Selecteer een pagina

algemeen examenreglement

  1. OER/Studiegids
  2. |
  3. algemeen examenreglement

ALGEMEEN EXAMENREGLEMENT
HOOFDSTUKKEN, ARTIKELEN EN BIJLAGEN


Het algemeen examenreglement maakt onlosmakelijk deel uit van de OER/Studiegids van je opleiding. In 6 hoofdstukken zijn artikelsgewijs je rechten en plichten opgenomen.
Lees  de zes hoofdstukken of

 download het algemeen examenreglement.
De bijlagen 1, 2 én 3 vormen een integraal onderdeel van het algemeen examenreglement. In  bijlage 1 vind je de werkwijze en procedure voor het aanvragen van een heroverweging (voorheen ‘bezwaar aantekenen’ genoemd).
 Bijlage 2 beschrijft de werkwijze en procedure voor het in beroep gaan bij de Commissie van beroep voor de examens (afgekort ‘Cobex’). In  bijlage 3 zijn de voorwaarden opgenomen voor deelname aangepaste centrale examens van het College voor Toetsen en Examens.
Voor een nadere uitleg over veelgebruikte termen in het algemeen examenreglement, verwijzen we je naar  de landelijke begrippenlijst van het kennispunt MBO Onderwijs en Examinering.

ALGEMEEN EXAMENREGLEMENT
HOOFDSTUKKEN, ARTIKELEN & BIJLAGEN

HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN

1.1 – Het algemeen examenreglement
1. – Het algemeen examenreglement maakt onlosmakelijk deel uit van de OER/Studiegids van de school en is van toepassing voor de student of examendeelnemer met een geldige inschrijving en die gaat deelnemen aan het examen.
2. – Deelnemen aan het examen is verplicht, tenzij vooraf een vrijstelling is toegekend of toestemming voor geoorloofd afwezigheid is afgegeven door de examencommissie.
3. – Door deel te nemen aan een examen geeft de student of examendeelnemer aan op de hoogte te zijn van de inhoud en strekking van dit algemeen examenreglement van de school.
4. – Met de begrippen ‘examen’ of ‘examens’ in dit algemeen examenreglement worden alle examen- en diploma-eisen bedoeld zoals deze in het examenplan zijn opgenomen in de vastgestelde OER/Studiegids van de opleiding.
5. – Iedereen die betrokken is bij examinering wordt geacht de inhoud van het algemeen examenreglement te kennen en zich hieraan te houden en zijn te allen tijde aanspreekbaar op naleving van dit reglement.
6. – Op het algemeen examenreglement is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
 
1.2 – Inwerkingtreding en geldigheidsduur
1. – Het algemeen examenreglement wordt jaarlijks voor de start van het nieuwe studiejaar vastgesteld op een door het bevoegd gezag bepaalde datum en vervangt in zijn geheel alle voorgaande versies.
2. – Het algemeen examenreglement geldt voor de duur van inschrijving voor een beroepsopleiding zoals met de student schriftelijk is overeengekomen in zijn onderwijsovereenkomst, dan wel met de examendeelnemer in zijn examenovereenkomst met de school.
3. – Als er tijdens het studiejaar tussentijdse aanpassingen of wijzigingen noodzakelijk zijn, dan zullen de aanpassingen of wijzigingen worden toegevoegd via een ‘addendum’ aan dit examenreglement over wat de aanpassingen of de wijzigingen zijn, voor wie deze gelden en wanneer ze in werking treden. Het addendum wordt online gepubliceerd op de website van de school.
 
1.3 – Samenstelling examencommissie
1. – Aan de school is een examencommissie verbonden.
2. – De examencommissie van de school bestaat ten minste uit drie en ten hoogste zes leden; allen worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bevoegd gezag.
3. – Ten minste één lid van de examencommissie is afkomstig van buiten de opleiding of groep van opleidingen. Ten minste één lid van de examencommissie is als docent verbonden aan de opleiding of groep van opleidingen. Ten minste één lid van de examencommissie is afkomstig uit de beroepspraktijk. De voorzitter van de examencommissie wordt aangewezen door het bevoegd gezag.
4. – Leden van het bevoegd gezag en personen die anderszins financiële verantwoordelijkheid dragen binnen de instelling kunnen niet worden benoemd tot lid van de examencommissie.
5. – De voorzitter, leden en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van 3 jaren en zijn onmiddellijk herbenoembaar.
6. – Het lidmaatschap examencommissie eindigt:
– bij het einde van de zittingstermijn;
– bij ontslag door het bevoegd gezag op eigen verzoek;
– bij ontslag door het bevoegd gezag als uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschiktheid voor het vervullen van de functie blijkt, en ook bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld;
– bij overlijden.
7. – De examencommissie stelt de regels op voor het algemeen examenreglement, regels voor de uitvoering van de examens en de maatregelen die zij in dat verband kan nemen.
8. – De examencommissie kan zich daarbij laten adviseren door in- en externe deskundigen voor de uitvoering van haar taken en bevoegdheden.
9. – Ten behoeve van de ambtelijke ondersteuning van de examencommissie wijst het bevoegd gezag een secretariële medewerker aan. Deze maakt geen deel uit van de examencommissie.
10. – De leden van de examencommissie en de aangewezen secretariële medewerker zijn verplicht tot geheimhouding van alle zaken die zij in die hoedanigheid vernemen. Deze verplichting blijft ook bestaan nadat betrokkene zijn taak als lid van de examencommissie of als secretariële medewerker heeft beëindigd.
 
1.4 – Bijzondere bepalingen
1. – Het examen dient in Nederland afgenomen te worden én in de Nederlandse taal.
2. – In afwijking van het voorgaande lid wordt in een andere taal geëxamineerd:
– wanneer het examen betrekking tot die taal betreft of
– wanneer de specifieke aard of inrichting van het examen daartoe noodzaakt, overeenkomstig  het kwalificatiedossier van de opleiding.
3. – De examencommissie bepaalt in geval van overmacht of door onvoorziene omstandigheden, bijv. door ‘lockdowns’, hoe en op welke wijze geëxamineerd dient te worden.
4. – De ‘Regeling aangepaste wijze of vorm van examineren centrale examens mbo’ van het College van Toetsen en Examens is opgenomen in  bijlage 3 van dit algemeen examenreglement.
 
1.5 – Informatievoorziening
1. – Informatie over  het examenprogramma van de opleiding, de planning en de uitvoering daarvan, worden uiterlijk op 1 augustus van het betreffende schooljaar online gepubliceerd op de website van de school.
2. – Het gebruik van het school e-mailaccount is verplicht gedurende de inschrijving als student of als examendeelnemer.
3. – De student of examendeelnemer kan zich nimmer beroepen op onbekendheid van informatie die, al dan niet via de school e-mail-account, aan hem is bekend gemaakt.
 
1.6 – Geheimhouding en gegevensverwerking
1. – Iedereen die betrokken is bij de examinering en in die hoedanigheid de beschikking krijgt over vertrouwelijke gegevens, is verplicht tot geheimhouding daarvan.
2. – Een wettelijk voorschrift kan echter bepalen dat de gegevens ondanks de geheimhoudingsplicht toch openbaar moeten worden gemaakt.
3. – Het bevoegd gezag bepaalt wie de examengegevens mag verzamelen en/of verder mag bewerken.
4. – Behaalde resultaten taal en rekenen, loopbaan, burgerschap, keuzedelen, beroepspraktijkvorming en praktijkexamen worden (digitaal) verwerkt in het studenteninformatiesysteem van de school.
5. – Behaalde resultaten worden maximaal 2 jaar bewaard, te rekenen vanaf de dag van het diplomabesluit of vanaf de dag van ontbinding onderwijs- of examenovereenkomst.
6. – Ten aanzien van de gegevensverzameling worden de wettelijke bepalingen in acht genomen. In geval van vragen, bezwaren of klachten over de verwerking van persoonsgegevens door de school, kan per e-mail contact worden opgenomen met de ‘Functionaris Gegevensbescherming’ van de school, via: ibp@glu.nl of bij de klachtencoördinator van de school, via: klachtencoordinator@glu.nl

HOOFDSTUK 2
DE EXAMENORGANISATIE

 
2.1 – Het bevoegd gezag (het College van Bestuur)
1. – Het bevoegd gezag zorgt voor een adequate examenorganisatie en kwaliteit van het onderwijs en de examinering.
2. – Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de daartoe aangewezen medewerkers betrokken bij de examenorganisatie en uitvoering over de nodige deskundigheid beschikken om hun taken naar behoren te kunnen uitvoeren.
3. – Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de examenprocessen volgens het geldende Handboek Examinering verlopen.
4. – Het bevoegd gezag geeft aan de student met een geldige inschrijving van de school de gelegenheid een of meerdere examens af te leggen.
5. – Het bevoegd gezag zorgt voor een onafhankelijke examencommissie en benoemd de leden, waarbij de voorzitter van de examencommissie wordt aangewezen door het bevoegd gezag.
6. – Het bevoegd gezag besluit, op advies van de examencommissie, over het wél of niet aangaan van een examenovereenkomst voor een examendeelnemer.
 
