Select Page

Startjaar 2019 – 2020

  1. |
  2. OER/Studiegidsen
  3. |
  4. Startjaar 2019 – 2020

ONDERWIJSREGELING COHORT 2019–2020
In de Onderwijsregeling vind je informatie over het hoe het onderwijs is opgebouwd, wanneer je kunt deelnemen aan de keuzedelen, wat de schoolbrede studievoortgangsnormen zijn, over de beroepspraktijkvorming (stages) en overige zaken die te maken hebben met je studie op onze school. Is iets niet duidelijk, dan kun je natuurlijk terecht bij je studieloopbaanbegeleider (slb’er) en vanzelfsprekend de teamleider van je opleiding.

Alles wat je bij ons gaat leren en wat te maken heeft met je beroep noemen we het beroepsgerichte deel en alles wat je volgens de overheid verplicht moet kennen en kunnen, noemen we het generieke deel. Tijdens je opleiding is de stage een verplicht onderdeel. Op deze manier krijg je zicht op de mogelijkheden en de verschillende functies die je kunt uitoefenen na je opleiding.

Een overzicht van het onderwijsprogramma met daarin opgenomen alle generieke en beroepsgerichte lessen, keuzedelen, de beroepspraktijkvorming en Loopbaan en burgerschap staat in het document ‘de uitlijning’ van de opleiding. In de uitlijning kun je ook zien hoeveel lesuren je per lesperiode krijgt, hoeveel uren onderwijsbegeleiding je daarbij hebt en hoe de lessen zijn onderverdeeld. Maar ook wanneer de buitenschoolse activiteiten en examens gepland zijn. Het rooster is de vertaling van de uitlijning naar een lesrooster. De uitlijning van je opleiding staat op intranet van de school gepubliceerd. Met je mobiel kun je het actuele lesrooster bekijken.

De beroepsgerichte onderwijsprogramma’s zijn ondergebracht in leerlijnen, waarbij (school)projecten, trainingen en de beroepspraktijkvorming (afgekort BPV) een belangrijke rol spelen. Naast de lessen kun je door bepaalde keuzedelen te volgen net iets meer specialiseren in bepaalde onderwerpen van jouw toekomstige beroep. Naarmate je verder bent in je opleiding verwachten we meer van je en word je steeds meer gezien en beoordeeld als een beginnend beroepsbeoefenaar.


Basisdeel, profieldeel en keuzedelen

Het basisdeel van het kwalificatiedossier bevat de generieke onderdelen Nederlandse taal, rekenen, loopbaan en burgerschap en Engels (uitsluitend voor mbo-4 opleidingen). Het basisdeel beschrijft daarnaast ook de beroepsgerichte onderdelen van je opleiding in termen van kerntaken, werkprocessen, vakkennis, vaardigheden en houdingsaspecten. Sommige opleidingen hebben naast het basisdeel ook een specifiek profieldeel. Keuzedelen zijn een plus op de kwalificatie en maken je opleiding compleet. Alles wat je bij ons gaat leren en wat te maken heeft met je beroep noemen we het beroepsgerichte deel en alles wat je volgens de overheid verplicht moet kennen en kunnen, noemen we het generieke deel. Tijdens je opleiding is de beroepspraktijkvorming (ook wel stage genoemd) een verplicht onderdeel. Op deze manier krijg je zicht op de mogelijkheden en de verschillende functies die je kunt uitoefenen na je opleiding.

Generieke eisen

Nederlandse taal, rekenen en Loopbaan en burgerschap geldt voor elke mbo-opleiding. Engels is verplicht voor alle mbo-4 opleidingen. Deze generieke onderdelen zijn ondergebracht in lessen AVO: Algemeen Vormend Onderwijs. Alle generieke eisen taal en rekenen worden geëxamineerd. Voor Loopbaan en burgerschap heb je een inspanningsverplichting. Daar bovenop biedt elke opleiding keuzedelen aan. Er worden drie verschillende soorten keuzedelen aangeboden: verdiepende keuzedelen (gericht op hetzelfde beroep), verbredende keuzedelen (gericht op algemene vaardigheden) en doorstroomgerichte keuzedelen (gericht naar een opvolgende opleiding in het mbo of hbo). Het volgen van keuzedelen is verplicht en neemt ongeveer 15% tijd van de gehele opleiding in beslag. De keuzedelen vormen een extra plus programma en maken je opleiding compleet. Alle keuzedelen worden geëxamineerd.

Beroepsgericht

Het beroepsgerichte deel bevat kerntaken, werkprocessen, vakkennis, vaardigheden, houdingsaspecten en afhankelijk van de opleiding die je volgt een profieldeel. Of er sprake is van een profieldeel voor je beroep, vind je in overzicht “Opleidingskenmerken” van je opleiding. Het beroepsgerichte deel is ondergebracht in leerlijnen, waarbij (school)projecten, lessen en trainingen en de beroepspraktijkvorming een belangrijke rol spelen. Naarmate je verder bent in je opleiding verwachten we meer van je en word je steeds meer gezien en beoordeeld als een beginnend beroepsbeoefenaar. Alle beroepsgerichte onderdelen worden geëxamineerd.


NEDERLANDS

Elke mbo-student moet verplicht de Nederlandse taal beheersen. Omdat niet iedere opleiding hetzelfde niveau heeft, is door de overheid vastgesteld op welk referentieniveau je de Nederlandse taal moet beheersen. Voor alle mbo-2 en mbo-3 opleidingen is dit op referentieniveau 2F en voor alle mbo-4 opleidingen is dit op referentieniveau 3F. Het examen Nederlands lezen en luisteren wordt centraal afgenomen; de overige taalvaardigheden Nederlands worden afgenomen met schoolexamens. Nadat je ten minste op de helft van je opleiding zit, kun je deelnemen aan een examen Nederlands.
TaalvaardighedenNiveau-2 en Niveau-3Niveau-4
Lezen en luisteren2F Centrale examen3F Centrale examen
Spreken2F Schoolexamen3F Schoolexamen
Schrijven (incl. taalverzorging)2F Schoolexamen3F Schoolexamen
Gesprekken voeren2F Schoolexamen3F Schoolexamen

REKENEN

Goede rekenvaardigheden zijn belangrijk om deel te kunnen nemen aan de samenleving, het kunnen volgen van vervolgonderwijs en het kunnen uitoefenen van veel beroepen. Het is van belang dat alle studenten in het mbo voldoende rekenvaardigheden opdoen om voorbereid te zijn op deze vervolgstappen. Nadat je ten minste op de helft van je opleiding zit, kun je deelnemen aan het examen rekenen.
DomeinenNiveau-2 en Niveau-3Niveau-4
Getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, verbanden2F/2ER Centrale examen3F/3ER Centrale examen

ENGELS

Beheersing taalvaardigheden Engels is verplicht voor alle mbo-4 opleidingen. Het examen Engels lezen en luisteren wordt centraal afgenomen; de overige taalvaardigheden Engels worden afgenomen met schoolexamens. Nadat je ten minste op de helft van je opleiding zit, kun je deelnemen aan een examen Engels. Na toestemming van de examencommissie kun je het examen Engels afleggen op een hoger niveau dan is vastgelegd voor een mbo-4 opleiding.
TaalvaardighedenNiveau-2 en Niveau-3Niveau-4
Lezen en luisteren n.v.t. B1 Centrale examen
Spreken n.v.t. A2 Schoolexamen
Schrijven n.v.t. A2 Schoolexamen
Gesprekken voeren n.v.t. A2 Schoolexamen

LOOPBAAN EN BURGERSCHAP

Om goed en actief te kunnen deelnemen in de Nederlandse samenleving leer je bij de lessen Loopbaan en burgerschap (afgekort: L&B) algemene en kritische denkvaardigheden die je daarbij kunnen helpen, zoals kennis van politiek, de rechten en plichten die je hebt, werk en inkomen, gezond en fit zijn en natuurlijk ook je persoonlijke kwaliteiten en mogelijkheden.

De school hecht veel waarde aan het ontwikkelen van loopbaancompetenties. Daarom programmeren we in ieder leerjaar lessen “loopbaan” en een schoolbrede lespakket is beschikbaar via de Elektronische leeromgeving van de school (afgekort: ELO). Naast de loopbaanlessen biedt de school individuele begeleiding door de studieloopbaanbegeleider.

Je inspanning voor Loopbaan en burgerschap wordt gewaardeerd aan het einde van een periode met de waardering “Voldaan” of “Niet voldaan”. Voorafgaand aan diplomering stelt de examencommissie vast of je elke opdracht gemaakt hebt en in jouw portfolio is opgenomen. Loopbaan en burgerschap telt mee voor de uitslag-regeling van de opleiding.

Kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap:  alle mbo-opleidingen 
1. Loopbaan
CapaciteitenreflectieBeschouwing van de capaciteiten die van belang zijn voor de loopbaan van de student.
MotievenreflectieBeschouwing van de wensen en waarden van belang voor de loopbaan van de student.
WerkexploratieOnderzoek van de student naar werk en mobiliteit voor zijn/haar loopbaan.
LoopbaanaansturingLoopbaangerichte planning en beïnvloeding van het leer- en werkproces.
NetwerkenContacten opbouwen en onderhouden op de arbeidsmarkt, gericht op loopbaanontwikkeling van de student.
2. Politiek-juridische dimensieDe student (h)erkent de basiswaarden van de Nederlandse samenleving, leert omgaan met waardendilemma’s (zoals seksuele diversiteit) en hanteert de basiswaarden als richtlijn en uitgangspunt in zijn meningsvorming en bij zijn handelen. Heeft kennis over en inzicht in de kenmerken en het functioneren van een parlementaire democratie, de rechtsstaat en het rechtssysteem, de rol van de overheid, de belangrijkste politieke stromingen en hun maatschappelijke agenda’s, de rol en de invloed op de politieke besluitvorming van belangengroeperingen en maatschappelijke organisaties, de invloed van de Europese Unie op het Nederlandse overheidsbeleid en daarmee op de Nederlandse samenleving, en de rol en de invloed van de (massa)media.
3. Economische dimensieDe student heeft kennis over en inzicht in de maatschappelijke functies en waardering van arbeid, de factoren die van invloed zijn op de bedrijfscultuur, de arbeidsverhoudingen in Nederland, de rol en de invloed van branche- of vakorganisaties, de rol van de overheid op het gebied van arbeid, de verzorgingsstaat en de consumentenmarkt, de belangrijkste principes van budgettering, kenmerken van duurzame consumptie en productie, de rol en de invloed van consumentenorganisaties, de invloed van de media op het bestedingspatroon van consumenten.
4. Sociaal-maatschappelijke dimensieDe student heeft kennis over en inzicht in de grondrechten en plichten in Nederland, kenmerken van de verschillende (sub)culturen in Nederland, kenmerken van – en oorzaken van spanningen tussen – verschillende (sub)culturen en bevolkingsgroepen in Nederland, kenmerken van ethisch en integer handelen, en het doel en de invloed van sociale en professionele netwerken.
5. Dimensie vitaal burgerschapDe student heeft kennis over en inzicht in de kenmerken van een gezonde leefwijze waaronder de nationale norm gezond bewegen en de aard, plaats en organisatie van gezondheidsbevorderende activiteiten in de samenleving en het arbeidsproces.

BEROEPSPRAKTIJKVORMING

Kennis maken met je toekomstige beroep doe je door praktijkervaring op te doen in een bedrijf: de beroepspraktijkvorming (afgekort: BPV). De BPV is een verplicht onderdeel van elke mbo-opleiding. In de uitlijning van je opleiding kun je de geplande begin- en de geplande einddatum van je BPV vinden. Voor aanvang van je BPV, kun je je voorkeur voor een bepaalde werkomgeving kenbaar maken. En voordat je op BPV mag gaan, is er een ‘go/no-go’ moment. Dit wordt bepaald aan de hand van je studieresultaten. Het ‘go/no-go’ wordt afgegeven door het onderwijsteam van je opleiding.

Je uiteindelijke plaatsing is niet alleen afhankelijk van jouw voorkeur en die van het Bureau Bedrijfscontacten (afgekort: BBC). Ook het leer- of stagebedrijf heeft invloed op de keuze van de stagiair en mogelijkheden van de BPV. Het BBC is je aanspreekpunt voor alle zaken rondom je BPV: zij zorgen, samen met het onderwijsteam, voor een passende BPV-plaats. Door de praktijkovereenkomst te onderteken, gaan de school, jij en het (leer)bedrijf een overeenkomst met elkaar aan.

Toelichting: een praktijkovereenkomst (afgekort: POK) is een (leer)overeenkomst en bevat afspraken over de BPV, gaat over de rechten en plichten van de school, de student en het (leer)bedrijf tijdens de BPV. Als één van de partijen zich niet aan de afspraken houdt, dan kunnen de partijen elkaar op basis van de praktijkovereenkomst daarop aanspreken.

De opleiding programmeert het aantal BPV-dagen en hanteert dat als een norm bij het beoordelen van je beroepspraktijkvorming. Indien het aantal geprogrammeerde BPV-dagen niet wordt gehaald, zal per geval bekeken worden wat de consequenties hiervan zijn. Het aantal dagen mag in ieder geval niet minder zijn dan het aantal vereiste klokuren, zoals is vastgesteld in de geldende uitlijning van je opleiding.

Toelichting: als een schoolvakantie in een periode valt waarin je BPV hebt of aan het werk bent in een leerbedrijf heb je niet automatisch vrij! Dit hangt af van de afspraken die met het leer- of BPV-bedrijf hierover zijn gemaakt in jouw POK.

Bij het bedrijf waar je de BPV loopt, heb je een praktijkopleider die je begeleidt. Vanuit school heb je een stagebegeleider waar je tijdens je BPV contact mee houdt. Je stagebegeleider zoekt je minimaal twee keer op bij het bedrijf waar je stage loopt en belt tussendoor om te vragen hoe het gaat. Je komt zelf ook een aantal keer terug naar school voor de terugkomdagen. Tijdens die dagen staat het uitwisselen van ervaringen centraal. Daarnaast ben je die dag bezig met stage gerelateerde zaken.


(SCHOOL)PROJECTEN

Een (school)project is een authentieke leeractiviteit, waarin je op school zelfstandig, maar meestal met je klasgenoten samenwerkt aan een opdracht zoals deze ook in de praktijk uitgevoerd wordt. In projecten kun je je vakkennis, je vaardigheden en je beroepshouding goed laten zien, want sommige projecten komen van echte opdrachtgevers. De projectopdrachten zijn in het begin iets eenvoudiger en naarmate je verder bent in je opleiding steeds complexer. Net als in de praktijk heb je binnen een (school)project verschillende mogelijkheden. Zo kun je in overleg met je docent, binnen een project kiezen hoe en op welke wijze je de opdracht uitvoert of wat je persoonlijk wilt leren in de samenwerking. Maar ook met welke doelgroep je gaat werken of welk soort project product je wilt opleveren met je projectgroep. Alle projecten kunnen worden gewaardeerd met een cijfer op basis van je ontwikkeling en geleverde prestaties.

LESSEN EN TRAININGEN

Om je beroep goed uit te kunnen oefenen, heb je kennis nodig, je moet dingen weten. Om sommige handelingen of vaardigheden goed te beheersen, moet je veel oefenen. Daar is in een (school)project niet altijd tijd voor, terwijl je die vaardigheden wel nodig hebt om de projectopdracht goed uit te kunnen voeren. Daarom organiseert je opleiding vaardigheidsgerichte trainingslessen waarin je de vaardigheden leert die je in je beroep nodig hebt. Door het volgen van de trainingslessen doe je die kennis op. Maar kennis wordt pas effectief als je begrijpt waarom je die kennis nodig hebt en hem ook meteen kunt toepassen. Meestal doe je de oefeningen in een training alleen. Je oefent net zo lang tot je het kan. De docent doet de oefening voor, geeft aanwijzingen of helpt je bij het oefenen. De trainingslessen kunnen worden afgesloten met een toets of eindopdracht en kunnen net als de (school)projecten gewaardeerd worden met een cijfer


HET VOLGEN VAN KEUZEDELEN
De kans is groot dat je je in bepaalde onderwerpen van jouw beroep net iets meer wilt specialiseren dan wat je minimaal nodig hebt om je diploma te behalen. Of je wil juist meer weten over een bepaald vakgebied, of een specifieke vaardigheid beheersen, of doorstromen naar een hoger niveau. Elke opleiding van onze school bied je de ruimte om hiermee zelf actief aan de slag te gaan. We noemen dit het volgen van keuzedelen. Het keuzedeel vormt als het ware de ‘plus’ op je diploma, omdat je hebt bewezen dat je je op een bepaald onderdeel of vaardigheid hebt verbreed of verdiept. Welke keuzedelen je opleiding aanbiedt en wanneer je een keuzemoment hebt, kun je vinden in het overzicht “keuzedelen”.

