via: klachtencoordinator@glu.nl
13.7 – Door ondertekening verklaart de student kennis te hebben genomen van het studentenstatuut van de school. Het studentenstatuut is te downloaden via de website van de school.
13.8 – Voor studenten op wie de Leerplichtwet 1969 van toepassing is en voor examendeelnemers als bedoeld in Artikel 8.1.1, eerste lid, van de WEB, geldt dat de school in geval van verwijdering van de student ervoor zorgt dat een andere school bereid is de student toe te laten conform de Artikelen 8.1.3., vijfde lid, van de WEB. Als de school aantoonbaar acht weken zonder succes heeft gezocht naar een andere school, kan de school in afwijking van het voorgaande tot definitieve verwijdering overgaan.

ARTIKEL 14 – AANSPRAKELIJKHEID

14.1 – De school aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van tussentijdse beëindiging van deze overeenkomst op grond van schorsing en/of verwijdering van de student. De student heeft in dat geval geen recht op terugbetaling van gemaakte kosten.
14.2 – Met uitzondering van opzet of grove schuld is de school niet aansprakelijk voor verlies, diefstal, verduistering en/of beschadiging van eigendommen van de student.
14.3 – De aansprakelijkheid van de school voortvloeiende uit het verwijtbaar niet (behoorlijk) nakomen van deze overeenkomst, wordt gesteld op een bedrag dat ten hoogste gelijk is aan het bedrag dat de student in het betreffende jaar ter uitvoering van deze overeenkomst verschuldigd is aan de school.

ARTIKEL 15 – PROCEDURE VOOR KLACHTEN EN GESCHILLEN

15.1 – De student heeft het recht een klacht in te dienen via de klachtenregeling van de school. De klachtenregeling is te vinden op de website van de school.
15.2 – Eventuele geschillen naar aanleiding van deze overeenkomst dan wel de beëindiging daarvan worden bij uitsluiting berecht door de bevoegde rechter van de vestigingsplaats van de school.
15.3 – Voor klachten over besluiten van de examencommissie in het algemeen, en over het bindend studieadvies in het bijzonder, kan de student zich wenden tot de Commissie van beroep voor de examens volgens de procedure die daarvoor is vastgelegd in Artikel 7.5.1. – 7.5.4. van de wet educatie en beroepsonderwijs. De procedure daarvan staat beschreven in de klachtenregeling van de school.

ARTIKEL 16 – DUUR EN BEËINDIGING OVEREENKOMST

16.1 – Deze overeenkomst treedt na ondertekening in werking en wordt in principe aangegaan voor de duur van de opleiding zoals vermeld op het opleidingsblad.
16.2 – De onderwijsovereenkomst eindigt:

a. als de student de opleiding met succes heeft afgerond;

b. als de student zich laat uitschrijven of de school op eigen initiatief definitief heeft verlaten;

c. als de school de student in een geval als opgenomen in het Studentenstatuut van de opleiding verwijdert;

d. als de school niet langer in staat is de opleiding aan te bieden, waarbij de school zich inspant ervoor te zorgen dat de student de opleiding bij een andere school kan afmaken. Voor studenten die onder de Leerplichtwet vallen is bovendien WEB Artikel 8.1.3. lid 5 van kracht;

e. met wederzijds goedvinden;

f. bij overlijden van de student;

g. als gevolg van een negatief bindend studieadvies;

h. na advies van de examencommissie, als gevolg van gedrag dat niet passend is bij de beroepshouding, conform Artikel 8.1.7b WEB;

i. als tijdens de opleiding blijkt dat de student geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) krijgt waardoor het niet mogelijk is om beroepspraktijkvorming (BPV) te volgen doordat in die specifieke branche een VOG vereist is

ARTIKEL 17 – NIEUWE OVEREENKOMST OF VERLENGING VAN DE OVEREENKOMST

17.1 – Als een student die een opleiding aan de school met succes heeft afgerond en/of om andere redenen de school heeft verlaten, besluit een nieuwe opleiding aan de school te volgen, wordt een nieuwe onderwijsovereenkomst afgesloten.
17.2 – Als een student niet binnen de afgesproken termijn in  Artikel 2 op het opleidingsblad zijn opleiding succesvol heeft afgerond, kunnen de student en de school onder voorwaarden overeenkomen dat de onderwijsovereenkomst wordt verlengd, tenzij een van deze twee partijen schriftelijk aangeeft hier niet toe over te willen gaan.

ARTIKEL 18 – TOEPASSELIJKE REGELINGEN

18.1 – Naast de bepalingen in deze overeenkomst en voor zover niet in strijd met deze overeenkomst zijn de ‘Regelingen & Bijlagen’ van toepassing, zoals luidend en aan de student bekend gemaakt op de datum van ondertekening van de onderwijsovereenkomst.
18.2 – De toepasselijke regelingen zijn te raadplegen via de websites van de school.
error: Alert: Content is protected –Grafisch Lyceum Utrecht–