2.2 – De examencommissie
1. – De examencommissie oefent haar taken en bevoegdheden uit op grond van  artikel 7.4.5a van de Wet educatie en beroepsonderwijs en ziet toe op de kwaliteit en juistheid van de examinering.
2. – De taken en bevoegdheden van de examencommissie zijn onder andere:
het vaststellen van het examenplan, de exameninstrumenten met inbegrip van de richtlijnen voor afname en beoordeling;
– het benoemen van examinatoren of beoordelaars;
– het toezicht houden op de uitvoering van het constructie- en/of inkoopproces examen;
– het toezicht houden bij de afnames;
– het opstellen van richtlijnen voor het geheim houden van de examenopgaven of opdrachten tot de aanvang van het examen;
– het verlenen van vrijstellingen;
– het in behandeling nemen van verzoeken;
– het beslissen over toekenning aangepaste examinering;
– het beslissen over toekenning van extra examenpogingen;
– het bieden van de mogelijkheid tot de inzage;
– het onaangekondigd een afname bijwonen;
– het sanctioneren in geval van onregelmatigheden;
– de uitslag of deelname van een examen ongeldig verklaren;
– het vaststellen of voldaan is aan de keuzedeelverplichting van de opleiding;
– het vaststellen of voldaan is aan de ‘compensatieregeling keuzedelen’;
– het vaststellen of voldaan is aan de inspanningsverplichting voor loopbaan en burgerschap;
– het vaststellen van de uitslag van het examen;
– het vaststellen of voldaan is aan de slaag-/zakbeslissingen van de opleiding;
– het toekennen van de aantekening ‘cum laude’ op het diploma;
– het eenmalig uitreiken van de waardepapieren (diploma met resultatenlijst, certificaat, mbo-verklaring).
3. – De examencommissie ziet toe dat medewerkers betrokken bij de organisatie en uitvoering van examens over de nodige deskundigheid beschikken om hun taken naar behoren te kunnen verrichten.
4. – Nadere uitwerkingen van alle taken en bevoegdheden van de examencommissie staan beschreven in het  handboek examinering van de school.
 
2.5 – De examinator of beoordelaar
1. – De examinator of de beoordelaar is verantwoordelijk voor het kwalificerend beoordelen van studenten en examendeelnemers van de school gericht op het behalen van een diploma.
2. – De examinator of de beoordelaar beoordeelt en komt tot een goed te verantwoorden en objectief eindoordeel.
3. – De examinator of beoordelaar is gedurende de examinering gehouden tot geheimhouding van zijn beoordeling.
4. – Na vaststelling door de examencommissie, worden de beoordelingen bekend gemaakt.
 
2.6 – De afnameleider
1. – De afnameleider zorgt voor deugdelijke afnames van de centrale examens en de schriftelijke schoolexamens volgens de voorgeschreven routines en protocollen.
2. – Toezichthouders of surveillanten kunnen ter assistentie worden ingezet voor een correct verloop van de afname en het verrichten van (licht) administratieve handelingen.
 
2.7 – Het examenbureau van de school
1. – Het examenbureau is door het bevoegd gezag ingericht om de administratieve processen rondom de examinering, certificering en diplomering voor te bereiden, deze te bewaken en formeel uit te voeren volgens de vastgestelde routines en protocollen.
2. – Het examenbureau voert op basis van het vastgestelde jaarplanning examinering haar taken uit voor het administreren van behaalde resultaten, het verwerken van verzoeken, het controleren, het archiveren en het (gevraagd of ongevraagd) bieden van informatie over de examineringen van de school.

HOOFDSTUK 3
HET EXAMEN

 
3.1 – Doelstelling en inrichting
1. – Het examen van een mbo-beroepsopleiding van de school omvat alle onderdelen van de opleiding dat is gericht op het behalen van een kwalificatie, ten bewijze waarvan met goed gevolg een mbo-diploma wordt uitgereikt door de examencommissie van de school.
2. – Het examen omvat een of meerdere (fysiek of online) onderzoeken naar de kennis, het inzicht, de vaardigheden en de beroepshoudingen overeenkomstig de kwalificatie-eisen van het kwalificatiedossier de opleiding op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar.
3. – Het examen bestaat uit een schoolexamen of een centraal examen, dan wel beide.
4. – Alle onderdelen van het examen worden opgenomen in het examenplan van de opleiding.
 
3.2 – Het examenplan van de opleiding
1. – Het examenplan wordt door het onderwijsteam van de opleiding opgesteld voorafgaand aan de start van de opleiding.
2. – Het examenplan wordt door het onderwijsteam van de opleiding uitgevoerd, zoals deze voorafgaand aan de start van de opleiding door de examencommissie is vastgesteld.
3. – Afwijking van  het examenplan is mogelijk in geval van wijzigingen van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB of door een maatregel van de overheid.
4. – Het examenplan van de opleiding bevat een opgave van:
– de generieke examens taal en rekenen van de opleiding;
– examens keuzedeelverplichting van de opleiding;
– eisen of opdrachten voor loopbaan en burgerschap;
– eisen voor de beroepspraktijkvorming;
– eisen voor de kerntaken van het praktijkexamen van de opleiding;
– de waarderings- of uitslagregels per examenonderdeel;
– de geldende slaag-/zakbeslissingen van de opleiding.
5. – Het examenplan van de opleiding beschrijft welke examenvorm wordt ingezet:
– digitale (schriftelijke) examens;
– mondelinge examens, mondelinge presentaties of interviews (individueel of in groepsverband);
– (groeps)presentaties, examenportfolio’s, simulaties;
– examens in de beroepspraktijk;
– praktijkexamens of een combinatie van examenvormen.
6. – Het examenplan is geldig vanaf de start van de opleiding voor de afgesproken nominale studieduur van de opleiding, vermeerderd met maximaal 2 studiejaren wegens mogelijke uitloop of studievertraging.
 
3.3 – Het examendossier
1. – Het examendossier bevat het examenplan van de student en wordt, na inschrijving, door de school individueel ingeregeld in het studenteninformatiesysteem.
2. – Het examendossier bevat alle onderdelen en bewijzen van de student of examendeelnemer die leiden tot diplomering.
3. – Het examendossier blijft eigendom van de school.
 
3.4 – Examenperiode (jaarplanning examineringen)
1. – Voorafgaand aan de start van elk schooljaar wordt de door de examencommissie vastgestelde jaarplanning examinering gepubliceerd.
2. – De examencommissie bepaalt de afnameperiode voor de schoolexamens.
3. – Het College voor Toetsen en Examens bepaalt de landelijke afnameperiode voor de centrale examens.
4. – Keuzedelen worden aan het eind van de lesperiode waarin betreffende keuzedeel wordt verzorgd geëxamineerd.
5. – De opdrachten voor loopbaan en burgerschap worden tijdens de opleiding op verschillende momenten afgerond.
6. – De beroepspraktijkvorming wordt op verschillende momenten in het leer- of stagebedrijf beoordeeld.
7. – De kerntaken en werkprocessen van het kwalificatiedossier van de opleiding worden volgens het examenplan tijdens het praktijkexamen geëxamineerd.
 
3.5 – Examengelegenheden en herkansingen (aantal pogingen)
1. – De student is verplicht om aan het examen deel te nemen waarvoor hij is opgeroepen en het inleveren van de examenopdrachten  volgens het examenplan van zijn opleiding.
2. – Voor examenonderdelen taal en rekenen van het examenplan, geldt dat elke student recht heeft op 2 examengelegenheden (éénmaal 1e poging en éénmaal 1 herkansing), op voorwaarde dat student een examenresultaat heeft behaald voor zijn eerste examengelegenheid.
3. – De tweede examengelegenheid taal en rekenen kan ingezet worden:
om eenmalig in de 2e examengelegenheid te gaan herkansen, als het resultaat van de 1e examengelegenheid lager is dan het cijfer 5,5;
of om eenmalig in de 2e poging examen taal of rekenen te gaan herkansen voor een hoger cijfer;
of om eenmalig op hoger niveau examen taal of rekenen af te leggen, als het resultaat van de 1e poging ten minste het cijfer 6 is;
of bij de 1e herkansing door onvoorziene omstandigheden geen deelname mogelijk is.
4. – Herkansingen examens keuzedelen, examenopdrachten voor loopbaan en burgerschap, de beroepspraktijkvorming en het praktijkexamen van de opleiding worden in de regel in eerstvolgende termijn afgenomen. In de examenwijzer van je opleiding staat hoe, wanneer en op welke wijze de herkansingen voor deze onderdelen worden georganiseerd.
5. – Het hoogst behaalde resultaat telt voor het bepalen van de eindwaardering.
6. – Een herkansing kan niet nogmaals herkanst worden.
7. – De student of examendeelnemer die géén gebruik maakt van zijn ingeplande examengelegenheid, verliest een poging.
8. – De examencommissie kan op verzoek van de student of examendeelnemer een extra examengelegenheid of extra poging toekennen als er sprake is van een bijzondere situatie.
9. – Het deelnemen aan een  extra examengelegenheid of extra poging kan leiden tot een verlenging van de vooraf afgesproken studieduur van de opleiding.
 