Voordat je een keuzedeel kiest, ga je eerst in overleg met je slb’er. Hij kan je adviseren en helpen met je keuze. Houd er wel rekening mee dat je niet zomaar aan alle keuzedelen kunt meedoen, omdat er een maximum en minimum is aan het aantal deelnemers (het kan dus voorkomen, dat je niet geplaatst kan worden in je eerste keuze) of omdat het keuzedeel minder geschikt voor je is om deze te gaan volgen. Keuzedelen die in de configuratie zitten, staan duidelijk aangegeven in het overzicht. Keuzedelen die je bij een andere opleiding van de school kunt gaan volgen noemen we “cross overs keuzedelen”.

Het keuzedeel is géén onderdeel van de kwalificatie, maar is een verplicht extra plus programma bovenop het basisdeel van je opleiding. Het aantal keuzedelen is afhankelijk van het niveau van de opleiding. Er is minimaal een moment tijdens je opleiding waarop je als student een keuze kunt maken. Voor elke soort of type opleiding van de school is wettelijk vastgelegd wat de omvang (in klokuren) van de keuzedeelverplichting is.

Niveau opleidingSoort opleidingNaam van de opleidingKeuzedeelverplichting
mbo-2Basisberoepsopleiding
2x 240 klokurenMedewerker Printmedia480 klokuren
2x 240 klokurenMedewerker creatieve productie480 klokuren
mbo-3Vakopleiding
3x 240 klokurenCreatief dtp'er720 klokuren
3x 240 klokurenDrukker720 klokuren
3x 240 klokurenNabewerker720 klokuren
mbo-4 in 3 jaarMiddenkaderopleiding
3x 240 klokurenCommunicatie en marketing720 klokuren
 4x 240 klokuren Crossmedia 960 klokuren 
3x 240 klokurenMediadeveloper - Webdeveloper720 klokuren
3x 240 klokurenMediamanagement en marketing720 klokuren
mbo-4 in 4 jaarMiddenkaderopleiding
4x 240 klokurenAnimatie/audiovisuele vormgeving960 klokuren
4x 240 klokurenGame artist960 klokuren
4x 240 klokurenGamedeveloper - Game Programmer960 klokuren
4x 240 klokurenGrafische vormgeving960 klokuren
4x 240 klokurenWebdesign960 klokuren

Toelichting: De klokuren worden uitgedrukt in studiebelastingsuren (afgekort: SBU) en wordt per keuzedeel verschillend samengesteld in begeleide onderwijstijd en in uren voor zelfstudie (bijv. voor het maken van opdrachten).


E Elke student moet tenminste één keuzedeel kiezen tijdens zijn studieduur, waarmee hij zich verrijkt, zich verbreedt of zich verdiept in een bepaald onderwerp of vaardigheid. Voor elk keuzedeel is informatie (‘hand-outs’) beschikbaar, waarin je kunt lezen wat de omvang is van het keuzedeel, hoeveel begeleid onderwijstijd je daarbij krijgt, wanneer het keuzedeel start, wanneer het keuzedeel afgesloten wordt met welk examen, een beknopte omschrijving van de inhoud van het keuzedeel, het minimum- en maximumaantal toegestane deelnemers, eventuele overige benodigdheden (bijv. tekentablet) en/of voorkennis nodig is om het (‘cross overs’) keuzedeel te kunnen volgen. De keuzedelen die je met een voldoende hebt afgerond, komen op je diploma te staan. Met je diploma in de hand kun je aan je toekomstige werkgever laten zien wat je allemaal in huis hebt.


D De keuzedeelverplichting is niet aan de student gekoppeld, maar aan de soort of type opleiding, ongeacht de studieduur van de opleiding en ongeacht of je nu sneller of langer over dezelfde type of soort opleiding doet. De keuzedeelverplichting maakt ook geen onderscheid tussen beroepsopleidende leerweg (BOL) of beroepsbegeleidende leerweg (BBL). De uitvoering van de keuzedelen kan in de BOL en BBL wel van elkaar verschillen. Welke keuzedelen de opleiding gepland heeft (‘het verwachte aanbod’), kun je navragen bij de teamleider van je opleiding vinden. Let op: het verwachte aanbod keuzedelen kan nog gewijzigd worden, om ze zo actueel mogelijk te houden.


J Je sluit ieder gevolgd keuzedeel af met een examen. Voordat je gaat deelnemen aan het keuzedeel examen, ontvang je een Examenwijzer Keuzedelen. In de Examenwijzer Keuzedelen staan de instructies voor je deelname, de beoordelingswijze, aantal herkansingen en waar je op moet letten om het examen te behalen. Maar ook wat de examenvorm is van het keuzedeel, waar het examen keuzedeel over gaat, wanneer het examen gepland is, welke cijfers meetellen en de wijze waarop jouw opleiding het keuzedeel examineert. Wanneer je doorstroomt binnen het mbo krijg je bij je vervolgopleiding opnieuw te maken met de bijbehorende keuzedeelverplichting. Met eerder behaalde keuzedelen (of met ander betrouwbaar bewijs dat aantoont dat je over de vereiste bekwaamheden beschikt) kan de examencommissie in jouw vervolgopleiding een vrijstelling verlenen voor de examinering van een keuzedeel. Het krijgen van vrijstellingen voor de examineringen keuzedeelverplichting kan bijdragen aan het vlot doorlopen van jouw mbo-vervolgopleiding. Vrijstelling examinering betekent niet automatisch vrijgesteld zijn van het onderwijs. Hierover word je geïnformeerd door het onderwijsteam van je vervolgopleiding.


We streven ernaar dat je bij aanvang van lesperiode 3 van elk studiejaar een keuze maakt voor het keuzedeel(-delen) voor volgend schooljaar. Je wordt door je opleiding geïnformeerd wanneer je je definitieve keuze moet maken. Het is niet toegestaan om tweemaal hetzelfde keuzedeel te kiezen en het is organisatorisch ook niet mogelijk om een of meerdere keuzedelen te volgen buiten het vastgestelde keuzedeelaanbod om van de school.
Minimum en maximum aantal deelnemers

Per keuzedeel is een minimumaantal studenten nodig om deze uit te kunnen voeren. Het minimum én maximaal aantal staat duidelijk aangegeven in de informatie over het betreffende keuzedeel. In de ‘hand-outs’ over het keuzedeel wordt aangegeven op basis waarvan of hoe een selectie van aantal deelnemers plaatsvindt. Het kan zijn dat studenten met een bepaalde opleiding eerste keus hebben om deel te mogen nemen, maar het kan ook op volgorde van aanmelding op basis van “wie het eerst kiest, wordt als eerste toegelaten” voor het volgen van het keuzedeel. Bij te weinig deelnemers, wordt het keuzedeel sowieso niet uitgevoerd: je zult een nieuwe keuze moeten maken of je krijgt een alternatieve keuzedeel aangeboden.

Ieder door jou gevolgd keuzedeel wordt geregistreerd. Gedurende je opleiding zul je een nieuw opleidingsblad ontvangen (als bijlage van je onderwijsovereenkomst) met daarop alle actuele gegevens. Dit nieuwe opleidingsblad hoef je niet opnieuw te ondertekenen. Er is wel een reactietermijn van tien schooldagen waarbinnen jij kan reageren als er een fout staat in de wijziging van jouw opleidingsblad.

Keuzedelen in de beroepspraktijkvorming

Het kan zijn dat sommige onderdelen van het keuzedeel van BBL-opleidingen uitgevoerd kan worden in de BPV. De afspraken hierover worden schriftelijk vastgelegd middels een Praktijkovereenkomst (afgekort: POK) met het (leer)bedrijf en met jou. In het POK kunnen zowel de kwalificatie (het beroep – de opleiding) als één of meerder keuzedelen vermeld worden, mits het onderwijs van het keuzedeel(-delen) tijdens de BPV bij hetzelfde (leer)bedrijf plaatsvindt.

Het volgen van extra keuzedelen

Het volgen van een extra keuzedeel is op vrijwillige basis en telt nooit mee voor de slaag-/zakbeslissing en de keuzedeelverplichting van de opleiding, omdat de extra keuzedeel geen onderdeel is van het diplomagericht onderwijs (de extra keuzedelen zijn daarom niet opgenomen in het programma). Het volgen van een extra keuzedeel is een individuele en vrijwillige keuze en je kan niet verplicht worden om hieraan deel te nemen.

Certificaat keuzedelen

Bij een aantal keuzedelen kun je na afloop een certificaat ontvangen, zodra je dit keuzedeel succesvol hebt afgerond (d.w.z. je hebt ten minste voldoende behaald voor het examen van het keuzedeel). Het certificaat keuzedeel wordt alléén door de Examencommissie uitgereikt, wanneer je je opleiding zonder diploma verlaat. Welke keuzedelen in aanmerking komen voor een certificaat, wordt jaarlijks door de overheid bepaald. Behaalde certificaten worden in het diplomaregister door DUO opgenomen.

Vrijstelling keuzedelen

Stroom je door naar een (op)volgende mbo-opleiding dan zul je opnieuw moeten voldoen aan de SBU-omvang die voor die opleiding geldt, ongeacht het aantal studiejaren die je over de nieuwe opleiding doet. In het geval dat je in je vorige opleiding een (gekoppeld) keuzedeel succesvol hebt behaald, kun je in aanmerking komen voor vrijstelling van een deel van de SBU-omvang keuzedeelverplichting in je nieuwe opleiding.


Toelichting: in het geval van een vrijstelling, wordt op de resultatenlijst bij het diploma het (eerder behaald) resultaat van het keuzedeel overgenomen. Deze resultaten worden bij diplomering of uitschrijving hernieuwd aan DUO geleverd voor registratie in het landelijke diplomaregister. Als je een keuzedeel hebt gevolgd dat niet gekoppeld is maar wel ten minste voldoende hebt behaald, dan kun je een verzoek indienen bij de Examencommissie om het keuzedeel onderdeel te (laten) maken van je opleiding.


BEGELEIDING

Door actief en regelmatig individuele of groepsgesprekken te voeren met je studieloopbaanbegeleider (afgekort: slb’er) maak je goed gebruik van je recht op begeleiding gedurende je beroepsopleiding op school. Voor specifieke begeleiding, aanpassing of extra ondersteuning tijdens je beroepsopleiding of tijdens het afleggen van een examen kun je een beroep doen op de onderwijs- en examenvoorzieningen van de school. Je hebt recht op begeleiding door een docent SAC (Studiebegeleiding, -Advies en Coaching) bij het aanvragen daarvan. De gemaakte afspraken worden vastgelegd. Je hebt recht op inzage van je dossier en in geval van minderjarigheid, ook je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s).


STUDIEVOORTGANG

Gedurende de beroepsopleiding, wordt de studievoortgang van elke student bijgehouden door het onderwijsteam. Tijdens de resultatenvergadering wordt de studievoortgang van de student besproken. Na afloop van deze vergadering ontvangt in de regel elke student een terugkoppeling van zijn studievoortgang. Vanaf de inschrijving en in het eerste studiejaar voor de beroepsopleiding geldt voor elke student een speciale procedure, te weten: het bindend studieadvies.


HET BINDEND STUDIEADVIES

Tussen de negende maand en het einde van het eerste studiejaar van je beroepsopleiding krijg je een bindend studieadvies (afgekort: BSA). Het BSA is gebaseerd op de studievoortgangsnormen. De studievoortgangsnormen voor het eerste studiejaar zijn per opleiding verschillend. Het bindend studieadvies is niet vrijblijvend. Het bindend studieadvies kan positief of negatief zijn.

Is het bindend studieadvies positief, dan betekent dit dat je verder mag met je beroepsopleiding. Je krijgt daarover geen aparte brief. Het is mogelijk dat je vakken of (een deel van) het jaar moet overdoen. Dit zal het onderwijsteam van je beroepsopleiding met je bespreken en dat wordt dan wel schriftelijk aan je bevestigd. Is het bindend studieadvies negatief, dan betekent dit dat je niet verder mag met je beroepsopleiding. Voordat je een negatief bindend studieadvies krijgt, ontvang je eerst een negatief voorlopig studieadvies uiterlijk na afloop van de tweede lesperiode van je eerste studiejaar.

Bij een negatief voorlopig studieadvies wordt met je afgesproken welke verbeteringen je minimaal moet laten zien in een verbetertermijn. Dit wordt vastgelegd. Indien er onverwachte persoonlijke omstandigheden bestaan, ondersteunt de school je met wat redelijkerwijs mogelijk is.

Na de verbetertermijn worden de gemaakte afspraken door de school geëvalueerd. Dit kan leiden tot een positief bindend studieadvies dat schriftelijk aan je zal worden bevestigd. Indien het leidt tot een negatief bindend studieadvies dan ontvang je daarover een brief. Ingeval van een negatief bindend studieadvies wordt in ieder geval bezien of kan worden overgestapt naar een andere beroepsopleiding binnen de school of naar een ander niveau of leerweg. In het zoeken naar en bij het vinden van een andere opleiding binnen of buiten de school, heb je recht op begeleiding. We noemen dit oriëntatie traject: “Kies je toekomst”. Dit traject kan per individuele student anders van vorm, omvang en inhoud zijn. Tijdens de begeleiding en oriëntatie blijft je onderwijsovereenkomst in stand. Indien we daarover tot een afspraak komen dan ontvang je een nieuw opleidingsblad, waarin de afgesproken wijziging is opgenomen.

Mocht het binnen acht weken niet lukken afspraken te maken over het overstappen naar een andere beroepsopleiding of naar een ander niveau of leerweg binnen de school en het ook niet gelukt is een andere passende opleiding buiten de school te vinden, waarbij we je ondersteuning/begeleiding bieden, dan zal worden besloten tot ontbinding van de onderwijsovereenkomst en zal uitschrijving plaatsvinden. Bij minderjarigheid worden je ouder(s)/ wettelijk vertegenwoordiger(s) geïnformeerd.

Na ontbinding van de onderwijsovereenkomst door het College van Bestuur, mag jezelf niet opnieuw inschrijven voor dezelfde beroepsopleiding van de school. Ben je het niet eens met het gegeven bindend studieadvies, dan kun je tegen dit besluit van het College van Bestuur in beroep gaan bij de Commissie van Beroep voor de Examens. Wil je in beroep gaan bij deze commissie, dan moet je binnen tien dagen na het gegeven bindend studieadvies, het beroep schriftelijk en met redenen omkleed indienen bij de Commissie van Beroep voor de Examens.


STUDEREN MET EEN (FUNCTIE)BEPERKING

HHet is mogelijk dat je te maken hebt met een (functie)beperking. Als school doen we al het mogelijke om de student met een (functie)beperking te ondersteunen. Hulp kan komen van je studieloopbaanbegeleider, docent SAC (Studentbegeleiding, -advies en coaching) of het Buurtteam mbo. Binnen ieder onderwijsteam is een docent SAC die extra taken heeft om de studentbegeleiding goed te organiseren binnen zijn team. De docent SAC kan je helpen met het “Stappenplan (functie)beperking” (de werkwijze) voor het aanvragen van een passende ondersteuning, binnen de mogelijkheden van de school.


Download het Stappenplan

AAls je met een (functie)beperking op onze school gaat studeren, dan zijn we verplicht het ondersteuningsaanbod te beschrijven en bekend te maken aan relevante partijen binnen de school. Jouw ondersteuningsbehoeften zijn in de leerbehoeftecheck tijdens de studiekeuzecheck bepaald. Indien een modelovereenkomst is opgemaakt, dan wordt deze aan je onderwijsovereenkomst toegevoegd.


Toelichting: na registratie zijn de aangepaste voorzieningen in het onderwijs en bij de examens beschikbaar. Van jou wordt verwacht dat je gaat oefenen met de aangeboden voorzieningen, want studeren met een (functie)beperking vraagt ook vooral van jou extra inzet en inspanning zodat je je opleiding met succes kunt afronden.

WWanneer de (functie)beperking gedurende je opleiding wordt geconstateerd, dan neem je in eerste instantie contact op met je slb’er. Deze bespreekt samen met jou wat de beperking betekent voor jouw functioneren binnen de school en tijdens de beroepspraktijkvorming, maar ook jouw kansen om de opleiding te verlaten met een diploma, wat je zelf kan doen en waar ondersteuning vanuit de opleiding gewenst of nodig is. De slb’er kan je, wanneer dat nodig is, doorverwijzen naar de docent SAC van je opleiding.


PERSOONLIJKE GEGEVENS

De school verwerkt en bewaart uitsluitend (persoons)gegevens die wettelijk bepaald zijn om jouw onderwijsovereenkomst (en indien van toepassing: praktijk- of examenovereenkomst) goed uit te voeren. Bij inschrijving verwerkt het Servicepunt van de school je voor- en achternaam, geboortedatum, geslacht, het persoonsgebonden nummer, (eerder) behaalde diploma’s of bewijsstukken en cijferlijsten. Daarom moet die informatie gegarandeerd juist, nauwkeurig, volledig en actueel zijn.

De bijzondere persoonsgegevens van jou worden niet verwerkt: je godsdienst of levensovertuiging, etniciteit en medische gegevens, tenzij dat noodzakelijk is voor de speciale begeleiding of het treffen van voorzieningen. De school vernietigt je persoonsgegevens zodra die niet meer nodig zijn. Dat is twee jaar nadat je je diploma hebt behaald of nadat je bent uitgeschreven. Uitzonderingen hierop zijn die (persoons)gegevens waarvoor een wettelijk verplichte bewaartermijn geldt.