3.6 – Aangepaste examinering
1. – Op schriftelijk verzoek van de student of examendeelnemer met een zichtbare of onzichtbare zintuigelijke of lichamelijke (functie)beperking kan de examencommissie een aanpassing van de wijze of vorm van afname van het examen toestaan.
2. – De student of examendeelnemer is altijd zelf verantwoordelijk dat zijn aanvraag tijdig is ingediend bij de examencommissie. Als er géén aanvraag is ingediend, is een beroep op dit artikel uitgesloten.
3. – De aangepast wijze of vorm kan betrekking hebben op de examenopgaven, de wijze van aanbieden van het examen, de afnamecondities waaronder tijdverlenging en extra toegestane hulpmiddelen of aanpassingen.
4. – Het examenniveau en doelstelling van de aangepast wijze of vorm mag niet lager of hoger zijn dan het examenniveau en doelstelling van een niet aangepast (standaard) examen. Hetzelfde geldt voor beoordeling en normering.
5. – Als in het onderwijs niet vooraf wordt geoefend met de hulpmiddelen, dan mogen deze hulpmiddelen ook niet in gebruik worden genomen bij de afname van het examen.
6. – De toegekende aanpassingen worden geregistreerd in het examendossier gekoppeld aan het proces-verbaal van een examen afname.
7. – De aanpassing blijft geldig tot aan diplomering, tenzij de indicatie ophoudt te bestaan of de verklaring is verlopen.
8. – Beschrijvingen van aangepaste centrale examens van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) zijn opgenomen in  bijlage 3 van dit examenreglement.
 
3.7 – Vrijstelling examen
1. – Op schriftelijke verzoek van de student kan de examencommissie aan hem  een of meerdere vrijstellingen toekennen voor onderdelen van het examenplan van zijn opleiding op grond van elders of eerder behaald diploma of examenresultaten.
2. – Vrijstelling op basis van ‘Erkenning van Verworven Competenties – EVC’, in de vorm van een ervaringscertificaat, wordt uitsluitend voorafgaand de start van een opleiding verleent. De aanvrager regelt in dit geval zelf zijn ervaringscertificaat bij een erkende instantie.
3. – De student of examendeelnemer is altijd zelf verantwoordelijk dat zijn aanvraag voor een of meerdere vrijstellingen tijdig is ingediend bij de examencommissie. Als er géén aanvraag is ingediend, is een beroep op dit artikel uitgesloten.
4. – De vrijstelling kan worden toegekend, nadat de examencommissie heeft vastgesteld:
dat de aanvrager elders of eerder examen heeft afgelegd op ten minste hetzelfde niveau zoals is vastgelegd in het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB;
dat het elders of eerder behaald resultaat zodanig is dat de aanvrager kan slagen voor zijn beroepsopleiding;
dat volledig is voldaan aan de voorwaarden voor de vrijstelling.
5. – Als het resultaat van de vrijstelling is gewaardeerd met een cijfer, dan telt dit cijfer mee voor de ‘compensatieregeling keuzedelen’, voor de ‘cum laude regeling’ én voor de eindwaardering op het diploma.
6. – Als het resultaat van de vrijstelling is ‘opgehoogd’ door toepassing van de cijferdifferentiatie, dan telt deze mee voor de toekenning.
7. – Het besluit tot vrijstelling wordt vastgelegd in het examendossier van de aanvrager. Op de resultatenlijst komt het resultaat te staan van de toegekende vrijstelling.
8. – De toegekende vrijstelling blijft geldig tot aan diplomering, tenzij de examencommissie heeft vastgesteld dat het beheersingsniveau op dat moment niet meer toereikend is voor het behalen van een diploma of wanneer de slaag-/zakregeling bij wet is of wordt veranderd.
9. – De examencommissie beslist, na ontvangst van de aanvraag, binnen een termijn van 4 weken voor het wel of niet toekennen van de vrijstelling.
10. – Het aanvragen van een of meerdere vrijstellingen heeft géén opschortende werking.
11. – In afwachting van het besluit van de examencommissie, is de aanvrager gehouden aan het volgen van zijn geldende lesrooster en het examenplan van zijn opleiding.
 
3.8 – Toegekende vrijstelling intrekken
1. – Op schriftelijk verzoek van een student of examendeelnemer kan een al toegekende vrijstelling ingetrokken worden door de examencommissie.
2. – Nadat de toegekende vrijstelling ongeldig is verklaard, kan de student of examendeelnemer daarna niet opnieuw een vrijstelling voor betreffende examen aanvragen.
3. – Het behaalde examenresultaat telt in dit geval mee voor de ‘compensatieregeling keuzedelen, voor de toekenning ‘cum laude’ én voor het bepalen van de eindwaardering op het diploma.
 
3.9 – Hoger of lagere niveau examens
1. – Op schriftelijk verzoek van een student of examendeelnemer kan de examencommissie toestemming geven voor deelname aan  hoger of lagere niveau examen taal of rekenen, dan het vereiste niveau van zijn opleiding waarvoor hij is ingeschreven.
2. – Bij deelname aan hoger of lagere niveau examen taal of rekenen leidt niet tot een wijziging van de uitslagregels van de opleiding.
3. – Het hogere ERK-niveau examens C1 of C2 Engels worden niet aangeboden. Dit geldt ook voor het hogere 4F Nederlands en rekenen: beiden worden ook niet aangeboden.
 
3.10 – Hoger niveau examens Nederlandse taal
1. – Zodra een student voor zijn 1e poging een examenresultaat van ten minste het cijfer 6 heeft behaald, dan mag hij zijn 2e poging gebruiken om eenmalig examen Nederlands op een hoger niveau afleggen dan is vastgesteld voor zijn beroepsopleiding, tenzij hij géén gebruik heeft gemaakt van de voor hem ingeplande 1e poging.
2. – Als een student zijn 2e poging inzet om deel te nemen aan het centraal examen Nederlands lezen en luisteren op hoger niveau, dan moet hij de schoolexamens Nederlands eveneens op hetzelfde hoger niveau afleggen.
3. – Als een student in zijn 2e poging het examen Nederlandse taal op een hoger niveau heeft afgelegd, dan wordt het hierbij behaalde niveau en cijfer gebruikt voor het bepalen van de eindwaardering.

 
3.11 – Hoger niveau examens rekenen
1. – Zodra een student voor zijn 1e poging een examenresultaat van ten minste het cijfer 6 heeft behaald, dan mag hij zijn 2e poging gebruiken om eenmalig examen rekenen op een hoger niveau afleggen dan is vastgesteld voor zijn beroepsopleiding, tenzij hij géén gebruik heeft gemaakt van de voor hem ingeplande 1e poging.
2. – Als een student zijn 2e poging inzet om deel te nemen aan het op hoger niveau centraal examen rekenen of aan de schoolexamens ‘hoger niveau mbo-rekenniveaus’, dan moet hij alle examenonderdelen rekenen eveneens op hetzelfde hoger niveau afleggen.
3. – Als een student in zijn 2e poging het examen rekenen op een hoger niveau heeft afgelegd, dan wordt het hierbij behaalde niveau en cijfer gebruikt voor het bepalen van de eindwaardering.
4. – Voor de groep studenten die op of na 1 augustus 2022 starten met hun opleiding, gelden de schoolexamens nieuwe ‘mbo-rekenniveaus’.
5. – Voor de groep studenten of examendeelnemers die vóór 1 augustus 2022 met hun opleiding zijn gestart, blijft gelden dat het examen rekenen centraal wordt afgenomen door het College voor Toetsen en Examens. De afnamecondities centraal examen rekenen (alle varianten) blijven voor deze groep studenten of examendeelnemers ongewijzigd.
 
3.12 – Hoger niveau examens Engels
1. – Zodra een student voor zijn 1e poging een examenresultaat van ten minste het cijfer 6 heeft behaald voor Engels ERK-B1 lezen en luisteren, dan mag hij zijn 2e poging gebruiken om eenmalig examen Engels op een hoger ERK-niveau B2 afleggen, tenzij hij géén gebruik heeft gemaakt van de voor hem ingeplande 1e poging.
2. – Zodra een student voor zijn 1e poging een examenresultaat van ten minste het cijfer 6 heeft behaald voor Engels ERK-A2 spreken, schrijven & gesprekken voeren, dan mag hij zijn 2e poging gebruiken om eenmalig examen Engels afleggen op hoger ERK-B1 óf ERK-B2 niveau voor Engels spreken, schrijven & gesprekken voeren, tenzij hij géén gebruik heeft gemaakt van de voor hem ingeplande 1e pogingen.
3. – Als een student in zijn 2e poging het examen Engels op een hoger ERK-niveau heeft afgelegd dan is vastgesteld voor zijn beroepsopleiding, dan wordt het hierbij behaalde ERK-niveau en cijfer gebruikt voor het bepalen van de eindwaardering.
 