Toelichting: het recht op inzage betreft alleen inzage van je eigen (persoons)gegevens. Je hebt dus geen recht op informatie over anderen. Ben je jonger dan 16 jaar, dan hebben je ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s) ook recht op inzage van jouw eigen (persoons)gegevens.


WAT JE NOG MEER MOET WETEN

De school vindt dat alle studenten en examendeelnemers recht hebben op goed onderwijs en examinering in een prettige sfeer en op een veilige school. Daarom maken we duidelijke afspraken met elkaar. Deze afspraken en je rechten en plichten, hebben we vastgelegd in het Studentenstatuut. Het is belangrijk dat je goed op de hoogte bent van de documenten en bijlagen die bij je onderwijsovereenkomst horen. Ben je een minderjarige student dan is het Studentenstatuut ook van belang voor je ouder(s) of wettelijk vertegenwoordiger(s).

Studentenraad

D

De school stimuleert je om actief betrokken te zijn bij de menings- en besluitvorming over kwesties binnen de school, waarmee je direct te maken hebt. Je hebt recht op medezeggenschap. Op school is daarom een Studentenraad ingesteld die de belangen van alle ingeschreven studenten en examendeelnemers behartigt. De leden van de Studentenraad kunnen door jou gekozen worden, en je kunt ook solliciteren om lid te worden. De Studentenraad heeft advies- en instemmingsrecht, vergadert regelmatig over zaken die studenten aangaan en geeft adviezen over belangrijke aangelegenheden en voorgenomen besluiten van het Bevoegd gezag. In het huishoudelijk reglement van de Studentenraad zijn de onderwerpen vastgelegd waarop de Studentenraad, advies- en instemmingsrecht heeft.

Klassenvertegenwoordiger

E

Elke lesgroep heeft een klassenvertegenwoordiger. Hij is het eerste aanspreekpunt voor de klas bij vragen aan het onderwijsteam of de teamleider en andersom. Is er in de klas een gemeenschappelijk probleem of klacht, dan bespreek je dit in eerste instantie met de klassenvertegenwoordiger zodat deze het aan de betreffende docent of de slb’er kan voorleggen. Blijft het probleem of klacht dan nog bestaan, bespreek het dan met de teamleider van je opleiding.

Vertrouwenspersonen

A

Als je klachten of meldingen hebt over gedragingen of handelingen die volgens jou niet gepast zijn, kun je terecht bij onze vertrouwenspersonen. Afhankelijk van je voorkeur kun je kiezen voor een man of een vrouw. De vertrouwenspersoon is er voor je als je het idee hebt dat iemand je grens over gegaan is. Waar die grens ligt, is voor iedereen natuurlijk verschillend: jij bepaalt zelf waar de grens ligt. De vertrouwenspersoon kan je opvangen, je (emotionele) ondersteuning geven, samen met jouw mogelijke oplossingen of vervolgstappen onderzoeken, je informatie geven over externe hulpverlening of je doorverwijzen naar andere hulpinstanties.


ONDERWIJSTIJD

Elk studiejaar van je opleiding omvat tenminste 1600 studiebelastingsuren (afgekort: SBU). Een studiejaar is een normatief tijdvak dat begint op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgend jaar. Voor elk studiejaar bepaalt het bevoegd gezag hoeveel lesweken er geprogrammeerd worden en hoeveel weken voor andere onderwijszaken ingezet worden (rekening houdend met de landelijke vakantiespreiding).

Elk studiejaar is verdeeld in lesperioden. Het perioderooster wordt gepubliceerd via de Elektronische Leeromgeving (afgekort: ELO) van de school. De studiebelastingsuren van je opleiding zijn opgebouwd uit begeleide en onbegeleide onderwijstijd uitgedrukt in hele klokuren. De begeleide uren zijn uren die je vooral op school besteedt voor het volgen van de lessen of keuzedeel onder begeleiding van een (vak)docent of van een praktijkopleider tijdens de beroepspraktijkvorming. De onbegeleide uren zijn uren die je besteed aan het maken van bijvoorbeeld je huiswerk of zelfstudie.


Studiebenodigdheden

A Alle studenten krijgen hun boekenpakket gratis in bruikleen van school. Je moet wel rekening houden met extra kosten (deze verschillen per opleiding) voor de aanschaf van andere (school)materialen zoals tekenmateriaal, een koptelefoon of een tekentablet. Als je een opleiding op niveau 4 volgt, dan heb je een laptop nodig en zul je een licentie-abonnement op de software van Adobe erbij moeten aanschaffen. De school betaalt de kosten voor de introductieweek van alle opleidingen. Voor de (meerdaagse) excursies verderop in je opleiding, betaalt de school de helft van de kosten. De andere helft betaal je zelf als vrijwillige bijdrage. Wil of kun je de vrijwillige bijdrage niet betalen of ga je om andere redenen niet mee, dan volg je op die dagen een aangepast lesprogramma.


Toelichting: niet deelnemen aan de door school georganiseerde excursies heeft geen gevolgen voor het afronden van je opleiding.


Regeling auteursrechten

Z Zodra je op onze school gaat studeren, zul je in kader van je opleiding schoolwerkstukken gaan maken die gericht zijn of als doel hebben om je op te leiden voor je toekomstige beroep. Deze schoolwerkstukken kunnen worden gemaakt tijdens de lessen, tijdens de afstudeeropdrachten, tijdens de beroepspraktijkvorming of tijdens andere door de school georganiseerde onderwijsactiviteiten. De school doet geen aanspraak op het eigendoms- en het auteursrecht van schoolwerkstukken die door jou alleen of samen met anderen zijn gemaakt. De school is vrijgesteld van alle verplichtingen die uit dat eigendoms- of auteursrecht voortvloeien.


Toelichting: hoofdregel van het auteursrecht is dat degene die iets ontwerpt of maakt het auteursrecht heeft: de maker is de eigenaar van het werk. Ontwerp of maak je werkstukken tijdens je beroepspraktijkvorming, dan komen de auteurs- en eigendomsrechten daarvan toe aan het leerbedrijf.


Klachtenregeling

H Heb je een probleem, dan verwachten wij dat je het eerst probeert om deze zelf op te lossen. Kom je met de betrokkene(n) er niet uit, vraag dan een gesprek aan met een docent die je vertrouwt of de studieloopbaanbegeleider.

Mocht dit niet lukken, dan kun je ook naar de vertrouwenspersoon gaan. Hopelijk wordt het probleem naar ieders tevredenheid opgelost.

Heb je een klacht, dan kun je de klacht per e-mail indienen bij de klachtencoördinator van de school via: klachtencoordinator@glu.nl.

Heb je een klacht mondeling geuit, dan moet je dit ook per mail bevestigen.

Vanaf het moment dat je schriftelijk een klacht hebt ingediend, start officieel de voorgeschreven termijnen en procedures voor het afhandelen van de klacht door de klachtenadviescommissie conform de klachtenregeling van de school.

Een daartoe aangewezen klachtentussenpersoon kan een afspraak met je maken voor een gesprek. Hij of zij kan de ingediende klacht met je bespreken en bezien of en hoe tot een oplossing kan worden gekomen, eventueel door bemiddeling.

Wordt de ingediende klacht naar ieders tevredenheid opgelost, dan volgt hierna geen formele afhandeling van de klacht door de klachtenadviescommissie. Hoe de procedure verloopt, kun je lezen in de klachtenregeling van de school.

Download de Klachtenregeling

EXAMENREGELING COHORT1920
In de Examenregeling vind je de belangrijkste zaken rondom de examens, de vrijstellingen, de herkansingen en wat je zelf kunt doen om goed voorbereid te zijn voor je deelname. Verreweg het belangrijkste onderdeel van de Examenregeling zijn de slaag-/zakbeslissingen. Deze beslissingen zijn landelijk vastgelegd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en bepaalt per onderdeel van het mbo-examen wanneer je wel of niet voldaan hebt aan de kwalificatie-eisen van je opleiding. Voldoe je aan alle eisen, dan ontvang je het mbo-diploma.

Op alle examineringen van de school zijn het Examenbesluit beroepsopleidingen WEB en de regels van het Algemeen Examenreglement van de school van toepassing. Als de overheid toch nog wijzigingen aanbrengt aan de slaag-/zakbeslissingen, zullen deze per direct door de Examencommissie worden doorgevoerd. Zodra er een aanpassing of wijziging nodig is, zal de Examencommissie alle betrokkenen (onderwijsteams, examenleiders, beoordelaars, studenten, examendeelnemers) informeren over wat de aanpassing is of de wijzigingen zijn, voor wie deze gelden en wanneer ze in werking treden.

V

Voor elke opleiding is een examenplan gemaakt waarin je precies kunt zien welke examenonderdelen er zijn, wat de examenvorm is, waar het examen over gaat, wanneer het examen gepland is en welke cijfers meetellen voor je diploma. Om je diploma te behalen, moet je verschillende examens afleggen, waarbij de vorm en de uitvoering van de examens van elkaar verschillen. Zo worden de Nederlandse en Engelse taalvaardigheden ‘lezen en luisteren’ centraal afgenomen. Dit geldt ook voor het examen rekenen: ook centraal. De overige taalvaardigheden Nederlands en Engels zijn schoolexamens.


Toelichting: bij alle centrale examens is het Examenprotocol van het College voor Toetsen en Examens van toepassing. Deelnemen aan het centraal examen taal en rekenen mag vanaf de tweede helft van je opleiding.

O

Ook elk keuzedeel dat je hebt gevolgd, sluit je af met een examen. Dit kan een taak, een praktijkopdracht, het uitvoeren van een vaardigheid of een schriftelijk of mondeling examen zijn. Welke examenvorm wordt ingezet, is afhankelijk van het soort keuzedeel en de inhoud van het keuzedeel. In het examenplan vind je de globale planning van alle examens van je opleiding. Voor de centrale examens en de schoolexamens kun je de afnameplanning vinden op intranet.

J

Je opleiding wordt afgesloten met een examen van de beroepsgerichte onderdelen van je opleiding: de proeve van bekwaamheid (afgekort: pvb). Tijdens de pvb zul je meestal binnen de school praktijkgerichte examens afleggen, waarin je laat zien dat je vakbekwaam bent op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar. Over de beroepsgerichte pvb-examen en de examens van de keuzedelen, word je tijdig geïnformeerd door de Examenleider van je opleiding.

AANGEPAST EXAMEN
Aangepaste examens zullen nooit anders zijn dan het niveau en het doel van het eigenlijke examen. Voor studenten of examendeelnemers met een (functie)beperking, staat de Examencommissie aangepaste examen en -voorzieningen toe. De aangepaste afnamecondities en/of extra hulpmiddelen zijn van toepassing bij alle examens. De aanpassing kan betrekking hebben op de opgaven, de wijze van aanbieding, de afnamecondities waaronder tijdsduur en toegestane hulpmiddelen, en correctie en beoordeling.

De aangepaste examenvoorzieningen gelden alléén voor studenten en examendeelnemers na toestemming van de Examencommissie van de school. Na toestemming en registratie zijn de aangepaste voorzieningen ook van toepassing in het onderwijs. Studenten of examendeelnemers hebben de plicht om voor aanvang van het examen te oefenen met de aangepaste voorzieningen. De oefenexamens worden aangeboden door het College voor Toetsen en Examens en ze zijn online voor iedereen te bereiken.

Als je géén aanvraag voor aangepaste voorzieningen hebt ingediend, dan kun je ook géén aanspraak maken op de aangepaste voorzieningen. Maak eventueel een afspraak met je docent rekenen of de docent SAC om jouw verzoek voor aangepaste voorzieningen te bespreken. De aanvraag voor aangepaste voorzieningen worden vastgelegd in jouw schooldossier.


Hoger niveau Nederlands
V

Voor alle mbo-2 en mbo-3 opleidingen bestaat de mogelijkheid om het centraal examen Nederlands of rekenen af te leggen op hogere 3F niveau. Heb je tenminste het cijfer zes behaald voor het centraal examen 2F, dan kun je je aanmelden voor deelname aan het centraal examen Nederlands en/of rekenen op hogere 3F-niveau. Het behaalde examencijfer voor het hogere 3F examen wordt extra op de resultatenlijst of op een aparte bijlage vermeld. Per centrale examenperiode is het niet toegestaan om examens af te leggen op verschillende referentieniveaus. Per periode mag je slechts éénmaal deelnemen aan het vooraf afgesproken referentieniveau. Er zijn geen centrale examens mogelijk voor het nog hogere referentieniveau 4F.


Hoger niveau rekenen
W

Wanneer je voor het centraal examen rekenen in je eerste poging meteen het cijfer 6,0 of hoger hebt behaald, dan heb je in ieder geval het examen rekenen behaald en hoef je dus niet te herkansen. Maar je kunt ook ervoor kiezen om het centraal examen opnieuw te gaan doen (in de herkansing) op het hogere 3F-niveau. Hiervoor is geen toestemming nodig van de Examencommissie. Wil je op hogere 3F niveau examen rekenen doen, dan maak je in dit geval goed gebruik van je recht op een herkansing. Je moet dan wel tijdig een verzoek indienen bij de Examenleider van je opleiding. Na registratie kun je deelnemen aan het hogere 3F-examen rekenen.


Minimum niveau Engels
B

B1 is het minimale niveau voor alle mbo-4 opleidingen voor Engels lezen en luisteren, waarbij A2 het minimumniveau is voor de overige taalvaardigheden Engels. Er kan binnen het centraal examen Engels lezen en luisteren niet gedifferentieerd worden op verschillende ERK-niveaus. Elke mbo-4 student is verplicht om het centraal examen Engels en de schoolexamens Engels af te leggen op tenminste het minimumniveau. De eindcijfers Engels zijn het rekenkundig gemiddelde van de schoolexamens (op één cijfer achter de komma) en het centraal examen (op één cijfer achter de komma), afgerond op een geheel getal. Deze slaag-zakregeling voor Engels en de manier waarop de cijfers tot stand komen is onafhankelijk van het niveau waarop het examen is afgelegd.


Toelichting: de mbo-4 student is niet verplicht om het centraal examen Engels lezen en luisteren op een hoger B2-niveau af te leggen. De mbo-4 student kan dus nog steeds zijn/haar diploma behalen op basis van het minimale niveau voor Engels.


Hoger niveau Engels
N

Na toestemming van de Examencommissie bestaat voor alle studenten (ongeacht niveau van je opleiding) de mogelijkheid om het centraal examen Engels lezen en luisteren af te leggen op ERK-niveau B2. Per centrale examenperiode is het niet toegestaan om examens af te leggen op verschillende ERK-niveaus. In overleg met de Examencommissie bepaal je samen welk ERK-cijfer op de resultatenlijst wordt vermeld, als je voor het centraal examen op beide niveaus het cijfer zes hebt behaald. Zodra je het centraal examen op het hogere ERK-B2 niveau aflegt, worden de taalvaardigheden Engels lezen en luisteren altijd op één en dezelfde ERK-B2 niveau geëxamineerd.


ERNSTIGE REKENPROBLEMEN

S

Studenten met ernstige rekenproblemen hebben de mogelijkheid om het ER-examen af te leggen. De mbo-4 student kan in plaats van het standaard 3F-examen, het 3ER-examen maken en studenten op mbo-2 of mbo-3 maken in plaats van het standaard 2F-examen, het 2ER-examen. Het 2ER-examen is op het referentieniveau 2F, het 3ER-examen op het referentieniveau 3F. Studenten met ernstige rekenproblemen hebben vooral problemen met de rekenkundige handelingen. In dit ER-examen is deze stap vereenvoudigd en krijg je hulpmiddelen ter ondersteuning aangeboden (bijv. je mag bij elke opgave een rekenmachine gebruiken, de tijdsduur is ruimer en mag je de vastgestelde rekenkaarten gebruiken).


Toelichting: bij deelname aan het 2ER- of 3ER-examen wordt op de resultatenlijst vermeld dat je hebt deelgenomen aan het aangepaste rekenexamen. Voor alle examens rekenen geldt dat zolang de hoogte van het resultaat niet meetelt voor het behalen van het diploma er geen beperkingen zijn voor doorstroom op grond van dit resultaat. Studenten met dyscalculie maken het standaard 2F of 3F-rekenexamen, maar krijgen extra tijd en mogen de vastgestelde rekenkaarten van het College voor Toetsen en Examens gebruiken tijdens het examen.

A

2A-examen rekenen – Dit examen is uitsluitend bedoeld voor mbo-2 studenten voor wie het standaard 2F of 2ER rekenexamen niet haalbaar is. Dit 2A-examen dekt het referentieniveau 2F niet helemaal en is daardoor eenvoudiger dan het rekenexamen 2F en het rekenexamen 2ER. Op dit moment is het 2A examen nog een pilot, dus is dit examen een extra kans voor je naast het standaard 2F of het 2ER-examen. Wil je het examen rekenen op 2A afleggen, dan moet je wel verplicht eerst een examenresultaat hebben behaald voor 2F of voor 2ER. Het behaalde 2A cijfer komt op de resultatenlijst of op een aparte bijlage te staan.