3.13 – Hulpmiddelen
1. – De examencommissie bepaalt vooraf welke hulpmiddelen, al dan niet in bruikleen, tijdens een afname ingezet en wanneer het gebruik mag worden genomen, voor hoelang en voor welk examenonderdeel deze hulpmiddelen gelden.
2. – Bij alle examens is een pen/potlood en het gebruiken van kladpapier standaard toegestaan, tenzij de instructies anders voorschrijven.
3. – Alle uitgereikte kladpapieren en alle gemaakte notities op de kladpapieren dienen na de examenzitting ingeleverd te worden bij de daartoe aangewezen afnameleider of toezichthouder/surveillant.
4. – Digitale woordenboeken of vertaalcomputers zijn bij alle examens niet toegestaan, tenzij de instructies anders voorschrijven.
5. – Het meenemen en/of het gebruiken van een eigen of losse rekenmachine zijn bij alle examens niet toegestaan, tenzij de instructies anders voorschrijven.
6. – Het meenemen en/of het gebruiken van een eigen (al dan niet met ‘bluetooth’) koptelefoon zijn bij alle examens niet toegestaan, tenzij de instructies anders voorschrijven.
7. – Een eendelig papieren verklarend woordenboek Nederlands is standaard toegestaan bij de centrale en schoolexamens Nederlands.
8. – Een eendelig papieren verklarend woordenboek Nederlands of Engels is overbodig bij de centrale en schoolexamens rekenen.
9. – Bij de centrale en schoolexamens Engels is een eendelig vertalend papieren woordenboek Engels standaard toegestaan. Een verklarend papieren woordenboek Nederlands is bij het centraal examen Engels niet toegestaan.
10. – De examencommissie bepaalt vooraf of het verklarend papieren woordenboek Nederlands of Engels zelf wordt meegenomen, of dat het in bruikleen beschikbaar wordt gesteld in de examenruimte.
11. – De student of examendeelnemer die een afwijkend papieren woordenboek (bijvoorbeeld een beeldwoordenboek, een speciaal woordenboek ‘Nederlands als tweede taal’ of een woordenboek dat de Nederlandse of Engelse woorden omzet naar zijn thuistaal) wil meenemen en gebruiken, dient dit tijdig en voorafgaand de afname van het examen te melden bij de examencommissie, zodat verwarring bij de start van het examen voorkomen wordt.
12. – Een eenmaal gemaakt examen kan niet achteraf ongeldig worden verklaard of opnieuw worden gemaakt door een melding dat de student of examendeelnemer géén gebruik heeft gemaakt of willen maken van de toegestane hulpmiddelen.
 
3.14 – Anderstaligen
1. – De student die voorafgaand aan zijn deelname aan het examen minder dan 6 jaar Nederlandstalig onderwijs heeft gevolgd én die niet Nederlands als moedertaal heeft, kan in aanmerking komen voor extra 30 minuten tijd boven op de standaard voorgeschreven examentijd van het examen.
2. – Het maximaal 30 minuten tijdverlening bij de centrale examens wegens ‘anderstalige’ mag worden opgeteld in combinatie met een ander zichtbare of onzichtbare zintuigelijke of lichamelijke (functie)beperking.
3. – Indien van toepassing gelden de regels en regelingen van de Coöperatie Examens MBO.
 
3.15 – Onterecht gebruik van hulpmiddelen
1. – De student of examendeelnemer die door een administratieve vergissing hulpmiddelen krijgt bij een afname waar hij geen recht op heeft, is bevoordeeld.
2. – De examencommissie zal, nadat het examenresultaat bekend is gemaakt, alsnog een afweging maken of het voordeel zo groot is of kan zijn dat ander (sanctie)maatregel nodig is.
3. – Is, naar het oordeel van de examencommissie, het voordeel zo groot, dan kan de student of examendeelnemer een geheel of gedeeltelijke ‘ongeldigheidverklaring’ uitgereikt krijgen en vervalt zijn behaald resultaat.
4. – De student of examendeelnemer die bevoordeeld is, heeft in elk geval het recht op een resultaat waarover geen discussie mogelijk is en waarbij niet achteraf vraagtekens kunnen worden geplaatst.

HOOFDSTUK 4
TOELATING, AANWEZIGHEID EN MAATREGELEN

 
4.1 – Toelating studenten
1. – Alle studenten met een geldige inschrijving met de school zijn onvoorwaardelijk toegelaten tot (alle onderdelen van) het examen van zijn opleiding gericht op het behalen van een kwalificatie.
2. – Als er sprake is van voorwaarden, dan dient eerst voldaan te zijn aan deze gestelde (aanvullende) voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in de OER/Studiegids van betreffende opleiding voordat het examen wordt afgelegd.
3. – Als er géén verplichte aanmelding is opgenomen in de OER/Studiegids, dan wordt de student automatisch door de school aangemeld voor zijn 1e poging voor deelname aan het examen, tenzij vooraf een schriftelijk vastgelegde vrijstelling is toegekend door de examencommissie.

4.2 – Toelating tot ‘uitsluitend examendeelnemer’
1. – Op schriftelijk verzoek van een student met een geldige inschrijving met de school, kan het bevoegd gezag besluiten dat hij wordt ingeschreven tot ‘uitsluitend examendeelnemer’, omdat hij zijn beroepsopleiding niet binnen de afgesproken studieduur heeft afgerond, maar wél in staat is om zijn diploma te gaan behalen.
2. – De examencommissie bepaalt in dit geval of er sprake is van voldoende kans van slagen om binnen 1 jaar het diploma alsnog te behalen.
3. – Als (onderdelen van) de  beroepspraktijkvorming en/of  loopbaan en  burgerschap niet met goed gevolg zijn afgerond, dan kan de student zich niet inschrijven tot ‘uitsluitend examendeelnemer’ van de school.
4. – Met de examendeelnemer wordt eenmalig een schriftelijke  examenovereenkomst afgesloten voor minimaal 6 maanden met een maximale duur van 1 jaar, gerekend vanaf de dag van inschrijving als examendeelnemer.
5. – Als de examendeelnemer het examen niet heeft behaald, dan kan de examencommissie bij uitzondering of zwaarwegende redenen besluiten dat een herkansing is toegestaan. Hierna is geen herkansing mogelijk.
6. – De examendeelnemer betaalt, na inschrijving, het door de bevoegd gezag vastgestelde examengeld per examenonderdeel.
7. – Examendeelnemers zijn uitgesloten voor de aantekening ‘cum laude’ op zijn diploma.
 
4.3 – Identiteitsbewijs
1. – De student of examendeelnemer die deelneemt aan een examen dient op eerste verzoek zich te kunnen identificeren met een origineel en geldig identiteitsbewijs.
2. – Een kopie op papier of een digitale een afbeelding op een telefoon e.d. is geen geldig identiteitsbewijs.
3. – Alle paspoorten geven toegang tot het examen, mits ze geldig en origineel zijn. De volgende documenten worden ook geaccepteerd als identiteitsbewijs:
– een origineel en geldig identiteistskaart;
– een origineel en geldig Europees rijbewijs;
– een origineel en geldig Nederlands vreemdelingendocument.
4. – Wordt op eerste verzoek geen origineel en geldig identiteitsbewijs getoond, maar een verlopen identiteitsbewijs of willekeurige pasjes en kaarten, zoals een ov-kaart, bromfietscertificaat, pinpas, zwemabonnement o.i.d., dan wordt de student of examendeelnemer niet toegelaten voor deelname en verliest hij een examengelegenheid.
5. – Studenten en examendeelnemers met een dubbele nationaliteit worden geadviseerd om zich te identificeren met hun Nederlandse identiteitsbewijs, omdat dit in de praktijk het gemakkelijkst werkt.
6. – Als een student of examendeelnemer met een officiële verklaring, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit, kan aantonen dat hij tijdelijk niet over een ander origineel en geldig identiteitsbewijs kan beschikken wegens diefstal, verlies of aanvraagprocedure (nieuwe) identiteitsbewijs, dan wordt hij alsnog toegelaten voor deelname en telt zijn deelname als een geldig examengelegenheid.
 
4.4 – Toegankelijkheid examenopgaven of -opdrachten
1. – De examenopgaven of -opdrachten zijn geheim tot de aanvang van het examen waarbij de opgaven of opdrachten aan de student of examendeelnemer wordt voorgelegd.
2. – Informatie, in welke vorm dan ook, over de inhoud van enig examen mag niet, op welke wijze dan ook, met anderen worden uitgewisseld en is strafbaar.
3. – Voor zover en op het moment dat dit noodzakelijk is, hebben bevoegde medewerkers toegang tot de examenopgaven of -opdrachten.
4. – Studenten en examendeelnemers mogen niet eerder met de examenopgaven of -opdrachten aan de slag gaan, dan nadat daartoe een teken is gegeven door de examinator, beoordelaar, examenleider of afnameleider.
5. – Studenten en examendeelnemers dienen onmiddellijk te stoppen met het maken van de examenopgaven of het uitvoeren van de examenopdrachten als daartoe wordt opgeroepen.
6. – De examencommissie ziet toe op zorgvuldigheid bij het afnemen van het examen.
 