B

Bespreek met je slb’er of jouw ernstige rekenproblematiek bekend is op school. Dit is te zien bij je eigen begeleidingsprofiel in het studentvolgsysteem. Een dyscalculieverklaring is niet verplicht voor deelname aan het examen ER-examen. Dit geldt ook voor het 2A-examen rekenen. Om in aanmerking te komen voor aangepaste examenvoorzieningen wordt deelname aan de lessen rekenen verplicht gesteld.


Toelichting: nadat de aanvraag voor het ER-examen of 2A-examen is geregeld, zijn de aangepaste voorzieningen ook van toepassing tijdens de rekenlessen. Bespreek met je rekendocent of de docent SAC welke aangepaste voorzieningen in het onderwijs wenselijk zijn.

VRIJSTELLINGEN
Gewijzigd beleid vrijstelling taal en rekenen per 1 augustus 2019
De examencommissie heeft op 1 januari 2020 de voorwaarden voor het toekennen van vrijstelling verruimd: er is een vrijstelling op examenonderdelen mogelijk voor taal en rekenen én de geldigheidsduur van resultaten waar vrijstelling op toegekend wordt, is aangepast.

Met terugwerkende kracht en geldig vanaf 1 augustus 2019, kun je naast de al bestaande algehele vrijstelling (op grond van eerder behaald diploma), ook gedeeltelijke vrijstelling aanvragen voor examenonderdelen taal en rekenen, omdat je kunt aantonen dat je elders of eerder een examenresultaat of een keuzedeel taal en rekenen hebt behaald op hetzelfde of op hogere mbo-referentieniveau. Een gedeeltelijke vrijstelling voor taal en rekenen aanvragen, wordt “pakket vrijstelling” genoemd.

Online vrijstelling aanvragen

 


EXAMENS AFLEGGEN MET EEN (FUNCTIE)BEPERKING
De Examencommissie kan toestaan dat je met een (functie)beperking het examen geheel of gedeeltelijk op aangepaste wijze kunt afleggen. Of een aangepast examen voor jou nodig is, wordt meestal al in het intakegesprek duidelijk besproken. Als later tijdens jouw opleiding blijkt dat aanpassingen nodig zijn, kun je alsnog in aanmerking komen voor het aangepaste examen. De Examencommissie neemt het besluit hiertoe.

Let op: het aangepaste examen zal nooit anders zijn dan het niveau en het doel van het eigenlijke examen. Als je een (functie)beperking hebt, dan kun je om een aanpassing van het examen vragen. Je hebt dan een verklaring nodig van een erkende indicatie-instantie, een bevoegd arts of een andere deskundige, waarin vermeld staat welke beperking je hebt en welke adviezen worden gegeven voor het organiseren van jouw examen. De docent SAC van je opleiding kan je helpen je bij de aanvraag.

 


MOMENT VAN DEELNAME EXAMENS
Het landelijk College voor Toetsen en Examens (afgekort: CvTE) bepaalt jaarlijks de afnameperiode voor de centrale examens Nederlands, Engels en rekenen. De Examencommissie bepaalt de afnameperiode voor de schoolexamens voor de overige taalvaardigheden, examens van de keuzedelen en de proeve van bekwaamheid (pvb). Deelname aan de centrale examens taal en rekenen kan pas als je tenminste op de helft van je opleiding zit (zoals afgesproken in jouw onderwijsovereenkomst).

Examens voor keuzedelen worden gepland aan het eind van de lesperiode van betreffende keuzedeel. Hierover word je tijdig geïnformeerd door je opleiding. De pvb is standaard aan het eind van je onderwijsprogramma geprogrammeerd. Het is de bedoeling dat je eerst je beroepspraktijkvorming (stage) tenminste met een voldoende hebt afgerond, voordat je gaat deelnemen aan de pvb van je opleiding.

 


EXAMENDEELNEMER
Wanneer je besluit dat je uitsluitend examen wilt doen (je maakt in dit geval geen gebruik van de onderwijsvoorzieningen) kun je hiertoe een verzoek indienen bij de Examencommissie. De Examencommissie adviseert het Bevoegd gezag over het wel of niet aangaan van een Examenovereenkomst. Als examendeelnemer met een Examenovereenkomst betaal je geen lesgeld, maar het door het bevoegd gezag vastgestelde examengeld.

Eenmaal als examendeelnemer ingeschreven krijg je géén studiebegeleiding en je kunt ook géén gebruik meer maken van de onderwijsvoorzieningen ter voorbereiding, tenzij de Examencommissie anders besluit. Je kunt als examendeelnemer slechts één keer gebruik maken van het recht voor het afleggen van het examen. Dit recht vervalt zes maanden nadat je als examendeelnemer voor het eerst bent geaccepteerd, tenzij de Examencommissie anders besluit.


WAARDERINGS- EN UITSLAGREGELS

AFRONDINGSREGELS VOOR HET EINDCIJFER OP EEN HEEL GETAL
1. Naar beneden afronden als het eerste cijfer achter de komma het cijfer vier (4) of lager is.
2. Naar boven afronden als het eerste cijfer achter de komma het cijfer vijf (5) of hoger is.

NEDERLANDS EN ENGELS
Voor Nederlands en Engels worden de examenresultaten voor zowel centrale examen (CE) als schoolexamens (SE) uitgedrukt in cijfers uit de reeks 1,0 tot en met 10 met één decimaal. Het eindcijfer voor Nederlands en Engels ontstaat door het CE-cijfer te middelen met de SE-cijfers, waarbij alle onderdelen even zwaar wegen. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. Nadat dat gemiddelde berekend is, wordt pas afgerond op een heel getal uit de reeks 1 tot en met 10 volgens de gangbare afrondingsregels.

REKENEN
Het examenresultaat centraal examen rekenen is het definitieve eindcijfer voor rekenen op een heel getal uit de reeks 1,0 tot en met 10. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond op een heel getal uit de reeks 1 tot en met 10 volgens de gangbare afrondingsregels.
KEUZEDELEN
Examenresultaten keuzedelen worden de eindwaarderingen uitgedrukt in cijfers uit de reeks 1,0 tot en met 10, zonder decimalen. Indien de uitkomst van de berekening niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond op een heel getal uit de reeks 1 tot en met 10 volgens de gangbare afrondingsregels. In afwijking hiervan kunnen de afzonderlijke kerntaken van het keuzedeel uitgedrukt worden in een driepuntsschaal: ‘onvoldoende’ – ‘voldoende’ – ‘goed’. Een ‘onvoldoende’ wordt in dit geval geteld als het cijfer vier (4,0). Een ‘voldoende’ wordt geteld als het cijfer zes (6,0). Een ‘goed’ wordt geteld als het cijfer acht (8,0).
LOOPBAAN EN BURGERSCHAP
De eindwaardering voor loopbaan en burgerschap wordt uitgedrukt in een tweepuntsschaal: ‘voldaan’ of ‘niet voldaan’. In afwijking hiervan kunnen de afzonderlijk opdrachten gewaardeerd worden met cijfers uit de reeks van 1 tot en met 10, zonder decimalen.
BEROEPSPRAKTIJKVORMING
De eindwaardering voor de beroepspraktijkvorming (BPV) wordt uitgedrukt in een driepuntsschaal: ‘onvoldoende’ – ‘voldoende’ – ‘goed’. Een ‘onvoldoende’ wordt geteld als het cijfer vier (4,0). Een ‘voldoende’ het cijfer zes (6,0) en een ‘goed’ het cijfer acht (8,0). In afwijking hiervan wordt het stageverslag uitgedrukt met een cijfer uit de reeks 1 tot en met 10, zonder decimalen.
PRAKTIJKEXAMEN
De eindwaardering voor de kerntaak of kerntaken van het praktijkexamen wordt uitgedrukt in een driepuntsschaal: ‘onvoldoende’ – ‘voldoende’ – ‘goed’. Een ‘onvoldoende’ wordt geteld als het cijfer vier (4,0). Een ‘voldoende’ het cijfer zes (6,0) en een ‘goed’ het cijfer acht (8,0). In afwijking hiervan worden de afzonderlijke werkprocessen telkens uitgedrukt in een tweepuntschaal: ‘voldoende’ en ‘onvoldoende’. Een ‘onvoldoende’ wordt in dit geval geteld als het cijfer vier (4) en een ‘voldoende’ als het cijfer zes (6). Bij de berekening van het gemiddeld cijfer van alle werkprocessen behorende bij de kerntaken, wegen de werkprocessen allemaal even zwaar te opzichte van elkaar. Er is géén mogelijkheid te compenseren tussen kerntaken en werkprocessen.