4.5 – Aanwezigheid bij het examen
1. – De student of examendeelnemer die is opgeroepen voor deelname is tijdig aanwezig, dat wil zeggen minimaal 15 minuten voordat het examen begint, tenzij in de ‘Examenwijzer van de opleiding’ anders wordt vermeld.
2. – De student of examendeelnemer die is opgeroepen voor een online examen is minimaal 15 minuten voor aanvang ‘computer technisch’ online beschikbaar.
3. – De student of examendeelnemer die zónder vooraf verkregen toestemming van de examencommissie wegblijft voor zijn deelname aan het examen verliest zijn examengelegenheid.
4. – Afhankelijk van de aard, inhoud en vorm van het examen kan de officiële start- en eindtijd per onderdeel verschillend zijn. De verschillende start- en eindtijden en de daarbij behorende afnameregels worden apart gepubliceerd.
5. – Bij oproep voor deelname wordt in elk geval vermeld:
– het examen waarop de oproep betrekking heeft;
– plaats en duur van het examen;
– de wijze of vorm van afname;
– de voorgeschreven start- en eindtijd van het examen;
– de maximale toegestane inlooptijd bij het te laat komen;
– de toegestane hulpmiddelen of bronnen, al dan niet met het verzoek om deze zelf mee te brengen.
6. – Bij de afname wordt een proces-verbaal opgemaakt. In het proces-verbaal wordt gemeld:
– naam en handtekening van de deelnemer met opgave van tijd van binnenkomst en tijd van vertrek van de afname;
– naam en handtekening van de examinator, beoordelaar of de medewerker betrokken bij de afname;
– wie afwezig, of te laat dan wel onwel is geworden bij de afname;
– wie welke bijzondere faciliteiten heeft wegens een (functie)beperking;
– eventuele bijzonderheden zoals geluidsoverlast, haperende computers of apparatuur, voorvallen van onregelmatigheden.
7. – Toegang tot het examenlokaal of examenruimte is toegestaan na toestemming van de daartoe bevoegde medewerker, examinator of beoordelaar.
8. – Kort voor aanvang van een examen, kan mondeling nog de allerlaatste of meest actuele instructies worden gegeven.
9. – Van de afname van een mondelinge examen of examenpresentatie kan een videoregistratie of bandrecorder opname worden gemaakt door de examinator of beoordelaar.
10. – Als, ondanks alle zorgvuldigheid, de geplande afname onverhoopt niet door kan gaan of door een administratieve vergissing een verkeerde versie van het examen wordt aangeboden, dan bepaalt de examencommissie in dit geval wat er te doen staat.
 
4.6 – Te laat komen
1. – De eindtijd van de afname blijft bij te laat komen in alle gevallen ongewijzigd, tenzij door de examencommissie anders wordt besloten.
2. – In de regel geldt voor de schoolexamens ‘mbo-rekenniveaus’, examens keuzedelen en het praktijkexamen van de opleiding dat de student of examendeelnemer zich tot maximaal 15 minuten na officiële starttijd van het examen zich kan melden voor deelname.
3. – Later dan 15 minuten na officiële starttijd te laat komen voor een schoolexamen, is deelname niet meer toegestaan en wordt de toegang tot het schoolexamen geweigerd: de verlate student of examendeelnemer verliest hierbij een examengelegenheid voor zijn schoolexamen.
4. – Voor de centrale examens kan tot maximaal 30 minuten na officiële starttijd nog deelgenomen worden. Later dan 30 minuten te laat komen voor een centraal examen, is deelname niet meer toegestaan en wordt de toegang tot het centrale examen geweigerd: de verlate student of examendeelnemer verliest hierbij een examengelegenheid voor deelname centrale examen.
5. – Voor het mondelinge examen of mondelinge presentatie of interview geldt dat de student of examendeelnemer die na de officiële starttijd arriveert (of niet online is), niet meer kan worden toegelaten tot het mondelinge examen of het geven van een mondelinge presentatie of interview en hierdoor zijn mondelinge examengelegenheid verspeelt.
 
4.7 – Onwel worden
1. – De student of examendeelnemer die onwel is geworden tijdens een afname wordt bevraagd of hij in staat is om het examen voort te zetten. Indien ja, dan blijft de eindtijd gelijk en telt de examengelegenheid en het behaald resultaat.
2. – Als de afname, wegens onwel worden, uitgesteld op een ander tijdstip op dezelfde dag wél kan worden voortgezet, dan wordt de student of examendeelnemer in de tussenliggende tijd afgezonderd.
3. – Na hernieuwde start op het andere tijdstip, gaat hij, als het mogelijk is, verder met zijn examen waar hij is gebleven.
4. – Als de afname niet op dezelfde dag kan worden voortgezet, dan wordt de deelname ongeldig verklaard en wordt voor hem een inhaalsessie geprogrammeerd.
5. – De inhaalsessie is in dit geval géén herkansing of een nieuwe examengelegenheid, maar een extra ingelaste mogelijkheid om alsnog opnieuw het examen af te kunnen leggen, omdat hij tijdens een afname onwel is geweest.
6. – Een eenmaal gemaakt examen kan achteraf niet ongeldig worden verklaard of opnieuw worden gemaakt door een melding dat hij zich niet goed voelde tijdens de afname.
 
4.8 – Overmacht
1. – De examencommissie kan bij overmacht besluiten om de examenafname ongeldig te verklaren, dan wel om het examen geheel of gedeeltelijk opnieuw wordt afgenomen in eerstvolgend examengelegenheid.
2. – De student of examendeelnemer is altijd zelf verantwoordelijk om bij de examencommissie bewijs aan te leveren van de overmachtssituatie.
3. – De examencommissie kan sancties opleggen aan een student of examendeelnemer die betrokken is bij een onregelmatigheid (= géén overmacht situaties) of zonder toestemming afwezig is.
4. – Het incident wordt beschreven op het proces-verbaal.
 
4.9 – Onregelmatigheden
1. – Een onregelmatigheid is als de gang van zaken anders verloopt dan (vooraf) is afgesproken of dat tegen de regels is of niet mag.
2. – De student of examendeelnemer die zich schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel betrokken is of is geweest aan enige vorm van een onregelmatigheid is strafbaar.
3. – De examencommissie bepaalt of er sprake is of is geweest van een onregelmatigheid en zo ja welke sanctie opgelegd kan worden.
4. – Als tijdens het examen een vermoeden bestaat dat er sprake is van betrokkenheid van een onregelmatigheid, dan krijgt de student of examendeelnemer de gelegenheid om zijn examen af te maken om eventuele beroepsmogelijkheden niet in de weg te staan.
5. – Als onregelmatigheid wordt in ieder geval aangemerkt, maar niet uitsluitend:
– het niet opvolgen van de gegeven instructies;
– het te laat komen voor een ingepland examen;
– het (ver)storen van de afname
– het zonder toestemming wegblijven of niet verschijnen voor een ingepland examen;
– het zich niet kunnen identificeren met een geldig identiteitsbewijs;
– het meenemen van apparatuur waarmee foto- of video-opnamen van examenopgaven of opdrachten kunnen worden gemaakt;
– het zonder toestemming gebruik maken of beschikken over (voorgeprogrammeerde) rekenmachines, computers of apparaten met vergelijkbare functies;
– het oneigenlijk gebruik van de hulpmiddelen of apparaten;
– het zonder toestemming zoeken of raadplegen van informatie.
6. – De examencommissie is bevoegd om aan de student of examendeelnemer een of meerdere sanctiemaatregelen, afhankelijk van de aard en omvang van de onregelmatigheid, op te leggen:
het ongeldig verklaren van de examengelegenheid;
het ongeldig verklaren van het al afgelegde examen;
het ongeldig verklaren van behaald resultaat;
het toekennen van het cijfer 1, of een onvoldoende, of ‘niet voldaan’;
het examen opnieuw laten maken in een door de examencommissie te bepalen tijdvak;
of een andere passende maatregel.

 
4.10 – Fraude
1. – Fraude is het opzettelijk beïnvloeden met als doel om een ander resultaat te krijgen. Het plegen van fraude is een onregelmatigheid.
2. – De student of examendeelnemer die zich schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel betrokken is of is geweest bij (ernstige) fraude of bij (het vermoeden van) schending van de geheimhouding, is strafbaar.
3. – Als fraude wordt in ieder geval aangemerkt, maar niet uitsluitend:
– het gebruiken van niet-toegestane hulpmiddelen of apparaten;
– het afkijken en voorzeggen tijdens het examen bij andere studenten of examendeelnemers of de gelegenheid of aanleiding geven tot afkijken;
– het zonder toestemming tijdens het examen samenwerken met anderen;
– het tijdens het examen verwisselen of uitwisselen van de exameninstrumenten;
– zich bij een examen uitgeven voor iemand anders;
– het vervalsen van handtekeningen op de examen beoordelingen en de bewijzen beroepspraktijkvorming;
– het plegen van plagiaat;
– het zonder bronvermelding gebruiken of presenteren van door anderen ontwikkelde ideeën als eigen werk.
4. – Als schending van de geheimhouding wordt in ieder geval aangemerkt, maar niet uitsluitend:
– het vóór de afname van een examen in het bezit hebben van de exameninstrumenten die niet openbaar zijn;
– het op papier uitdraaien van het (gemaakte) centraal examen;
– de gemaakte notities mee naar buiten nemen;
– het verspreiden van foto- of video-opnames van de uitvoering van een examen;
– het verspreiden van examenopgaven of opdrachten in welke vorm dan ook;
– het delen of verkopen van examenmaterialen of het van anderen hebben gekregen.
5. – De examencommissie beslist over de aard, ernst of omvang van de fraude of de schending van de geheimhouding en is bevoegd om zwaardere maatregelen te nemen:
de student of examendeelnemer door het bevoegd gezag laten schorsen op grond van hoofdstuk 3 van  het Studentenstatuut;
de student of examendeelnemer onmiddellijk van verdere deelname aan het examen ontzeggen gedurende een termijn van ten hoogste 1 jaar;
de student of examendeelnemer aansprakelijk stellen voor de kosten die extra worden gemaakt wanneer medestudenten of mede examendeelnemers het examen (alsnog) opnieuw moeten gaan afleggen, door toedoen van fraudehandelingen;
het bevoegd gezag adviseren om de inschrijving van de student definitief te beëindigen;
het bevoegd gezag adviseren om de examenovereenkomst van de examendeelnemer definitief te beëindigen.
 
4.11 – Vervolgproces onregelmatigheden
1. – De examencommissie informeert schriftelijk aan de student of examendeelnemer over het vervolgproces van een onregelmatigheid of dat er sprake is van fraude of het schenden van de geheimhouding.
2. – De examencommissie bepaalt binnen welk termijn de geconstateerde onregelmatigheid, fraude of de schending wordt afgehandeld, wie hierbij wordt geconsulteerd, wie hierover geïnformeerd dient te worden en per wanneer de opgelegde maatregel of sanctie in werking zal treden en voor wie ze gelden.
3. – Bij het nemen van een maatregel of bij het opleggen van een sanctie dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen de maatregel of sanctie en de aard, ernst of omvang van de onregelmatigheid.
4. – De examencommissie kan hierbij een onderzoekscommissie instellen en de student of examendeelnemer in de gelegenheid stellen om gehoord te worden.
5. – Als het besluit van de examencommissie inhoudt dat het incident niet gegrond is, dan krijgt de student of examendeelnemer de gelegenheid om, op de door de examencommissie te bepalen termijn, het examen opnieuw af te leggen of (indien mogelijk) het examen alsnog af te maken daar waar hij is gebleven.
6. – Een afschrift van de beslissing of maatregel, wordt aan de student of examendeelnemer toegezonden en in geval van minderjarigheid ook aan de wettelijke vertegenwoordiger(s).
7. – De genomen beslissing van de examencommissie wordt geregistreerd in het examendossier van de student of examendeelnemer.
8. – De student of examendeelnemer die het niet eens is met de opgelegde maatregel of sanctie met betrekking tot de onregelmatigheid, kan  een verzoek tot heroverweging (voorheen ‘bezwaar aantekenen’ genoemd) indienen bij de examencommissie, volgens de werkwijze beschreven in  bijlage 1 van dit reglement.
9. – Als een onregelmatigheid te wijten is aan het gedrag of handelwijze van een medewerker van de school belast met examentaken of van ‘hulpkrachten’ die door de school zijn aangetrokken, dan kan de student of examendeelnemer  een klacht indienen bij de klachtenadviescommissie, in overeenstemming met hoofdstuk 6 van dit algemeen examenreglement.

HOOFDSTUK 5
BEOORDELINGEN, UITSLAGREGELS EN WAARDEPAPIEREN

 
5.1 – Regeling omzetting scores op de resultatenlijst
1. – Op de resultatenlijst wordt de afgeronde eindwaardering van een score uitgedrukt in een cijfer uit de reeks 1 tot en met 10 zonder decimalen; een eindwaardering uitgedrukt in ‘onvoldoende’ – ‘voldoende’ – ‘goed’ én een eindwaardering uitgedrukt in ‘voldaan’ – ‘niet voldaan’.
2. – Als de uitkomst van de berekening niet een heel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond.
3. – Een ‘onvoldoende’ betekent dat de eindwaardering niet voldoet aan de standaard en wordt geteld als het cijfer 4.
4. – Een ‘voldoende’ betekent dat de eindwaardering voldoet aan de standaard en wordt geteld als het cijfer 6.
5. – Een ‘goed’ betekent dat de eindwaardering hoger is dan de standaard en wordt geteld als het cijfer 8.
6. – ‘Voldaan’ betekent dat de eindwaardering voldoet aan de standaard.
7. – ‘Niet voldaan’ betekent dat de eindwaardering niet voldoet aan de standaard.
8. – In geval van een toegekende vrijstelling voor een specifiek examenonderdeel wordt het woord ‘vrijstelling’ vermeld op de resultatenlijst.
9. – In geval van een toegekende vrijstelling voor het examenonderdeel Nederlandse taal, rekenen of Engels wordt het resultaat zowel in cijfers als in letters op de resultatenlijst geschreven en het woord ‘vrijstelling’ vermeld.
10. – Examens taal en rekenen, examenopdrachten loopbaan en burgerschap, examens keuzedelen, de beroepspraktijkvorming en het praktijkexamen die tijdens de opleiding met goed gevolg zijn afgerond, hebben een geldigheidsduur die gelijk is aan de afgesproken nominale studieduur ten tijde van de inschrijving in een cohort, vermeerderd met maximaal 2 studiejaren wegens mogelijke uitloop of studievertraging.
 
5.2 – Beoordelingen
1. – Elke student of examendeelnemer wordt bij gelijke omstandigheden op gelijke wijze beoordeeld. Er is géén verschil in de beoordeling van een generiek of specifiek examenonderdeel bij de 1e poging, de opvolgende 2e poging of een daartoe toegekende extra poging.
2. – De beoordeling van een examen vindt in de regel plaats binnen een termijn van 10 dagen na de afname.
3. – De examinator of beoordelaar is gedurende de examinering gehouden tot geheimhouding van zijn beoordeling.
4. – Na vaststelling van de beoordelingen door de examencommissie, worden de beoordelingen door haar bekend gemaakt.
5. – Het diplomabesluit wordt binnen een termijn van 15 dagen na afsluiting van alle generieke en specifieke examenonderdelen door de examencommissie bekend gemaakt, tenzij er sprake is van onregelmatigheid, fraude of bij (het vermoeden van) schending van de geheimhouding.
6. – De examencommissie kan de genoemde termijnen verlengen.
7. – De student of examendeelnemer wordt over de verlenging geïnformeerd.
8. – Het is niet mogelijk om over de inhoud of over een beoordeling van een centraal examen Nederlandse taal, rekenen en Engels een klacht in te dienen bij de examencommissie of de Commissie van beroep voor de examens.
9. – De student of examendeelnemer die het niet eens is over de totstandkoming van zijn cijfer voor een centraal examen Nederlandse taal, rekenen of Engels kan een civielrechtelijke procedure starten.
10. – De student of examendeelnemer die het niet eens is de eindwaardering voor loopbaan en burgerschap, keuzedelen, de beroepspraktijkvorming of het praktijkexamen van zijn opleiding kan een verzoek tot heroverweging indienen bij de examencommissie of in beroep gaan bij de Commissie van beroep voor de examens, overeenkomstig de voorgeschreven werkwijze in hoofdstuk 6 van dit algemeen examenreglement.
 
5.3 – Uitslagregels Nederlands en Engels
1. –  Nederlandse taal is een generiek examen- en diploma-eis voor alle mbo-opleidingen.
2. –  Engels is een generiek examen- en diploma-eis uitsluitend voor alle mbo-4 opleidingen.
3. – Voor Nederlands en Engels worden de examenresultaten van het centraal examen en de schoolexamens uitgedrukt in een getal uit de reeks 1 tot en met 10 met één decimaal.
4. – De eindwaarderingen voor Nederlands en Engels ontstaan door de behaalde (deel)cijfers van centraal en de schoolexamens te middelen, waarbij alle taalvaardigheden even zwaar wegen.
 
5.4 – Uitslagregels rekenen
1. –  Rekenen is een generiek examen- en diploma-eis voor alle mbo-opleidingen.
2. – Voor het centraal examen rekenen wordt de eindwaardering uitgedrukt op een heel getal uit de reeks 1 tot en met 10 zónder decimalen.
3. – Voor examens ‘mbo-rekenniveaus’ gelden de uitslagregels van de Coöperatie Examens MBO.
 