CUM LAUDE REGELING
Zeer goed presterende studenten of toptalenten worden door de school extra gewaardeerd met de aantekening ‘cum laude’ op hun diploma. Hiermee krijgen toptalenten en zeer goed presterende studenten meer erkenning voor hun uitstekende prestaties op onze school.

De voorwaarden voor de aantekening ‘cum laude’ kunnen per cohort van elkaar verschillen. Het College van Bestuur stelt de voorwaarden vast per cohort. Tijdens het diplomabesluit, stelt de examencommissie vast of voldaan is aan de gestelde voorwaarden voor de aantekening ‘cum laude’ op het diploma.

De aantekening ‘cum laude’ wordt bij de titel van het diploma door de volgende toevoeging vermeldt: “Het judicium cum laude is toegekend op grond van het Algemeen Examenreglement van het Grafisch Lyceum Utrecht.”

OER1920TEN MINSTE BEHAALDCUM LAUDE REGELING MBO-2 EN MBO-3 OPLEIDINGEN
2F Nederlands8,0 Géén deelcijfer is lager dan het cijfer vijf.
LoopbaanVoldaanInspanningsverplichting
BurgerschapVoldaanInspanningsverplichting
Beroepspraktijkvorming6,0 of "Voldoende"Géén deelcijfer is lager dan het cijfer vijf.
Praktijkexamen8,0 of "Goed"Géén deelcijfer is lager dan het cijfer vijf.
Studenten mbo-2/mbo-3 die ernstig verwijtbaar hebben gehandeld, zijn uitgesloten voor de aantekening ‘cum laude’ op het diploma.
OER1920TEN MINSTE BEHAALDCUM LAUDE REGELING MBO-4 OPLEIDINGEN
3F Nederlands8,0Géén deelcijfer is lager dan het cijfer vijf.
Engels B1/A2 of hoger8,0Géén deelcijfer is lager dan het cijfer vijf.
LoopbaanVoldaanInspanningsverplichting
BurgerschapVoldaanInspanningsverplichting
Beroepspraktijkvorming6,0 of "Voldoende"Géén deelcijfer is lager dan het cijfer vijf.
Praktijkexamen8,0 of "Goed"Géén deelcijfer is lager dan het cijfer vijf.
Mbo-4 studenten die ernstig verwijtbaar hebben gehandeld, zijn uitgesloten voor de aantekening ‘cum laude’ op het diploma.


AANTAL POGINGEN (HERKANSINGEN)


Voor taal en rekenen geldt dat je recht hebt op één herkansing (we noemen dit ‘tweede poging’) van het examen of de examenonderdelen. Je hebt recht op een tweede poging, nadat je eerst een examenresultaat hebt behaald in de eerste poging van het examen of de examenonderdelen taal en rekenen.

  • Je krijgt maximaal 1x herkansing (= de 2e poging) voor het examen of de examenonderdelen taal en rekenen.
  • De 2e poging mag je gebruiken om een hoger cijfer te halen. Na de herkansing telt hoogst behaald resultaat bij het bepalen van de eindwaardering.
  • Heb je voor de 1e poging het cijfer zes behaald, dan mag je de 2e poging gebruiken om 1x op hoger niveau het examen af te leggen, indien de mogelijkheden hiertoe aanleiding geven.
  • Je hebt géén automatisch recht op een 3e poging. De examencommissie beslist.

Uitzonderingen

  • De examencommissie kan op verzoek besluiten om meerdere pogingen toe te kennen en zo ja, wanneer deze extra examengelegenheid door het examenbureau wordt georganiseerd.
  • In de examenwijzer van de opleiding staat hoe en op welke wijze de herkansingen van examens keuzedelen en het afsluitende praktijkexamen worden georganiseerd.

SLAAG–/ZAKBESLISSINGEN

 COHORT 2019-2020: MBO-2 EN MBO-3 OPLEIDINGEN
2F Nederlandse taalVerplichte deelname en het afgeronde eindcijfer 2F Nederlandse taal is ten minste het cijfer vijf (5,0)
2F/2ER RekenenVerplichte deelname en er is een examenresultaat – de hoogte van het cijfer telt NIET mee
LoopbaanVerplichte deelname en de eindwaardering voor de inspanningsverplichting is ten minste "voldaan"
BurgerschapVerplichte deelname en de eindwaardering voor de inspanningsverplichting is ten minste "voldaan"
BeroepspraktijkvormingVerplichte deelname en de eindwaardering is ten minste het cijfer zes (6,0) of ten minste "voldoende"
KeuzedeelverplichtingVerplichte deelname en examenresultaten keuzedelen – de hoogte van de cijfers of eindwaarderingen tellen NIET mee
Beroepsgericht examenVerplichte deelname en de eindwaardering is ten minste het cijfer zes (6,0) of ten minste "voldoende"
 COHORT 2019-2020: MBO-4 OPLEIDINGEN
3F Nederlandse taalVerplichte deelname en de afgeronde eindcijfers voor Nederlands en Engels ten minste de cijfers 5,0 – 6,0 in willekeurige volgorde
3F/3ER RekenenVerplichte deelname en er is een examenresultaat – de hoogte van het cijfer telt NIET mee
B1/A2 EngelsVerplichte deelname en de afgeronde eindcijfers voor Engels en Nederlands ten minste de cijfers 5,0 – 6,0 in willekeurige volgorde
LoopbaanVerplichte deelname en de eindwaardering voor de inspanningsverplichting is ten minste "voldaan"
BurgerschapVerplichte deelname en de eindwaardering voor de inspanningsverplichting is ten minste "voldaan"
BeroepspraktijkvormingVerplichte deelname en de eindwaardering is ten minste het cijfer zes (6,0) of ten minste "voldoende"
KeuzedeelverplichtingVerplichte deelname en examenresultaten keuzedelen – de hoogte van de cijfers of eindwaarderingen tellen NIET mee
Beroepsgericht examenVerplichte deelname en de eindwaardering is ten minste het cijfer zes (6,0) of ten minste "voldoende"

UITREIKING DIPLOMA

Voldoe je aan de wettelijke slaag-/zakbeslissingen (incl. de eventuele verkregen vrijstellingen) van je beroepsopleiding, dan krijg je van de examencommissie een mbo-diploma met resultatenlijst uitgereikt.

Beide waardepapieren worden eenmalig door de examencommissie verstrekt. Bewaar deze documenten zorgvuldig.

Diploma behaald? Wat moet je dan zélf bij DUO regelen

Op de dag van officiële vaststelling diplomabesluit door de examencommissie, komt jouw onderwijsovereenkomst formeel te vervallen, omdat je de opleiding met succes hebt afgerond.

Dit is meestal een andere dag, dan de dag waarop je het mbo-diploma met resultatenlijst (feestelijk) krijgt uitgereikt.

Instellingsverklaring

Wanneer je ongediplomeerd of voortijdig de school verlaat, dan ontvang je een instellingsverklaring (voorheen schoolverklaring genoemd) van de examencommissie, met een overzicht van behaalde resultaten.

 


KLACHTEN OVER DE EXAMENS
Klachten over de examens worden –in eerste instantie– in behandeling genomen door de examencommissie van de school.

Heb je een klacht over de gang van zaken voor, tijdens of na de examinering of ben je het niet eens met een examencijfer, een examenbeoordeling of met het diplomabesluit, dan kun je de klacht per e-mail indienen bij de klachtencoördinator van de school via: klachtencoordinator@glu.nl.

Heb je een klacht mondeling geuit, dan moet je dit ook per mail bevestigen.

Vanaf het moment dat je schriftelijk een klacht hebt ingediend, start officieel de voorgeschreven termijnen en procedures voor het afhandelen van de klacht door de examencommissie conform de klachtenregeling van de school.

Een daartoe aangewezen klachtentussenpersoon kan hierna een afspraak met je maken voor een gesprek. Hij of zij kan de ingediende klacht met je bespreken en bezien of en hoe tot een oplossing kan worden gekomen, eventueel door bemiddeling.

Wordt de ingediende klacht naar ieders tevredenheid opgelost, dan volgt hierna geen formele afhandeling van de klacht door de examencommissie.

Als je het niet eens bent met een beslissing, maatregel of uitspraak van de examencommissie, dan kun je in beroep gaan. Deze beroepszaken worden behandeld door de externe Commissie van Beroep voor de Examens.

error: Alert: Content is protected –Grafisch Lyceum Utrecht–