5.5 – Uitslagregels examenopdrachten loopbaan en burgerschap
1. –  Loopbaan en  burgerschap zijn generieke diplomavoorwaarden voor alle mbo-opleidingen.
2. – Deelnemen aan de lessen loopbaan én de lessen burgerschap is verplicht, tenzij vooraf een schriftelijk vastgelegde vrijstelling is toegekend of toestemming voor geoorloofd afwezigheid is afgegeven door de examencommissie.
3. – De eindwaardering voor loopbaan en burgerschap wordt uitgedrukt in een tweepuntsschaal: ‘voldaan’ – ‘niet voldaan’.
4. – De afzonderlijke examenopdrachten voor loopbaan én voor burgerschap worden digitaal ingeleverd en beoordeeld door de docent.
 
5.6 – Uitslagregels beroepspraktijkvorming (bpv)
1. – De  beroepspraktijkvorming is een generiek diplomavoorwaarde voor alle (bol/bbl) mbo-opleidingen.
2. – In het stageboek (voor bol-opleidingen) en in het praktijkboek (voor bbl-opleidingen) zijn de voorwaarden opgenomen over hoe, wanneer en op welke wijze de student met goed gevolg zijn beroepspraktijkvorming heeft afgerond en de wijze van de beoordelingen.
3. – De eindwaardering voor de beroepspraktijkvorming wordt uitgedrukt in een driepuntsschaal: ‘onvoldoende’ – ‘voldoende’ – ‘goed’.
4. – Ten bewijze dat de beroepspraktijkvorming met goed gevolg is afgerond, wordt bij diplomering het praktijkboek of het stageboek aan de student meegegeven.
 
5.7 – Uitslagregels keuzedeelverplichting van de opleiding
1. – Elke student of examendeelnemer met een inschrijving op of ná 1 augustus 2020 moet voldoen aan de examenregels van de  “compensatieregeling keuzedelen”, zoals deze ook in de OER/Studiegids van zijn opleiding zijn opgenomen.
2. – De  keuzedeelverplichting is een generiek examen- en diploma-eis voor alle mbo-opleidingen.
3. – Elk met goed gevolg behaalde keuzedelen worden vermeld op het diploma.
4. – De score voor een examen keuzedeel wordt uitgedrukt met een cijfer uit de reeks 1 tot en met 10, zónder decimalen.
5. – De score voor een examen keuzedeel mag niet lager zijn dan het cijfer 4.
6. – Voor minimaal de helft van de keuzedelenverplichting van de opleiding moet het resultaat ten minste het cijfer 6 zijn.
7. – Als de keuzedeelverplichting van de opleiding slechts één keuzedeel omvat, dan moet voor dit keuzedeel ten minste het cijfer 6 zijn.
8. – Het gemiddelde eindcijfer keuzedeelverplichting moet ten minste het cijfer 6 zijn.
9. – Het gemiddelde eindcijfer keuzedeelverplichting ontstaat door het middelen van alle gevolgde keuzedelen, waarbij alle keuzedelen even zwaar wegen, inclusief de eventuele toegekende vrijstellingen.
10. – Is er géén cijfer aanwezig of onbekend, dan telt de toegekende vrijstelling niet mee voor de berekening van het gemiddelde eindcijfer keuzedelen.
11. – Zodra voldaan is aan het aantal klokuren (sbu-omvang) keuzedeelverplichting van de opleiding, dan tellen extra gevolgde keuzedelen niet mee voor de berekening van het gemiddelde eindcijfer keuzedelen.
 
5.8 – Uitslagregels praktijkexamen van de opleiding
1. –  Het praktijkexamen is een specifiek exameneis van elke mbo-opleiding.
2. – De eindwaardering voor het praktijkexamen van het kwalificatiedossier van de opleiding wordt uitgedrukt op een heel getal uit de reeks 1 tot en met 10 zónder decimalen.
3. – De score voor een kerntaak van het kwalificatiedossier wordt uitgedrukt met een cijfer uit de reeks 1 tot en met 10 met één decimaal.
4. – De score voor een werkproces van een kerntaak wordt uitgedrukt met een cijfer uit de reeks 1 tot en met 10 met één decimaal.
5. – Een ‘onvoldoende’ is het resultaat kleiner dan 5,5. Een ‘voldoende’ is het resultaat gelijk of groter dan 5,5.
6. – Bij de berekening voor het gemiddelde cijfer van alle werkprocessen behorende bij de kerntaak, wegen de werkprocessen allemaal even zwaar ten opzichte van elkaar.
7. – Er is géén mogelijkheid te compenseren tussen kerntaken en tussen de werkprocessen.
 
5.9 – De cum laude regeling
1. – De student kan een aanvraag indienen bij de examencommissie om zijn behaalde examenresultaten in aanmerking te laten komen voor  de aantekening ‘cum laude’ op zijn mbo-diploma.
2. – De voorwaarden voor de aantekening cum laude bij de titel van het diploma:
– Eindwaardering Nederlands is ten minste het cijfer 8.
– Eindwaardering Engels is ten minste het cijfer 8.
– Eindwaardering rekenen is ten minste het cijfer 8.
– Loopbaan is ‘voldaan’.
– Burgerschap is ‘voldaan’.
– Eindwaardering voor de beroepspraktijkvorming is ten minste ‘voldoende’.
– Het gemiddelde eindcijfer keuzedelen is ten minste het cijfer 8.
– Eindwaardering voor het praktijkexamen is ten minste het cijfer 8.
3. – De examencommissie geeft een oordeel (‘het judicium’) over de behaalde examenresultaten volgens het examenplan van de opleiding.
4. – Na toekenning wordt bij de titel van het diploma de volgende toevoeging vermeldt: “Het judicium cum laude is toegekend op grond van het algemeen examenreglement van het Grafisch Lyceum Utrecht.”
5. – Voor toekenning van de aantekening ‘cum laude’ geldt in alle gevallen:
– de eindwaardering is behaald zónder herkansing;
– géén (deel)cijfer of score voor een examenonderdeel is lager dan het cijfer 5 of ‘onvoldoende’ of ‘niet voldaan’;
– het mbo-diploma is binnen de afgesproken nominale studieduur van de opleiding behaald.
6. – Maximaal 1 vrijstelling mag meetellen voor de aantekening, onder voorwaarde dat het resultaat van de toegekende vrijstelling genoteerd of te herleiden is met een cijfer. Een vrijstelling zonder een eindwaardering telt niet mee voor de toekenning ‘cum laude’.
7. – De examencommissie kan, in samenspraak met het bevoegd gezag, in bijzondere gevallen afwijken van de gestelde voorwaarden op grond van onverwachte persoonlijke omstandigheden of prestaties van de student.
8. –  Examendeelnemers zijn uitgesloten voor de ‘cum laude regeling’.
9. – De student die tijdens zijn opleiding of beroepspraktijkvorming fraudeert of disfunctioneert, worden uitgesloten voor de ‘cum laude regeling’.
 
5.10 – Inzage in het eigen gemaakte (examen)werk
1. – De student of examendeelnemer die gebruik wil maken van zijn recht tot inzage in het eigen gemaakte (examen)werk, dient binnen een aanvraagtermijn van 10 schooldagen, gerekend vanaf de dag van officiële bekendmaking van de uitslag door de examencommissie, een schriftelijk verzoek in via een formulier bij het examenbureau.
2. – Recht op inzage in het eigen gemaakte (examen)werk vervalt nadat de aanvraagtermijn is verstreken.
3. – In alle gevallen van inzage in het eigen gemaakte (examen)werk geldt de geheimhouding: tijdens de inzage mogen geen gegevens worden overgenomen (in welke vorm dan ook) en ook geen aantekeningen worden gemaakt.
4. – Het eigen gemaakte (examen)werk en de daarbij behorende protocollen blijven eigendom van de school.
5. – Voor termijn van inzage centrale examens taal en rekenen gelden de richtlijnen van het College voor Toetsen en Examens.
6. – Voor termijn van inzage examens ‘mbo-rekenniveaus’ gelden de richtlijnen van de Coöperatie Examens MBO.
7. – De student of examendeelnemer die na inzage in het eigen gemaakte (examen)werk het niet eens is met de gegeven beoordeling, kan een schriftelijk  verzoek tot heroverweging indienen bij de examencommissie.
 
5.11 – Diploma en resultatenlijst
1. – Aan een student of een examendeelnemer die voldaan heeft aan  alle examen- en diplomaeisen van zijn beroepsopleiding, reikt de examencommissie een mbo-diploma uit met resultatenlijst op gewaarmerkte papieren.
2. – De waardepapieren worden eenmalig door de examencommissie verstrekt.
3. – Doorhalingen en/of wijzigingen maken het diploma en/of de resultatenlijst ongeldig.
4. – De student of examendeelnemer die zijn  diploma en resultatenlijst in ontvangst neemt, dient op eerste verzoek zich te kunnen legitimeren met een geldig en origineel identiteitsbewijs in aanwezigheid van een daartoe aangewezen gecommitteerde namens de examencommissie.
5. – De dag van officiële vaststelling van het diplomabesluit door de examencommissie is ook de formele dag van  ‘uitschrijving’ van de opleiding.
6. – De school meldt, ná het diplomabesluit van de examencommissie, aan DUO dat de student of examendeelnemer zijn mbo-diploma heeft behaald.
 
5.12 – Certificaat keuzedelen
1. – Aan de student of examendeelnemer die zich voortijdig heeft laten uitschrijven of ongediplomeerd zijn opleiding verlaat, reikt de examencommissie een of meerdere  certificaten keuzedelen uit op waardepapieren, mits de student of examendeelnemer voldaan heeft aan de gestelde certificaat-eisen keuzedelen.
2. – Het  certificaat (of certificaten) keuzedelen wordt eenmalig verstrekt.
3. – Doorhalingen en/of wijzigingen maken het certificaat ongeldig.
4. – De student of examendeelnemer die zijn certificaat (of certificaten) keuzedelen in ontvangst neemt, dient op eerste verzoek zich te kunnen legitimeren met een geldig en origineel identiteitsbewijs in aanwezigheid van een daartoe aangewezen gecommitteerde namens de examencommissie.
5. – De school meldt aan DUO dat de student of examendeelnemer één of meerdere certificaten keuzedelen heeft behaald.
 
5.13 – Mbo-verklaring
1. – De  mbo-verklaring wordt standaard en automatisch uitgereikt door de examencommissie als een student jonger is dan 23 jaar én hij nog niet in het bezit is van een ‘startkwalificatie’ én hij ook niet meer ingeschreven staat voor een opleiding.
2. – In alle andere gevallen kan de student of examendeelnemer zélf een mbo-verklaring aanvragen bij de examencommissie.
3. – De mbo-verklaring bevat ten minste een overzicht van alle behaalde examenresultaten.
4. – De mbo-verklaring wordt eenmalig verstrekt.
5. – Doorhalingen en/of wijzigingen maken de mbo-verklaring ongeldig.
6. – Door ondertekening van de examencommissie heeft de mbo-verklaring een maatschappelijke waarde.
 
5.14 – Bewaartermijn
1. – Als de aard en omvang van het eigen gemaakt examenwerk dat toelaat, wordt dit samen met de examenopgaven of opdrachten, de beoordelingen, de bewijsstukken en de begeleidende protocollen door de school in een examendossier bewaard onder de verantwoordelijkheid van de examencommissie.
2. – Als de aard en omvang van het eigen gemaakt examenwerk bewaring onmogelijk of onwenselijk maakt, dan wordt het werk op een protocol beschreven en geregistreerd in de vorm van digitale documenten in het examendossier.
3. – Het examendossier wordt maximaal 2 jaren door de school bewaard, te rekenen vanaf de dag van het diplomabesluit of de dag van ontbinding onderwijs- of examenovereenkomst.
4. – In geval van  heroverweging, een  beroepschrift of een  klachtenprocedure kan de bewaartermijn van het examendossier worden verlengd, totdat er een beslissing is genomen.
5. – Nadat de bewaartermijn van het examendossier is verstreken, wordt het volgens de geldende wet- en regelgeving vernietigd.
6. – Op verzoek van de afgestudeerde kan de examencommissie besluiten om het geheel of delen van de (analoog of digitale) werkstukken van het praktijkexamen aan hem mee te geven.
7. – De examenopgaven, beoordelingen en protocollen van alle examens worden niet meegegeven en blijven eigendom van de school.

HOOFDSTUK 6
EXAMENKLACHTEN, HEROVERWEGING OF IN BEROEP GAAN

6.1 – Klachten over examinering
1. – De student of examendeelnemer die een klacht heeft over de gang van zaken voor, tijdens of na de examinering, of het niet eens is met een beslissing, kan zijn klacht schriftelijk indienen.
2. – De klacht over examinering dient per e-mail via: klachtencoordinator@glu.nl te worden ingediend.
3. – De klacht over examinering ingestuurd naar klachtencoordinator@glu.nl bevat:
naam en e-mailadres van de student of examendeelnemer die de klacht over examinering indient;
omschrijving van de klacht over examinering;
de gronden (motivering) van de klacht over examinering;
datum en ondertekening van de klacht over examinering.
Als de klacht over examinering wordt ingediend door een gemachtigde dient de klacht over examinering vergezeld te gaan van een schriftelijke machtiging. Voor indiening van een klacht over examinering door een advocaat is geen schriftelijke machtiging vereist.
4. – Een ingediende klacht over examinering heeft geen opschortende werking.
5. – De examencommissie kan een onderzoekscommissie instellen en de klager in de gelegenheid stellen om gehoord te worden.
6. – De afhandeling van de klacht over examinering vindt plaats binnen een termijn van 10 schooldagen, tenzij de examencommissie deze termijn heeft verlengd met ten hoogste 10 schooldagen.
7. – Als de uitkomst van de afhandeling van de klacht over examinering niet leidt tot een bevredigende oplossing, dan kan de klager hierna een verzoek tot heroverweging indienen (voorheen ‘bezwaar aantekenen’ genoemd) bij de examencommissie.
8. – De termijn voor het indienen van een verzoek tot heroverweging bedraagt 10 schooldagen, gerekend vanaf de dag waarop de uitkomst van de afhandeling van de klacht over examinering bekend is gemaakt.
9. – Recht op een heroverweging, vervalt nadat de termijn voor het indienen is verstreken.
10. – De werkwijze van de examencommissie voor verzoeken tot heroverwegingen is opgenomen in  bijlage 1 van dit examenreglement.
11. – Anonieme klachten en/of anonieme verzoeken tot heroverwegingen worden niet in behandeling genomen.
6.2 – In beroep gaan bij de Cobex
1. – De student of examendeelnemer die het niet eens is met de uitkomst van de heroverweging, kan besluiten om hierna in beroep te gaan bij de Commissie van beroep voor de examens – ‘Cobex’.
2. – De student of examendeelnemer die dat wil, kan ook –zónder dat hij vooraf een verzoek tot heroverweging heeft ingediend bij de examencommissie– direct zijn beroep aantekenen bij de Cobex.
3. – De student of examendeelnemer kan voor het inwinnen van informatie of om inzicht te krijgen in de eventuele mogelijkheden van de school, zich in eerste instantie wenden tot de ‘tussenpersoon cobex’ om te komen tot een oplossing.
4. – De student of examendeelnemer die het niet eens is met de beslissing de Commissie van beroep voor de examens, kan zich hierna wenden tot de burgerlijke rechter.
5. – Anonieme beroepschriften worden niet in behandeling genomen.
6. – De werkwijze van de Cobex is opgenomen in  bijlage 2 van dit examenreglement.
6.3 – Klachten over de handelwijze of gedragingen
1. – De student of examendeelnemer die een klacht heeft over de handelwijze of gedragingen van een persoon belast met examentaken, kan zijn ongenoegen voorleggen aan  de klachtenadviescommissie van de school.
2. – De student of examendeelnemer die te maken krijgt of die betrokken is (geweest) bij seksuele intimidatie, agressie (waaronder pesten), geweld en discriminatie in relatie tot de examinering, kan zijn klacht voorleggen aan  de commissie ongewenst gedrag, verbonden aan de school.
3. – De student of examendeelnemer die dat wil, kan voor het inwinnen van informatie of om inzicht te krijgen in de eventuele mogelijkheden van de school, zich in eerste instantie ook wenden tot de vertrouwenspersoon of de (klachten)tussenpersoon van de school om te komen tot een oplossing.
4. – De werkwijze van de klachtenadviescommissie, de commissie ongewenst gedrag,  de vertrouwenspersoon en  de (klachten)tussenpersoon zijn opgenomen in de OER/Studiegidsen van de school.
 
6.4 – Slotbepalingen algemeen examenreglement
1. – Dit examenreglement wordt aangeduid als “Algemeen examenreglement Grafisch Lyceum Utrecht”.
2. – Het bevoegd gezag publiceert dit algemeen examenreglement op de website van de school.
3. – In gevallen waarin het algemeen examenreglement niet voorziet, beslist de voorzitter, gehoord hebbende de leden van de examencommissie met inachtneming van de ter zake geldende wet- en regelgeving en maakt hiervan melding in het jaarverslag van de examencommissie.
4. – Ten aanzien van de gegevensverzameling worden de wettelijke bepalingen in acht genomen. In geval van vragen, bezwaren of klachten over de verwerking van persoonsgegevens door de school, kan per e-mail contact worden opgenomen met de ‘Functionaris Gegevensbescherming’ van de school, via: ibp@glu.nl of bij de klachtencoördinator van de school, via: klachtencoordinator@glu.nl
error: Alert: Content is protected –Grafisch Lyceum Utrecht–